Düsseldorf . Wie veel verwacht van gecombineerd verkeer en van een verschuiving van weg- naar spoorvervoer, gaat aan de realiteit voorbij. Dat zei M. Boes, voorzitter van het Bundesverband Spedition und Logistik (BSL) afgelopen week in Berlijn.
Wetenschapsmensen, politici en Deutsche Bahn hebben zo’n twintig jaar geleden een concept bedacht voor een netwerk van vijftig goederenverkeerscentra in Duitsland, die als draaischijf moeten dienen tussen weg-, spoor- en binnenvaartverkeer. Zo’n tiental centra zijn sindsdien ontstaan. ,,Het is pure utopie om die centra als knooppunten te gebruiken in de overheveling van weg- naar spoorverkeer’’, beweert Boes. De infrastructuur is vaak onvolledig, zoals een aansluiting op het snelwegennet of gedegen spooroverslagfaciliteiten. Bovendien heeft DB Cargo eenvoudigweg niet de capaciteiten om de groeiende hoeveelheid vracht op het spoor te verwerken.
BSL wil vooral verbeteringen zien in de weginfrastructuur, zoals op alle snelwegen een derde rijstrook. De expediteurs staan echter niet in principe afwijzend tegenover spoortransport, wanneer het goed georganiseerd is en betaalbaar wordt. De praktijk laat zien dat de goederenvervoerscentra economische ‘debacles’ zijn geworden. In Grossberen bij Berlijn is vorig jaar voor 40 miljoen Duitse mark een centrum gereed gekomen, zonder regelmatige spoordienst. Het resultaat is dat niemand van de faciliteiten gebruik maakt. Bij Koblenz idem dito. Er staat slechts een benzinepomp, er zijn geen transportfirma’s. In Erfurt (Thueringen) staat het centrum voor een faillissement.
In de ogen van het BSL gaat het om mislukte investeringen van belastinggelden. De financiele middelen voor de infrastructuur komen namelijk van de gemeente, de provincie en het rijk.