Het verschijnsel ’outsourcing’ heeft de afgelopen jaren vooral in de Angelsaksische wereld een hoge vlucht genomen. Eerst gingen de kantine en de bedrijfsbeveiliging ’de deur uit’, vervolgens grote delen van transport, logistiek, warehousing en productie. Volgens IG&H Management Consultants (voorheen Van der Geer en Van Hasenbroek), een bureau in Woerden dat zich onder meer met advisering op het gebied van logistieke uitbesteding bezighoudt, is in de VS het aandeel uitbesteding op logistiek gebied al zestig procent.
Europa loopt nog achter, maar haalt die achterstand de komende jaren in hoog tempo in, verwachten drs. Jan van Hasenbroek en ir. Mirjam Karmiggelt, respectievelijk partner en senior consultant Transport en Logistiek bij IG&H. Uitbesteding in de logistieke sector zal de komende jaren met tien tot vijftien procent per jaar in omvang toenemen, schat Karmiggelt. Dat is iets minder dat de vijftien tot twintig procent waar we aan gewend waren, maar het is en blijft een sterke groei.

Daarbij treedt een verschuiving op waar het gaat om het type diensten dat wordt uitbesteed, zegt Karmiggelt. ,,Transport liep in dat opzicht voor op andere logistieke diensten. De nadruk komt nu nog meer op bijvoorbeeld warehousing, expeditie en site logistics (laden en lossen, FN) te liggen. En buiten de logistiek gaat outsourcing ook steeds verder. Je ziet nu dat bedrijven alles wat met informatietechnologie te maken heeft, aan derden uitbesteden. Ook de inkoop van grondstoffen en delen van de productie worden steeds meer overgelaten aan derden.’’
Uitbesteding past in het streven naar flexibiliteit. Een aantal grote concerns gaat daar heel ver in. Van Hasenbroek: ,,In de Amerikaanse autoindustrie wordt niet alleen de productie zelf voor een deel uitbesteed, maar nu ook het beheer van de supply chain. Waar concerns vroeger zeiden: ’dat is mijn eigen werk’, laten ze dat tegenwoordig aan derden over. In Europa gaan we dit ook steeds meer zien. Een Duitse autofabrikant zal misschien de productie en de logistiek in bestaande fabrieken zelf blijven doen. Maar wordt een nieuwe fabriek geopend, dan worden productie en logistiek meteen uitbesteed.’’

Anders gezegd: het bedrijfsleven beschouwt feitelijk alleen marketing, het bedenken van winkelformules en het contact met de klant als zijn core business. De rest kan evengoed, of zelfs beter, de deur uit. Een kwestie van relatieve schaalgrootte, zegt Karmiggelt. ,,Een heel groot concern heeft de schaalgrootte om de productie zelf te blijven doen, maar zelfs een reus als Coca Cola besteedt veel activiteiten liever uit. Kleinere bedrijven kunnen schaalvoordeel verwerven door gespecialiseerde productiebedrijven in te schakelen, die voor meer fabrikanten werken. Investeringen in machines en informatietechnologie kunnen dan over veel meer afnemers worden uitgesmeerd.’’
Op zoek naar schaalvoordeel worden concurrenten in elkaars armen gedreven. Zo komen hun artikelen bijeen bij dezelfde logistieke dienstverlener. Van Hasenbroek: ,,De Albert Heijns van deze wereld, in onze ogen heel grote bedrijven, kopen voor een deel samen in met de Carrefours. Verschillende A-merken worden in dezelfde fabriek geproduceerd. En als banden van diverse grote merken in Duitsland via hetzelfde distributiecentrum worden uitgeleverd, kan een ander wereldmerk bijna niet meer om dat DC heen.’’
Logistieke dienstverleners zullen, op hun beurt, ook zelf steeds meer uitbesteden, denken Karmiggelt en Van Hasenbroek. ,,Outsourcing bied enorme kansen aan logistieke dienstverleners, mits zij zelf voldoende schaalgrootte bereiken’’, denkt Van Hasenbroek. ,,Maar dat kunnen ze niet als ze alles zelf willen doen. Veel dienstverleners zullen dus een deel van het werk ook weer uitbesteden.’’

