Voorzitter Doeksen van de havenondernemersvereniging SVZ in Rotterdam verzet zich tegen participatie van de overheid in ECT, zeker als het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam aandeelhouder in dat containeroverslagbedrijf zou worden. Hij zegt dat in zijn jaarrede. Het bedrijfsleven is dus nu massaal tegen.
,,We hebben over die participatie eerder een gesprek gehad met de SVZ. Het verrast me wat dat de SVZ er zo afwijzend over denkt. Er zijn twee denkrichtingen. De ene is de liberale denkrichting: overheid en private ondernemingen moeten gescheiden blijven. Ik geloof zelf dat er in de praktijk allang allerlei mengvormen zijn. Die absolute liberale opvatting bestaat eigenlijk niet meer.’’
,,Er is ook een andere denkrichting. Heel illustratief is in dat verband het artikel van vier economen dat in Economisch Statistische Berichten van 6 januari verscheen. De auteurs van dat stukken vinden dat de overheid zich juist wel indringend moet bezighouden met de deelname in ECT.’’

Kunt u zich in de gedachtengang van de SVZ inleven? Die is bang voor belangenverstrengeling.
,,Kijk, als mensen zeggen dat je moet oppassen met dit soort deelnemingen, dan ben ik het daar volledig mee eens. Je moet elke schijn van partijdigheid vermijden. De neutraliteit van de overheid is een belangrijk goed. Ik zeg dus: doen. Maar dan wel voorzichtig.’’

Die neutraliteit denkt u in dit geval te kunnen waarborgen, maar hoe is nog niet duidelijk.
,,Ik ben ervan overtuigd dat wij als Havenbedrijf in staat zijn al onze klanten op een gelijke manier te behandelen. We zullen dan heel zorgvuldig moeten zijn: Wie is straks commissaris namens het Havenbedrijf, wie vertegenwoordigt de aandeelhouder? Je moet dus zorgen dat de rollen in een organisatie, in dit geval het GHR, gescheiden zijn. Maar overheid en ECT hebben al heel lang gemeenschappelijke belangen, en voor andere bedrijven geldt hetzelfde. En we zijn altijd in staat geweest ervoor te zorgen dat concurrenten op gelijke wijze worden behandeld.’’

Lak: ,,Het is net zoiets als wanneer je als leraar je dochter in de klas hebt. In de praktijk zie je dat leraren in dat geval voor hun eigen kind strenger zijn dan voor haar klasgenoten. Dat effect verwacht ik hier ook: dat het Havenbedrijf zich dubbel zo kritisch zal opstellen tegenover de onderneming waarin het een aandeel heeft.
Er wordt juist vaak beweerd dat het Havenbedrijf, of zeg maar Rotterdam als zodanig, ECT door de jaren heen aardig geholpen heeft, met leningen tegen zachte voorwaarden.
,,Nee, dat is een misverstand. Het is zeker waar dat we de afgelopen vijftien jaar de containermarkt een bepaalde richting proberen op te duwen. We streven naar grootschaligheid en liefst zoveel mogelijk op een beperkt aantal locaties. Wil je als haven over een aantal jaren nog bestaan, dan moet je nu grootschalig investeren. Maar wie die grootschalige operators zijn, dat maakt ons weinig uit. In dit geval is het ECT, maar het had ook een ander kunnen zijn. Dat is voor de haven minder relevant.’’

Maar er zitten nog wel meer leuke kinderen in de klas.
,,Als je zegt: er zijn nog zoveel andere sectoren behalve de containeroverslag: helemaal mee eens. Chemie, droge producten, natte producten, noem maar op.’’
Ik bedoel in de containersector zelf. Concurrenten van ECT.

,,Het is toch een wat bredere markt dan iedereen probeert te doen geloven. ECT is geen monopolist. Er zijn meer spelers. ECT heeft zeventig procent. Aan de andere kant: de echte strijd om de containers vindt plaats tussen havens. We hebben in Noordwest-Europa in een straal van driehonderd mijl acht havens die met elkaar concurreren.’’

Over concurrenten van ECT binnen de Rotterdamse haven gesproken: heeft Hanno al een concreet plan voor vestiging op de Tweede Maasvlakte ingediend?
,,Hanno heeft verklaard dat het graag uitbreidingsruimte wil hebben. Er zijn gesprekken met Hanno over de wensen van dat bedrijf. Ze hebben een vraag en als Havenbedrijf ga je serieus om met de vraag van je klanten. Even serieus bij een kleinere speler als bij een grote speler. Dat is ook de kern van die neutraliteitsgedachte.’’

Moet je niet bang zijn dat in de buitenwereld, in de rest van Nederland, het idee ontstaat dat Rotterdam en ECT twee handen op een buik zijn? Tijdens de Betuwelijn-discussie werd die gedachte al vaker geopperd. Hetzelfde hoor je in verband met de Tweede Maasvlakte: het is een Rotterdamse aangelegenheid, maar het gaat van ’onze centen’.

,,Ik denk dat dat een misvatting is. Die Betuweroute wordt niet voor een bepaald bedrijf, of voor Rotterdam gebouwd. Het is een poging om de achterstand op spoorgebied in te halen die Nederland ten opzichte van omringende landen heeft.’’
,,Wat de Tweede Maasvlakte betreft: dat verband met ECT zie ik helemaal niet. De Tweede Maasvlakte heeft te maken met ruimtegebrek in de haven. Er zijn twee grote sectoren die de komende jaren om ruimte vragen: de industrie en de containeroverslag. Ik zei al: welke containeroverslagbedrijven zich daar gaan vestigen, maakt me op zich niet uit.’’

Op een punt zijn de heer Doeksen en het GHR het roerend eens: over die Tweede Maasvlakte is nog steeds geen besluit gevallen. Dat beweegt nog, maar heel traag.
,,In ieder geval beweegt het nog, en dat is een goed ding. Ik verwacht nog steeds dat het kabinet dit jaar doet wat het gezegd heeft, namelijk dat het in de loop van dit jaar een definitief besluit neemt.’’

Dat zei het kabinet twee jaar geleden ook.
,,Zo’n regeringswisseling hakt er natuurlijk in. Maar de vaart zit er weer goed in en ik verwacht dat dit voorjaar een besluit valt. In elk geval heeft Paars II herbevestigd wat Paars I heeft gezegd. Dat is alvast goed.’’
Dat de besluitvorming veel te langzaam gaat, vind Lak ook.
,,Je hoort de markt piepen. Heel wat grote reders die Rotterdam nu aanlopen, evenals de terminaloperators, klagen daarover. We horen steeds vaker: ’Jongens, die Maasvlakte Twee is niet op tijd klaar.’ Doeksen vangt dat ook op. Het is goed dat hij het nog eens signaleert.’’