Maastricht . Er zijn volop kansen voor shortseavervoer tussen Limburg en het Verenigd Koninkrijk. Dit is de belangrijkste conclusie van een onderzoek naar shortseavervoer, in opdracht van ELC Limburg, de provincie Limburg en de regionale directie van rijkswaterstaat.
De vaarweg naar Zuid-Limburg wordt opgeknapt. In 2006 moeten alle bruggen zijn verhoogd en kunnen kustvaartschepen de route afleggen. ELC heeft nu laten onderzoeken welke bestemmingen het meest kansrijk zijn. Daarbij is gekeken naar het VK, Spanje, Portugal en Zweden. Criteria waren transporttijd, frequentie, betrouwbaardheid, milieu en transportkosten. Veruit de belangrijkste ladingpotentie blijkt Groot-Brittannië te hebben. Het meest logisch is een verbinding tussen Born en de havens van Felixstowe en Goole. Op deze route is een ladingaanbod van 55.000 teu oftewel gemiddeld vijf vrachten per week van 220 teu. Probleem is echter de onevenwichtigheid tussen im- en export. 80 procent is uitgaand en 20 procent inkomend. Anderzijds is een substantieel voordeel in de logistieke kosten te behalen, aldus het onderzoek.
Shortseaverbindingen met Spanje, Portugal en Zweden lijken niet rendabel door de beperkte goederenstroom. Er zou slechts één afvaart per week mogelijk zijn. ELC laat nog een vervolgonderzoek uitvoeren naar onder meer de benodigde infrastructurele voorwaarden.