‘Waal voldoet bij lange na niet aan diepgangsnorm’

droogte

De gemiddelde waterstand op de Waal, de belangrijkste vaarweg van Nederland, voldoet ‘bij lange na niet’ aan de gestelde norm. Daardoor waren de gevolgen van de extreem droge zomer voor de binnenvaart ernstiger dan nodig was.

Dat concludeert branchevereniging Koninklijke BLN-Schuttevaer (KBLNS) op basis van een uitgebreide analyse van de waterstanden gedurende de droogteperiode. Volgens het CBRB, de andere grote brancheorganisatie in de binnenvaart, houdt Nederland zich daarmee niet aan zijn inspanningsverplichting die voortvloeit uit de Akte van Mannheim, waarin de vrije vaart op de Rijn is geregeld. Volgens dat verdrag maken de Waal en de Lek deel uit van de Rijn.

Laagwater

Tijdens de uitzonderlijk lange laagwaterperiode bleek dat het punt met de minste waterdiepte niet langer bij Duisburg lag, zoals traditioneel het geval was, maar op de Waal in Nederland en met name in de bocht bij Nijmegen. Dat laatste hangt samen met het inmiddels befaamde ‘stenen bed’ op het linkerdeel van de rivierbodem. Dat stuk zakt niet mee met de rest van de rivierbedding, waardoor er steeds minder water staat. Daardoor is de diepgang op de Waal nu vaak tientallen centimeters minder dan op de Duitse Rijn.

Verder bleek het traditionele peilpunt bij Nijmegen lang niet zo betrouwbaar als altijd gedacht, omdat de rivierbodem ter plekke grotendeels bestaat uit fijn materiaal. Daardoor kunnen ‘duinen’ en kuilen onder water dagelijks voor verschillende waterdiepten zorgen. De sector wil daarom overschakelen op een stelsel van ‘minst gepeilde diepten’, die de werkelijke waterdiepten weergeven.

Quo Vadem

Daartoe is inmiddels het project Quo Vadem in gang gezet, waarbij waterdiepten worden verzameld en doorgegeven door de schepen zelf. Daarbij zijn al 68 schepen aangesloten, die elke dag ruim vijf miljoen metingen doen. Volgens KBLNS en CBRB zijn er echter minstens 250 aangesloten schepen nodig om betrouwbare realtime voorspellingen te kunnen doen.

De twee brancheverenigingen stellen dat de laagwaterperiode veel extra kosten heeft veroorzaakt, zowel in de sector zelf als bij verladers. Daarbij gaat het onder meer om het inhuren van extra schepen, planningskosten, opslagkosten en schaarste aan producten en grondstoffen. Harde cijfers ontbreken echter. De sector is daarom in gesprek met de Rotterdamse Erasmus Universiteit om die via een onderzoek op tafel te krijgen.

‘Waal voldoet bij lange na niet aan diepgangsnorm’ | NT

‘Waal voldoet bij lange na niet aan diepgangsnorm’

droogte

De gemiddelde waterstand op de Waal, de belangrijkste vaarweg van Nederland, voldoet ‘bij lange na niet’ aan de gestelde norm. Daardoor waren de gevolgen van de extreem droge zomer voor de binnenvaart ernstiger dan nodig was.

Dat concludeert branchevereniging Koninklijke BLN-Schuttevaer (KBLNS) op basis van een uitgebreide analyse van de waterstanden gedurende de droogteperiode. Volgens het CBRB, de andere grote brancheorganisatie in de binnenvaart, houdt Nederland zich daarmee niet aan zijn inspanningsverplichting die voortvloeit uit de Akte van Mannheim, waarin de vrije vaart op de Rijn is geregeld. Volgens dat verdrag maken de Waal en de Lek deel uit van de Rijn.

Laagwater

Tijdens de uitzonderlijk lange laagwaterperiode bleek dat het punt met de minste waterdiepte niet langer bij Duisburg lag, zoals traditioneel het geval was, maar op de Waal in Nederland en met name in de bocht bij Nijmegen. Dat laatste hangt samen met het inmiddels befaamde ‘stenen bed’ op het linkerdeel van de rivierbodem. Dat stuk zakt niet mee met de rest van de rivierbedding, waardoor er steeds minder water staat. Daardoor is de diepgang op de Waal nu vaak tientallen centimeters minder dan op de Duitse Rijn.

Verder bleek het traditionele peilpunt bij Nijmegen lang niet zo betrouwbaar als altijd gedacht, omdat de rivierbodem ter plekke grotendeels bestaat uit fijn materiaal. Daardoor kunnen ‘duinen’ en kuilen onder water dagelijks voor verschillende waterdiepten zorgen. De sector wil daarom overschakelen op een stelsel van ‘minst gepeilde diepten’, die de werkelijke waterdiepten weergeven.

Quo Vadem

Daartoe is inmiddels het project Quo Vadem in gang gezet, waarbij waterdiepten worden verzameld en doorgegeven door de schepen zelf. Daarbij zijn al 68 schepen aangesloten, die elke dag ruim vijf miljoen metingen doen. Volgens KBLNS en CBRB zijn er echter minstens 250 aangesloten schepen nodig om betrouwbare realtime voorspellingen te kunnen doen.

De twee brancheverenigingen stellen dat de laagwaterperiode veel extra kosten heeft veroorzaakt, zowel in de sector zelf als bij verladers. Daarbij gaat het onder meer om het inhuren van extra schepen, planningskosten, opslagkosten en schaarste aan producten en grondstoffen. Harde cijfers ontbreken echter. De sector is daarom in gesprek met de Rotterdamse Erasmus Universiteit om die via een onderzoek op tafel te krijgen.