‘Watermuziek 2003’ heet het programma waarmee de Rotterdamse dichter en componist Peter Goedhart al een aantal jaren volle boten trekt. Avond aan avond laten tientallen mensen zich verleiden om aan boord te gaan en zich langs locaties te laten voeren die er overdag koel en zakelijk uitzien, maar die in het licht van een zwoele augustusavond geheimzinnig en poëtisch worden. Als er al mouwen worden opgestroopt, is dat niet om te werken, maar omdat de ontspannen sfeer aan boord van de ‘Animathor’ daartoe uitnodigt.
,,We gaan varen zodat iedereen de sfeer van de haven goed in zich op kan nemen’’, vertelt Goedhart. ,,De haven is een levend decor. Twee jaar geleden voeren we onder meer naar Van Brink Shipyard aan de Ophemertstraat (Waalhaven, Pier 8, red.). Daar reden voortdurend containerkranen heen en weer, die zo’n ‘ting-ting’-geluid maakten. Dat is de muziek die bij het programma hoort. Net als een schip dat ligt te spuien. Dat krijg je er allemaal gratis bij.’’
Goedhart is een geboren Rotterdammer die graag vertelt over de tijd dat het op de Nieuwe Maas wemelde van de sleepboten en vrachtschepen, toen de oceaanstomers van de Holland Amerika Lijn nog aan de Wilhelminakade lagen en de geluiden, de geuren en de beweging alle zintuigen vulden. Nu vormt dat havenleven de basis voor zijn programma’s, waarvoor hij zelf de meeste teksten schrijft en de muziek componeert. ,,Ik ga nog steeds vaak de haven in’’, zegt Goedhart, ,,op de fiets of lopend, hoewel dat moeilijker wordt omdat de haven steeds verder weg van de stad komt te liggen. Ik heb dan mijn notitieboekje bij me en probeer verhalen te maken van wat ik zie en hoor. Dat kunnen balladeachtige dingen zijn of heel gecondenseerde, korte en krachtige gedichten.’’ Thuis componeert hij daar de muziek bij, wat liederen oplevert met titels als ‘Rijnhaven’, ‘SS Rotterdam’, ‘Stella Maris’ en ‘Scène voor bok en stad’. In sommige gevallen gaat het niet alleen om tekst en muziek, maar wordt van alles wat vaart en rijdt, ingezet waardoor een volwaardige theatervoorstelling ontstaat.
Nu is Goedhart geen onbekende in theaterland. Regelmatig komen voorstellingen van zijn hand op de planken, zoals de opera ‘Hotel Fatima’, of zingt en speelt hij zelf mee in producties. Voorbeelden zijn de reeks poëzieprogramma’s over Paul van Ostaijen en Hans Lodeizen, in opdracht van de Gemeentebibliotheek Rotterdam, en over Poesjkin, in samenwerking met Poesjkin-biograaf en -vertaler Arie van der Ent en actrice Loes Vos.
Gevraagd naar zijn achtergrond en opleiding blijkt de Rotterdamse componist vooral een self-made man. Met Lodeizen heeft hij gemeen dat hij een tijdlang op zee is geweest en, als bediende op de ‘Willem Ruys’ en pantry boy op diverse vrachtschepen, meer dan de halve wereld heeft bevaren. Conservatorium heeft hij niet gehad, maar wel een zangopleiding bij een befaamde Rotterdamse zangpedagoge. ,,Ik zong aanvankelijk alleen klassiek, zoals Schubert en Schumann,’’ vertelt hij. ,,Later ben ik eigen werk gaan schrijven, zoals liederen. Zo is uiteindelijk de wat eigenaardige mengvorm ontstaan van mijn huidige werk.’’
Goedhart, die dit jaar werkt met onder anderen zijn vaste begeleider, de pianist Erik van der Kroft, brengt bepaald geen shanty, ook al is dat erg populair tegenwoordig. ,,We maken geen Ketelbinkie-muziek. Dan zit je echt op de verkeerde boot.’’
Het programma dat hij deze zomer wil gaan brengen, is gedeeltelijk gebaseerd op een lang werk van de Britse dichter John Masefield. Deze is bekend om zijn lyrische beschrijvingen van schepen. Goedhart: ,,Het gaat om de beschrijving van een zeilschip als een lofzang op iets dat door mensenhanden is gemaakt, maar dat daarboven uit stijgt en meer wordt dan het ‘ding’ op zich.’’
Net als in eerdere jaren wordt op tien augustusavonden ingescheept op de ‘Animathor’. Dat gebeurt achter het nieuwe Luxortheater, waarna wordt opgestoomd naar een tweetal locaties. Goedhart onderhandelt met het Onroerendgoedbedrijf Rotterdam over de reusachtige Maassilo die deze zomer vrijkomt. ,,Dat is nog zo’n prachtig industrieel monument’’, vertelt hij enthousiast, ,,dat nog in zijn volle schoonheid zichtbaar is. Er wordt nog volop gewerkt, je ziet de lopende banden en hoort de motoren. Dat zou een prachtige locatie zijn.’’
Maar jammer genoeg voor Goedhart zijn er meer kapers op de kust. Bij Brink Shipyard kan hij niet meer terecht, hoewel directie en medewerkers van de werf zich bij eerdere voorstellingen enorm hebben ingezet. Wat hij nodig heeft, is een locatie aan het water waar de ‘Animathor’ kan aanleggen en wat ruimte om stoelen neer te zetten. Een container om de spullen in op te bergen, zou ook handig zijn. Verder is de plek zelf het decor.
De voorstelling hoeft niet per se binnen te worden gegeven. Sterker nog, buiten is op een mooie zomeravond te verkiezen, zelfs al zou het regenen. Goedhart: ,,Tijdens onze voorstellingen in het jaar van de Culturele Hoofdstad, twee jaar geleden, vielen er een paar vreselijke donderbuien. Dat was spectaculair. We hebben hele grote paraplu’s laten maken voor het publiek. Regen hoort erbij in Nederland, hoewel ik moet zeggen dat het verreweg de meeste avonden bloedheet is geweest.’’
Als de locatie dan ook nog ergens tussen pakweg het centrum van de stad en Vlaardingen-Oost ligt, dan is het helemaal ideaal. Daar heeft Goedhart overigens wel vertrouwen in, want juist in dat oudere havengebied zijn tal van kleinere bedrijven te vinden met een stuk kade en een loods. Het bedrijf dat bereid is aan de voorstellingen mee te werken, levert eens een geheel andere productie dan gewoonlijk en zet zichzelf bovendien op de culturele kaart van Rotterdam, die zich nu ook tot de havengebieden begint uit te breiden.

Kader bij artikel:
SS ROTTERDAM
Zinkkleurige wolken
water groen en wild
scherpe hageldolken
wind die snerpend gilt.

Uit de nevelwade
glijdt zij groot en zwart
langzaam naar de kade
van het wachtend hart.

Het volmaakt verleden
een extatisch toen
vaart door kreupel heden
in dit visioen.

En mijn ogen kleven
aan dit wonder vast
als was heel mijn wezen
in haar huid gelast.

(Peter Goedhart, uit: ‘Watermuziek 2001’, Bent Producties, Rotterdam 2002).

Peter Goedhart (midden, op het podium) met zijn begeleiders, die onder meer het aanwezige steigerwerk als percussie gebruiken. De foto is gemaakt tijdens een voorstelling op Brink Shipyard.