DELFT (NT) – De binnenvaart kan in de toekomst een groot deel van het vervoer vanaf de zeehavens in de Benelux naar Duitsland voor haar rekening nemen. Dat zei binnenvaart- en shortsea-deskundige drs. L. Vlaar van het Nederlands Instituut voor Maritiem Onderzoek (NIM) op het jaarcongres van het Centrum Transport Technologie. ,,Het transitovervoer tussen Engeland en Duitsland is voor de Nederlandse binnenvaart de meest kansrijke relatie’’, aldus Vlaar. ,,Momenteel is de kanaaloversteek feitelijk een verlengstuk van het wegvervoer. Ik zie kans om in de toekomst het watertraject te verlengen. De volumes zijn aanwezig. De hoeveelheid lading die binnenkomt in de zeehavens van de Benelux en vervolgens over de weg wordt afgevoerd naar Nordrhein-Westfalen is 400.000 teu per jaar. Waarom zou dat niet over de Rijn kunnen?’’
Engeland-Duitsland is in de ogen van Vlaar de meest kansrijke, maar niet de enige route met potentie. ,,Vanuit de havens gaat nu 145.000 teu over de weg naar de provincie Utrecht. Genoeg om een regelmatige dienst op te zetten tussen Rotterdam en Utrecht. Als je het traject over het water verlengt, hoef je de weg alleen nog voor het regionale voor- en natransport te gebruiken.’’

Zeewaardig
Aan het materiaal hoeft het in de ogen van Vlaar niet te liggen. Hij wijst erop dat er schepen voor gecombineerde zee- en riviervaart in ontwikkeling zijn, alsook zeewaardige duwbakken. Verladers willen volgens de NIM-man graag gebruik maken van de binnenvaart. ,,Ze wachten momenteel alleen op een beter aanbod. Ze willen een hoge frequentie en een goede prijs.’’ Wil het echt tot een trendbreuk komen, dan zullen de ondernemers in de transportwereld beter samen moeten werken, stelt Vlaar.
,,Een goede frequentie kan je pas realiseren als je dikke goederenstromen hebt. De stromen moeten dus gebundeld worden. Als shortsea- en deepsea-operators met elkaar gaan samenwerken, hebben ze gezamenlijk zeker voldoende volume en kan de binnenvaart de concurrentie met de weg op de lange afstand aan. Het wachten is op een grote groep ondernemers die dit wil realiseren.’’
Het wegvervoer is in zowel Europa als de Verenigde Staten nog steeds ’king of the road’, constateerde een andere spreker in Delft, professor G. Muller van U.S. Merchant Marine Academy. ,,Maar de grote groeifactor van nu is de informatietechnologie. In het transport is niet langer je hardware het belangrijkst, het draait om je processen.’’ Als voorbeeld noemde Muller het bedrijf UPS, dat in Amerika in zijn eentje tien procent van het intermodaal vervoer genereert. ’Processen’ is een mooi begrip, maar zonder hardware ben je in het transport ook nergens, aldus ir. A.J. van Binsbergen van de TU Delft. Hij wees op het congres in Delft op nieuwe transporteenheden die op de tekentafel vorm krijgen.
Volgens Van Binsbergen kan je op de lange afstanden goed gebruik maken van wissellaadbakken, maar vraagt vervoer op kortere routes om meer gevarieerde laadeenheden. ,,Door onze mainports zijn we snel geneigd naar het internationale verkeer te kijken, maar de grootste hoeveelheid vervoer vindt nog steeds plaats in het binnenland, of zelfs in landsdelen.’’
Een kleine box, een wat grote citybox en een kleine wissellaadbak zijn volgens Van Binsbergen geschikte laadeenheden voor de toekomst. De definitieve vormgeving van de boxen zal nog een hoop puzzelwerk opleveren. De boxen zullen ten behoeve van de flexibiliteit in elkaar moeten passen, ze moeten inpasbaar zijn in huidige logistieke systemen en ze dienen geschikt te zijn voor multimodaal gebruik.

Vooral de binnenvaart en de luchtvaart, die beide heel eigen maten hebben, zijn wat dat betreft een struikelblok. Verder wil Van Binsbergen bij de ontwikkeling van de boxen rekening houden met de afmetingen van de bestaande collo-eenheden en Euro- en industrie-pallets. Prof. Ir. J. Rijsenbrij van TU Delft hield een pleidooi voor grotere maten in het wegvervoer. Hij toonde foto’s uit de oude doos, die bewijzen dat er in het Nederland van voor de oorlog al grote trailercombinaties rondreden. ,,Waar zijn we sindsdien gebleven?’’ Combinaties van tachtig meter zijn heel goed mogelijk. Kijk maar in Australië.’’ Het advies van Rijsenbrij aan de overheid: ,,Oprekken die handel!’’