In 1998 kwamen de gevaren van de economische crisis in Azië in hun volle omvang aan het licht. De wereld hield de adem in. De lokale brand die een jaar eerder in landen als Zuid-Korea, Maleisië en Indonesië was uitgebroken, dreigde over te slaan naar andere delen van Azië en misschien, via Zuid-Amerika, ook naar de Verenigde Staten en Europa. Een mondiale recessie was allerminst denkbeeldig.
Een voorlopige balans laat zien dat het achteraf allemaal nog is meegevallen. In de meeste Aziatische landen, die door de crisis werden getroffen vertoont de economie alweer voorzichtige groeicijfers. De snel aan belang winnende economie van de Chinese Volksrepubliek lijkt nog niet onder de malaise elders in de regio te lijden. Kwetsbare landen elders in de wereld, Brazilië voorop, hebben zich naar het schijnt redelijk staande weten te houden.
Internationale organisaties als Wereldbank, IMF en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling hebben inmiddels gematigd positieve voorspellingen gedaan over de economische ontwikkeling in de komende jaren. Ze gaan uit van enig herstel in de door de crisis getroffen landen en een wat lagere, maar nog steeds redelijke groei in Noord-Amerika en Europa.

Die kleine groeivertraging komt in met name de VS niet ongelegen. Het gevaar van oververhitting en daarna snelle afkoeling (’boom and bust’), dat in voorgaande jaren nog zeer reëel werd geacht, lijkt nu geweken. Dat maakte voor Alan Greenspan, de president van het stelsel van Amerikaanse centrale banken, zelfs de weg vrij voor een renteverlaging.
Zijn voorbeeld werd gevolgd door de centrale banken van de elf deelnemers aan de euro. Tien landen in het eurogebied verlaagden, in een gezamenlijke, door de Europese Centrale Bank van Wim Duisenberg geregisseerde actie, de rente met een half procent tot het voor komend jaar afgesproken niveau van drie procent. Onlangs sloot Italië zich bij die renteverlaging aan.
De monetaire convergentie in het ’eurogebied’ is voorbeeldig verlopen en de weg is vrij voor een geruisloze, gefaseerde invoering van de nieuwe gezamenlijke munt. Lang niet iedereen had daar bij de start van het project, het Verdrag van Maastricht, op durven hopen. De euro kan zich ontwikkelen tot een sterke tweede reservevaluta en daarmee tot een stabiliserende factor in de wereldeconomie.

De Amerikanen maken een van de langste perioden van aanhoudende groei in deze eeuw door. Hun economie lijkt minder cyclisch geworden. Het heeft sommige economen tot de stelling verleid dat de conjunctuurbeweging die we in eerdere decennia waarnamen, in de praktijk niet meer zou bestaan. In hun visie kunnen alleen zeer grote schokken het beeld van een ’goldylocks-economie’, die rustig doorgroeit, nog verstoren.
De ineenstorting van de aandelenkoersen in de tweede helft van het jaar leek die boude veronderstelling omver te kegelen. De beurscrisis in New York sloeg onmiddellijk over naar Europa. Onzekerheid over het verloop van de Aziëcrisis en flink verlaagde winstprognoses van grote ondernemingen maakten dat beleggers hun portefeuilles massaal liquideerden. Daar kwam het algemene gevoel bij dat de meeste beursfondsen toch al overgewaardeerd waren. Er moest lucht uit.
Het herstel was opmerkelijk. Luttele maanden nadat de crisis had ingezet, bereikte de Dow Jones-index nieuwe hoogten. Ook de meeste Europese beurzen liepen de verliezen weer geheel of voor het grootste deel in. De Amsterdamse AEX-index klom naar 1200 punten, weliswaar een goede honderd punten lager dan het record van eerder dit jaar, maar ook driehonderdvijftig punten boven het dieptepunt. De koersen van veruit de meeste hoofdfondsen sluiten het jaar positief af.

Aan het wereldwijde concentratieproces is ook in het afgelopen jaar geen einde gekomen. Fusies en overnemingen waren opnieuw aan de orde van de dag. Spectaculaire fusies waren die van het Duitse Daimler met het Amerikaanse Chrysler en van British Petroleum met het Amerikaanse Texaco. Een puur Amerikaanse aangelegenheid, ook in de oliesector, was het samengaan van Exxon en Mobil. Daarmee werd Shell van de eerste plaats verdrongen.
Ook de logistieke sector blies in dit koor zijn partij dapper mee. Vooral Deutsche Post timmerde aan de weg. Het nam eerder dit jaar een belang van vijftig procent in de Britse pakjesvervoerder Securicor en een minderheid in DHL. Onlangs voegde het Duitse postbedrijf, dat net als de Nederlandse TNT Post Groep (