Het ladingaanbod was de afgelopen week divers maar in de droge lading aan de lage kant. De wachttijd in de zeehavens is opgelopen. Veel schepen komen leeg af bij gebrek aan retourlading, met als gevolg dat het scheepsaanbod in de zeehavens nog verder toenam bij een gelijkblijvend of zelfs enigszins dalend ladingaanbod.
Vraag en aanbod raakten zichtbaar uit evenwicht vorige week. In één week tijd daalden de vrachtprijzen als gevolg daarvan, soms met euro’s tegelijk. De kolen naar Krotzenburg zakten van 5,5 naar 4,5 euro per ton voor de koppelverbanden. Naar Dillingen zakte het tarief van zes euro naar 5,5 euro per ton. Eind vorige week werd er naar Mannheim voor tarwe nog wel 6,5 euro per ton betaald. Voor kolen naar Dortmund stond het tarief op 2,60 euro, naar Bottrop 2,50 euro en naar Duisburg 2,20.
Containers vormden de enige retourlading die de laatste weken toenam. Schepen leeg van kolen, konden op de terugweg naar Rotterdam of Antwerpen containers meenemen vanaf onder andere Koblenz, Mannheim en Ottmarsheim.
Kaub stond vrijdag nog op 181 cm, maar de verandering van weer dit weekend (regen in Zuid-Duitsland en smeltende sneeuw) heeft meer water gebracht. Daar is de Rijnvaart niet blij mee. Door de lage waterstanden zijn de vrachtprijzen in de tankvaart naar bestemmingen aan de Boven-Rijn vorige week toch redelijk gestegen. Het is al meer dan een maand lang duidelijk dat in verband met de op handen zijnde oorlog in Irak de oliehandel de voorraden in de depots op peil wil houden. Het winterse weer heeft die voorraden doen slinken, zodat er vorige week in verband met de bevoorrading weer meer vraag was naar scheepsruimte. Oorlogen in het Midden-Oosten hebben in het verleden geleid tot enorme prijsfluctuaties op de oliemarkt. Ook nu zijn de voorspellingen voor deze effecten niet van de lucht. Half januari gaf het Centrum voor Strategische en Internationale Studies in Washington een aantal scenario’s voor de olieprijs in relatie tot een oorlog in Irak. In het ergste geval zouden de olievelden in Irak onklaar zijn gemaakt en Irak zou zowel Koeweit als Saudi-Arabië hebben gebombardeerd. Per vat zou de prijs voor ruwe olie oplopen tot tachtig dollar. Wordt het echter een korte, effectieve oorlog, dan stijgt de olieprijs hooguit naar veertig dollar per vat. Hoe hachelijk dergelijke voorspellingen zijn, blijkt wel uit de ontwikkeling van de olieprijs van vorige week, die vrijdag al op veertig dollar stond.
Het moge duidelijk zijn dat niemand kan voorspellen wat de olie ‘doet’ als die oorlog begint. Voor de vrachtprijzen in de binnen(tank)vaart geldt dat in feite nog sterker, want vervoer is slechts een afgeleide van de handel. Behalve de handel zelf is ook de brandstofprijs belangrijk voor de nabije toekomst van de binnenvaart. Medio vorige week was de prijs voor een ton gasolie 316,50 euro. Tegenover een jaar eerder (162,50 euro per ton) is dat bijna een verdubbeling. Met name in de droge lading is het varen zonder gasolieclausule tegen de huidige tarieven bij een lage waterstand nog nauwelijks winstgevend te noemen.