De prijzen van brandstoffen gaan intussen ook omhoog. Bunkerolie kostte gisteren in de Rotterdamse haven 178 dollar per ton en in Singapore 190 dollar voor dezelfde hoeveelheid. In november van het vorig jaar lagen deze prijzen op respectievelijk 129 en 147 dollar.
Volgens het Amerikaanse persbureau Bloomberg verdienen de raffinaderijen in dat land nu 9,69 dollar per vat ruwe olie dat wordt omgevormd tot stookolie of autobrandstof. De Amerikaanse voorraden stookolie, diesel en benzine zijn in het afgelopen jaar met 14 procent gedaald en nu op hun laatste punt in 20 maanden. Bloomberg citeert een olieanalist van Commerzbank, die stelt dat de prijzen door hun plafond zijn gebroken. Volgens deze analist zijn de prijzen zo hoog, omdat de voorraden olieproducten laag zijn.
De harde taal van de Amerikaanse regering brengt de oliehandel steeds meer tot de overtuiging dat het tot oorlog zal komen, met als mogelijk gevolg tekorten in de olievoorziening. President Bush heeft in zijn toespraak eind vorige week nog laten blijken dat de kans groot is dat de VS ook ten strijde zullen trekken tegen Irak wanneer daarvoor geen steun zou komen van de VN Veiligheidsraad.
Ook de langdurige stakingsacties in de olie-industrie van Venezuela veroorzaken nog steeds opwaartse druk op de prijzen. De Venezolaanse minister van Energie, Rafael Ramirez, verklaarde vrijdag dat de export van zijn land op het ogenblik 600.000 à 700.000 vaten per dag bedraagt, ongeveer een kwart van het normale niveau.
Het Internationale Energiebureau (IEA), een instelling van de industrielanden, laat weten dat de lidstaten van de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC) mogelijk genoeg onbenutte capaciteit hebben om het wegvallen van olieproductie als gevolg van een oorlog op te vangen. Maar als dat niet het geval is, kan het IEA binnen enkele uren opdracht geven tot het vrijgeven van strategische olievoorraden van de industrielanden, aldus directeur C. Mandil.