Een gevleugelde Britse uitdrukking luidt: in de politiek is één dag een eeuwigheid.
In dat licht bezien is de nieuwe Duitse regering al een eeuwigheid aan het bewind. En daarom hadden we van het Duitse EU-voorzitterschap een storm van nieuwe voorstellen in Brussel kunnen verwachten. Maar het is in de Europese hoofstad politiek gezien windstil. Zeker wat de transportsector betreft.

Der sehr geehrte Herr Bundesminister voor transport en publieke werken Franz Müntefering spoedde zich deze week naar Brussel om zijn programma voor de komende zes maanden te onthullen. Hij maakte met Duitse grondigheid een feilloze analyse van de talloze problemen die de transportsector op haar internationale routes tegenkomt. Hij verzekerde zelfs dat die zaken de aandacht hebben van het Duitse voorzitterschap.

Müntefering noemde innovatie, multimodaal transport en liberalisering van het railtransport als speerpunten van het programma voor de komende zes maanden. Hij sleepte er ook de TEN’s, de werkgelegenheid, de belasting van vliegtuigkerosine en scheepsbrandstoffen bij en de noodzakelijke bescherming van het milieu. Maar de voorzitter liet iedereen gissen naar de beleidsvoorstellen, die hij voor de komende transportraden op tafel zal leggen.

Het ziet er naar uit dat de nieuwe onervaren Duitse regeringsploeg nog niet het overzicht en het inzicht heeft verworven dat nodig is om met doordachte voorstellen allerlei transportknelpunten te ontrafelen. Het ziet er niet naar uit dat het Duitse voorzitterschap grote vorderingen zal maken. Erger: er dreigt een soort politieke Europese verlamming in te treden, die als gevolg van wisselende omstandigheden zelfs enkele jaren zal duren.

Eind mei trapt Europa op de rem, omdat in juni de verkiezingen voor een nieuw Europees Parlement zullen plaatshebben. Het Duitse voorzitterschap zal dan al zijn hele verlanglijst moeten hebben afgewerkt, want de laatste maand, juni, is bijvoorbaat verloren. In juli hoeven we evenmin grootse daden van onze voormannen in Brussel te verwachten, want dat is de maand waarin tal van Europese ambtenaren al een voorschot nemen op de zomervakantie en waarin het Finse voorzitterschap niet méér kan doen dan de balans opmaken van alle problemen die onder zijn Duitse voorganger onopgelost zijn gebleven.

In september zal het nieuwe Europese Parlement worden geinstalleerd. Maar dat heeft vervolgens maanden nodig om zich in te werken en de nodige onderzoeks- en rapportagecommissies te vormen. Het valt nog te bezien of de Finnen, aan de periferie van Europa, met nog maar enkele jaren lidmaatschap van de Unie, de nodige energie kunnen opbrengen om een organisatorische achterstand in te halen die welhaast onvermijdelijk lijkt en bovendien nog een eigen programma uit te voeren.

Europa staat voor grote uitdagingen, zoals de begrotings- en landbouwhervormingen in Agenda 2000, hervorming van de Europese instituten met het oog op de Oostelijke uitbreiding en een nieuwe ronde van WTO-onderhandelingen. Maar volgend jaar zullen nog meer vertragingen optreden. Want dan moeten de lidstaten een nieuwe Europese Commissie samenstellen voor het dagelijks bestuur van de Unie. Die nieuwe Commissie heeft tijd nodig om de portefeuilles te verdelen en zich in te werken. En daarmee belanden we al in het najaar van 2000.

Tussen nu en eind volgend jaar, als Portugal het voorzitterschap heeft overgenomen van Finland, dreigt de EU voort te sukkelen in een lagere versnelling en lopen we het risico dat belangrijke zaken als Agenda 2000, de institutionele hervormingen, en de voorbereidingen op de WTO-ronde worden afgeraffeld, of op de lange baan worden geschoven. Dat zal in beide gevallen een slechte zaak zijn.

Onze politici hebben zich misrekend: of wat het tijdstip voor de hervorming en de uitbreiding van de Unie betreft, of wat de data voor de verkiezing van het Europees Parlement en de samenstelling van de nieuwe Europese Commissie betreft. Maar aangezien een dag in het leven van een politicus al een eeuwigheid is, kun je van hen geen zinnige langere termijnplanning verwachten.