Afzonderlijk lijken het twee onbenullige berichtjes: Atlas Air is door een onderzoeksbureau beoordeeld als een van de meest liquide luchtvaartmaatschappijen ter wereld. Polar Air Cargo vecht daarentegen voor zijn bestaan. Toch zijn ze opmerkelijk. Beide Amerikaanse maatschappijen zijn namelijk opgericht in dezelfde periode (de Golfoorlog in het begin van de jaren negentig); vliegen met hetzelfde materieel (vrachtjumbo’s) en opereren onder dezelfde marktomstandigheden (economische internationale turbulentie).
Wat is er aan de hand? We zijn er gewend aan geraakt dat een luchtvaartmaatschappij vaak op een soortgelijke manier presteert. Een aangepaste winstverwachting van KLM is onmiddellijk een voorbode voor de prestaties van alle andere IATA-lijndienstmaatschappijen zoals Lufthansa of British Airways. Het komt zelden voor dat de ene luchtvaartmaatschappij winst maakt, terwijl voor de andere verlies geldt. Ze vliegen op dezelfde internationale markt met dezelfde toestellen en hebben dezelfde instrumenten om zich in te dekken tegen hogere brandstofprijzen (hedgen) en negatieve wisselkoersinvloeden.

Atlas en Polar tonen echter aan hoe belangrijk een verschil in bedrijfsvoering kan zijn. Polar werd het nieuwe Flying Tigers, dat tegen het einde van de jaren tachtig tot groot ongenoegen van de traditionele expediteurs werd overgenomen door FedEx. Het bedrijf biedt expediteurs, groot en klein, de mogelijkheid om op een goedkope manier grote partijen luchtvracht af te zetten. De traditionele expediteurs hebben hieraan behoefte omdat de luchtvaartmaatschappijen zich steeds vaker zelfstandig profileren.
Atlas gaat daarentegen met de stroom mee: De luchtvaartmaatschappij richt zich op het verhuur van materieel aan grote expediteurs en luchtvaartmaatschappijen.

Vooral de laatste zijn een nieuwe markt. Steeds meer luchtvaartmaatschappijen beginnen zich bewust te worden van de volwassenheid van de luchtvrachtmarkt en de daarmee samenhangende behoefte aan meer bovendekse capaciteit. Expediteurs zijn welkom bij Atlas, maar dan moeten ze wel het financiële risico van de vlucht overnemen. De steeds sterkere consolidators en groepeurs kunnen dat ook.
De internationale economische turbulentie heeft Atlas Air daarbij slechts in de kaart gespeeld. Passagiersluchtvaartmaatschappijen durven nu niet meer zwaar te investeren in een luchtvrachtvloot. Om toch de groei in luchtvracht niet mis te lopen – een groei die niet door de eigen benedendekse ruimte kan worden geabsorbeerd – huren ze tijdelijk bovendekse capaciteit in. Atlas levert daarbij de nodige bemanning, onderhoud en verzekeringen. Het vullen van de ruimte is echter het risico van de opdrachtgever. Polar neemt dat risico zelf en wordt dus harder getroffen door de Aziatische crisis, temeer omdat het bedrijf een relatief sterke aanwezigheid heeft op deze markt.