Rotterdam . De politie wil zich wel inspannen om de criminaliteit in de Rotterdamse haven aan te pakken, maar wordt daarbij gehinderd door het feit dat gedupeerde havenbedrijven vaak weigeren aangifte te doen. Bedrijven zijn bang hun goede naam op het spel te zetten of om zakenrelaties voor het hoofd te stoten.
Zo is de bunkersector bijvoorbeeld heel fraudegevoelig. Het komt nogal eens voor dat een bedrijf bijvoorbeeld honderd ton brandstof heeft besteld en vervolgens tachtig ton en verder alleen ‘lucht’ geleverd krijgt. Er wordt weinig aangifte gedaan van dit soort gevallen, omdat bedrijven bang zijn uitgesloten te worden van leveringen. Rederijen berekenen het verlies liever door in hun prijzen.
In het logistieke proces komt het bovendien veelvuldig voor dat cargadoors, vervoerders, reders, verzekeraars en andere partijen elkaar aansprakelijk stellen voor het niet of in beschadigde toestand leveren van goederen en diensten of van de verdwijning van goederen. Hoewel daarbij soms fraude of criminaliteit in het spel is, heeft de politie weinig zicht op dit soort aansprakelijkheidsconflicten. In de Rotterdamse haven is een aantal expertise- en recherchebureaus gespecialiseerd in onderzoeken naar maritieme fraude, verzekeringsfraude, containerdiefstal en autodiefstal. Zij werken afwisselend voor verzekeraars en andere partijen in de logistieke keten. Ook fraude en diefstallen worden daarbij door bedrijven en onderzoeksbureaus behandeld als zakelijke conflicten waarvoor een zakelijke oplossing wordt gezocht. ,,Het normatieve strafrechtbegrip van de publieke sector heeft plaatsgemaakt voor een pragmatisch begrip’’, aldus de politie. ,,Namelijk het voorkomen van verliezen, en als deze toch optreden, ze verhalen op betrokkenen.’’
Voor ondernemers geldt dat investeringen in veiligheid worden gerelateerd aan wat de concurrentie doet, zo wordt in het politierapport vastgesteld. Daarom noemt de politie het ‘hoopvol’ dat ondernemers in de regio Rotterdam wel gezamenlijk iets proberen te doen tegen werknemerscriminaliteit. Dit soort criminaliteit aanpakken is ook hard nodig, want het is in Rotterdam een structureel probleem.
Over de precieze aard en omvang van werknemerscriminaliteit is echter weinig bekend. De Zeehavenpolitie heeft een voorbeeld genoemd van een bedrijf waarbij werknemers meermalen containers met bijvoorbeeld sigaretten of elektronica leegmaakten om ze vervolgens leeg te versturen. Uit onderzoek bleek dat werknemers in alle geledingen van het bedrijf betrokken waren, van de boekhouder tot en met de portier. Degene die de slagboom bediende, kon achtduizend euro verdienen door één keer zijn ogen dicht te doen. In de Rotterdamse haven werkt veel personeel dat niet is gescreend, zijn de mogelijkheden om te saboteren in het gecompliceerde logistieke proces talrijk, is er relatief weinig toezicht op personeel en zijn er veel verleidingen voor werknemers. Criminele groepen of individuen schijnen de nodige druk uit te oefenen op werknemers om cruciale informatie aan hen door te spelen of om eens een oogje toe te knijpen. De werkgevers kunnen daar niet altijd een stokje voor steken. De snelheid en de massaliteit van het logistieke proces in de haven staan op gespannen voet met toezicht en controle, aldus de politie.