Op zich is het een hele sterke prestatie om voor een bedrag van ten naaste bij 400 miljard gulden in het buitenland weg te zetten. Er zijn weinig landen die ons dat nadoen. Het ziet ernaar uit dat wij dit jaar boven die 400 miljard uit zullen komen. Dat is dan een reden om een feestje te bouwen. Maar dat bedrag is toch meer een symptoom dan de zaak zelf. Die zaak is dat de professionaliteit wat export betreft in het bedrijfsleven sterk is toegenomen. Eigenlijk is professionaliteit geen goed woord. Dat was er vroeger ook al wel, maar dat werd in de praktijk opgebouwd. Een jaar of acht geleden kwamen de eerste jongelui van MEAO en HEAO die het vak, althans de theoretische basis, op de schoolbanken hebben geleerd. Nu al merk je dat bedrijven daardoor beter zijn opgewassen tegen de wisselvalligheden van de wereldmarkten. Dat is winst. Dat is grote winst.

Dat is in een paar zinnen de boodschap die Frank Hauwert kwijt wil. ,,Natuurlijk, de wereld is zoals die is. Er heerst onzekerheid. Een aantal markten waar wij het redelijk goed deden, zijn of weggevallen of stagneren. Maar je krijgt niet de indruk dat men daarover in het bedrijfsleven al te veel zorgen maakt. Rusland, nu weer Brazilië, dat zijn markten waar men meestal additioneel zaken doet. Rusland liep als afzetgebied van Nederlandse producten, vooral voedings- en genotmiddelen, heel goed. Dan valt zo’n markt weg. Dat is jammer, maar dat hoeft niet altijd onoverkomenlijk te zijn. Nederlandse bedrijven zijn over het algemeen niet van dat soort markten afhankelijk. Als het weer goed gaat in Rusland, komt men vanzelf terug. Mutatis mutandis is dat voor Latijns-Amerika niet veel anders.’’
,,Oost-Azië is wat anders, omdat die markten worden gezien als een structureel onderdeel van de relevante wereldmarkt. Niet als een hit and run-markt. Nu zit dat gebied met enorme overgangsproblemen. Het ene Nederlandse bedrijf heeft daar meer last van dan het andere. Over het algemeen heeft men de zaken wel onder controle. Vanuit de leden krijgen wij geen noodsignalen.’’

,,Ondernemingen hebben de afgelopen tien, vijftien jaar geleerd te opereren op onvoorspelbare markten. Snel reageren, zo mogelijk anticiperen. Je niet laten verrassen. Als er dan wat gebeurt, en men is gewend geraakt aan een wereld waar van alles kan gebeuren en waar eigenlijk niets meer vast staat, dan hoeft men zich ook niet te laten verrassen. Dat is dan ook een deel van het vakmanschap en vakvrouwschap waar ik het eerder over had.’’

Fenedex heeft ruim 1.100 leden. Hoe zou Hauwert die leden willen karakteriseren?
,,Dat zijn bedrijven die over het algemeen doelgericht te werk gaan. Voor wie exporteren een bewuste keuze is, waarvan men zich de consequenties bewust is. Veel export is in de naoorlogse jaren ontstaan. Dat ging min of meer vanzelf. Nu gaat niets meer vanzelf. Ook als export destijds op slofjes is begonnen, dan gaat men daar nu professioneel mee om, met continuïteit als grondslag. Er is binnen de bedrijven integratie ontstaan tussen diverse disciplines: sales, productontwikkeling, logistiek, financiën, verslaggeving, interne diensten en externe diensten, waardoor dingen veel beter op elkaar worden afgestemd en er teamwork ontstaat. Bij veel bedrijven is export van een achterafkamertjes-business geëvolueerd tot integrale ondernemingsdoelstelling, core business.’’

Een bedrijf bewerkt een aantal markten, waarvan de Nederlandse er een is. ,,Het is bij Fenedex-leden niet meer: Wij verkopen zoveel en daarnaast hebben wij zoveel export. Het is nu: wij opereren op markten die voor ons relevant zijn of zijn bezig op die markten een positie te veroveren. In die zin heeft het begrip export aan betekenis verloren.’’

Het kan natuurlijk altijd beter, zo meent Hauwert. ,,Als je alleen al naar de penetratiegraad op de Europese markt kijkt, dan blijkt dat de Belgen vier keer zoveel van Nederland afnemen dan Duitsers. Als de penetratie in Duitsland de helft zou zijn van die in België, dan zou de afzet in Duitsland verdubbelen, en die is nu al meer dan 100 miljard gulden. Dus ook dichtbij valt nog heel wat te doen. En verder moet je uiteraard vaststellen dat de wereld groter is dan Europa alleen. Maar de kern blijft, ik kom daar steeds maar weer op terug, professionaliteit, en wij hebben als Fenedex daar ons steentje ook aan bijgedragen.’’

Hoe ziet Fenedex voor zichzelf de toekomst?
,,Eerlijk gezegd niet veel anders dan wij ons in het verleden hebben gezien. Wij zijn uniek in de wereld en dat willen wij wel weten ook. Onze kerntaak is dienstverlening aan onze leden en die bestaat voor een belangrijk deel in het uitwisselen van kennis en ervaring. Wie in land X met probleem Y zit kan bij een Fenedex-lid te rade gaan, die met hetzelfde of een soortgelijk probleem te kampen heeft gehad. Wij zijn om zo te zeggen een kenniscentrum. Een draaischijf van kennis en ervaring van onze leden. En het is zo langzamerhand tot iedereen doorgedrongen dat kennis de zenuw van het zakendoen is geworden.’’

,,Naar buiten toe is Fenedex vooral op de lange baan werkzaam geweest. Het is tenslotte Fenedex geweest die exportkunde in het beroepsonderwijs heeft gebracht.
Een van de dingen waar wij ons nu op richten is het TT-project, van Toeval naar Trend. Exportstarters leren hoe zij professioneel en structureel andere markten moeten betreden. Wij hebben een pilot-project gehad in de regio Arnhem-Nijmegen en beginnen nu met een tweede project in dezelfde regio. Ook weer met zo’n vijftien deelnemers.’’