Verladers, hoe virtueel ook, zullen de regie over hun goederenstroom toch niet snel uit handen geven.
Mirjam Karmiggelt: ,,Dat is waar. Outsourcing betekent ook niet dat je er zelf niets meer aan hoeft te doen. Je moet iemand in huis houden die er verstand van heeft. Evenveel verstand in elk geval als de dienstverlener die de keten feitelijk voor je gaat besturen.’’
,,Het domste dat je kunt doen’’ zegt Van Hasenbroek, ,,is jezelf geheel afhankelijk maken van de kennis van derden. Het is in het algemeen ook onverstandig, je aan één dienstverlener te verbinden, die zowel de regiefunctie, als de kapitaalgoederen, het transportnetwerk en de geflexibiliseerde factor arbeid aanbiedt, en ook nog eens het IT-netwerk beheerst. Dat maakt het buitengewoon moeilijk om eventueel ook weer afscheid van elkaar te nemen.’’

Het is telkens weer de vraag welke partij uiteindelijk de regie in handen neemt, denken de IG&H-consultants. Van Hasenbroek: ,,Heel veel logistieke dienstverleners slagen er niet in, die rol naar zich toe te trekken. Ze beschikken niet over de vereiste schaalgrootte of het ontbreekt hun aan kennis en ervaring. Die dienstverleners worden eerder een onderaannemer – we zien dat steeds meer gebeuren.’’

Karmiggelt en Van Hasenbroek voorzien een opmars van ’Fourth Party Logistics’: de verlader besteedt steeds meer uit aan derden, maar in toenemende mate zal een vierde partij de keten, in opdracht van de verlader, gaat besturen. Zo’n vierde partij is, net als de opdrachtgevers, ook weer een bijna virtuele onderneming.
Karmiggelt: ,,Dat verschijnsel raakt in zwang onder de naam ’Fourth Party Service Providers’. Dat worden de nieuwe regisseurs van grote logistieke ketens.’’ En vaak zullen dat niet de klassieke expediteurs zijn, voegt Van Hasenbroek eraan toe. ,,Die dreigen op dit gebied de slag te missen. In heel wat gevallen is dat eigenlijk al gebeurd.’’

Het Nederlands Studie Centrum organiseert op donderdag 11 maart een congres over outsourcing, waaraan jullie bureau een bijdrage levert. Een van de thema’s is de vraag: Zijn tenders de juiste instrumenten voor outsourcing in de logistiek? De hamvraag, lijkt me.
,,Inderdaad’’, vindt Karmiggelt. ,,Wij zeggen: de verlader krijgt de logistiek dienstverlener die hij verdient. Als je elk jaar opnieuw een heel pakket via een tender aanbesteedt, moet je dus telkens een grote speler bereid vinden dat hele pakket, op basis van een kortlopend contract, voor je te behandelen, zonder garanties voor continuïteit. In zo’n kortlopende relatie zal die dienstverlener niet veel willen investeren. We zien dan ook in de praktijk dat steeds meer deelpakketten worden uitbesteed, aan verschillende dienstverleners. Bovendien neemt de duur van het contract toe, zeker als sprake is van complexe, geïntegreerde ketens.’’

Volgens Van Hasenbroek is het tendersysteem in de Verenigde Staten in een aantal markten op z’n retour. ,,De vraag is in sommige gevallen: is een tender wel zo’n intelligent instrument? Of is het misschien een oppervlakkige kaasschaafmethode, die geen echte, substantiële besparingen oplevert? Dat laatste is vrij vaak het geval. De focus ligt op de transportkosten sec, niet op de cost drivers die daar misschien aan vooraf gaan.’’

Inkoop op basis van prijs alleen is in veel gevallen achterhaald, vindt Van Hasenbroek. ,,Een kortlopende tender berust dikwijls op schijnnauwkeurigheid. De toestand van vandaag is immers morgen verleden tijd: pakketten zijn ineens van samenstelling veranderd, de zendinggrootte valt tegen, of die leuke speciale actie van de marketingafdeling van de verlader fietst dwars door alle kostenprognoses heen. In de VS worden tegenwoordig dan ook steeds meer contracten voor een reeks, soms wel tien, jaren afgesloten. Daarin is de prijs allang niet meer het enige uitgangspunt.’’

Mirjam Karmiggelt en Jan van Hasenbroek: …fourth party logistics…