Het jongste rapport van Nederland Distributieland bevat weinig nieuwe gezichtspunten. Daarom is de conclusie misschien des te schokkender: nog steeds slagen multinationale verladers er niet in voor hun wereldwijde logistieke stromen dienstverleners te vinden die hun werk ook inderdaad wereldomspannend aan kunnen. De greep van de gemiddelde dienstverlener op de keten laat te wensen over.

Eerlijk gezegd roept de verladerswereld dit onheil gedeeltelijk over zichzelf af. Steeds meer zogenaamde niet-kernactiviteiten worden immers uitbesteed aan specialisten. Dat geldt ook voor de logistiek. In veel gevallen hebben de logistieke dienstverleners echter nog lang niet de enorme schaalgrootte bereikt die de multinationals, door fusies en overnemingen, wel al tot stand hebben gebracht.

Het fusietempo aan verladerskant is voor hun dienstverleners niet bij te benen. Daar komt nog bij dat de uiteindelijke winst van fusies in veel gevallen dubieus is. Teveel samenvoegingen van bedrijven blijken uiteindelijk een slechte zet. Dat geldt voor de industrie en de handel; het geldt evengoed voor transporteurs en logistieke dienstverleners. Het is een moeizaam zoeken en tasten naar de juiste combinatie.

Spectaculaire overnemingen in de logistiek, zoals onlangs van Danzas door Deutsche Post, komen vooralsnog minder veelvuldig voor dan in bijvoorbeeld de auto- en de olieindustrie of in de technologiesector. De omvang van ook de grootste transporteurs valt nog steeds in het niet vergeleken bij die van een Nestlé, een Exxon/Mobil, een IBM of een DaimlerChrysler. Hun enorme, mondiale goederenstromen zijn voor één dienstverlener eenvoudig nog niet te behappen.

Het is waar wat één van de in het