Als ik het voor het zeggen had gehad, was het bericht onder het tweekoloms kopje ’Internet bij 27 procent van vervoersbedrijven in gebruik’, in Nieuwsblad Transport van een week geleden, niet op pagina 3 geplaatst, maar op de voorpagina. Met een zevenkoloms kop erboven. En een ernstige waarschuwing erbij aan het bedrijfsleven: Internet moet. Het kan bepalend worden voor leven of dood van een onderneming.
Het Internet geeft nu toegang tot vrijwel alle kennis die de mensheid de afgelopen paar duizend jaar heeft verzameld. Het kan een gewone sterveling binnen enkele seconden antwoord geven op vragen die tien jaar geleden wekenlang speurwerk vereisten van een leger mensen. Om toegang te krijgen is er niet meer nodig dan een aangepaste computer, een Internetabonnement en een telefoonverbinding met een lokaal nummer. Dus relatief spotgoedkoop.
Transport maakt een belangrijk onderdeel uit van de informatievoorziening op het Internet. Mijn Altavista-zoekmachine op het Internet is ingesteld op de vijf talen die ik min of meer machtig ben: Nederlands, Engels, Frans, Duits en Spaans. In die talen vond Altavista eergisteren op het Internet een totaal van 103.548.246 informatiepagina’s.

In een ranglijstje van willekeurige trefwoorden behaalde Transport de derde plaats met 3.080.414 pagina’s, na Sex met 9.667.626 en Liefde met 9.667.626 pagina’s. Hoewel niets in deze wereld helemaal zeker is, behalve belastingen en dood, is het vrijwel zeker dat het Internet antwoorden kan verschaffen op de meeste bedrijfseconomische vragen, die een onderneming kan stellen. Dat is voor het bedrijfsleven van levensbelang. Het vereist enige handigheid en ervaring om uit een miljoenenbestand van pagina’s juist die informatie te peuren, die zinnig en betrouwbaar is. Maar daarvoor is uitgekookte software beschikbaar, die in veel gevallen zelfs gratis van datzelfde Internet is te halen.

De kosten kunnen geen bezwarende factor meer zijn. Een Internetaansluiting bij een betrouwbare Internetverschaffer, zoals het wereldomspannende CompuServe, kost maar enkele tientjes per maand. Er is al een trend om toegang tot het Internet gratis te maken. In het Verenigd Koninkrijk verstrekt een groeiend aantal Internetverschaffers gratis abonnementen plus een emailadres en geheugenruimte voor een eigen Website op het Net. Deze Internetverschaffers krijgen hun inkomsten uit winstdeling met de telefoonondernemingen, die zelf profiteren van de toename van het lokale telefoonverkeer.
Want dat is de clou: voor niet meer dan lokale telefoonkosten kun je informatie peuren uit databanken, universiteiten, persbureaus en informatiebestanden van particulieren, deskundigen, amateurs, halve garen, maniakken, overheden en bedrijven in de hele wereld, 24-uur per dag. Informatie in de vorm van tekst, bewegende beelden, fotomateriaal, video en geluid. Informatie uit een dagelijks toenemend aantal bronnen. Informatie voor een dagelijks naar verhouding afnemende kostprijs.
De Europese Unie, een uiterst belangrijke informatiebron voor het bedrijfsleven, heeft op het Internet een van de grootste informatienetwerken ter wereld, zo niet dé grootste. Als Europees Commissaris Neil Kinnock (transport) op een woensdagmiddag een persconferentie houdt in Brussel, kan de hele wereld dat tegelijkertijd volgen dankzij een videotransmissie op het Internet. Wie Kinnock’s wijze woorden heeft gemist kan binnen luttele seconden zijn tekst op het Internet vinden. Naast alle transportrichtlijnen van de EU. En de dagelijkse aanbestedingen van de overheden in de EU, in ’Tenders Electronic Daily’.

Ook Nieuwsblad Transport is op het Internet te vinden, maar zonder mijn wekelijkse columns. Bergen EU-nieuws uit Brussel komen dagelijks via Internet- email bij de redactie binnen. Internet moet voor het bedrijfsleven. Amerikaanse economen hebben al voorspeld dat ondernemingen zonder Internetaansluiting over vijf jaar van de markt zullen zijn verdwenen. Dat belooft even zeker te worden als dood en belastingen. Kennelijk is 73 procent van de vervoersbedrijven in ons land dus in levensgevaar.