Rotterdam . Het Bundesverband Spedition und Logistik (BSL) bepleit intrekking van een fiscale maatregel op grond waarvan bedrijven in Duitsland een kwart van wat ze aan buitenlandse transporteurs betalen, ter beschikking stelling van de belastingdienst. Het BSL vreest dat hierdoor buitenlandse bedrijven massaal in liquiditeitsproblemen komen.
Volgens de organisatie wordt de heffing pas na twaalf tot achttien maanden verrekend met eventueel te betalen belasting of gerestitueerd. Daardoor nemen de financieringskosten voor buitenlandse transportbedrijven aanzienlijk toe.
Bovendien, aldus het BSL, berust de heffing van vijfentwintig procent op de ’volstrekt bespottelijke’ veronderstelling dat een winstmarge van vijftig procent in de transportbranche normaal zou zijn.
Het verbond wijst verder op de administratieve rompslomp die de regeling voor zowel Duitse als buitenlandse bedrijven meebrengt. Het BSL vindt dat alleen buitenlandse bedrijven die inderdaad belastingplichtig zijn in Duitsland dienen te worden aangepakt.

Eigenlijk voor aannemers
Het BSL voegt zich bij het koor van organisaties in andere Europese landen die bij de Duitse overheid protesteren tegen de regeling, die op 1 april is ingevoerd. Zo loopt in Nederland de binnenvaart tegen de maatregel te hoop. Het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) is onder meer van mening dat de fiscale voorheffing eigenlijk niet voor de binnenvaart bestemd kan zijn.
Ook in Duitse binnenvaartkringen wordt het vermoeden geuit dat de maatregel eigenlijk bedoeld is om paal en perk te stellen aan de activiteiten van buitenlandse aannemingsbedrijven die, met veelal buitenlands personeel, in Duitsland werken aannemen. Onder Duitse bouwvakkers is de werkloosheid hoog.
Het BSL is bevreesd voor ’vergeldingsmaatregelen’ elders in Europa. Er zijn al klachten ingediend bij het Europese Hof van Justitie.