Bedoeling is dat het schip nog voor het einde van dit jaar in de vaart komt. Het zal worden ingezet op de Seine in de Franse hoofdstad Parijs. Of het écht het eerste schip op waterstof wordt, is overigens nog de vraag. Het Rotterdamse Future Proof Shipping heeft aangekondigd het containerbinnenvaartschip ‘Maas’ te gaan uitrusten met een brandstofcel-installatie. Ook dit project moet nog dit jaar worden gerealiseerd. Verder gaat Harm Lenten, lid van binnenvaartcoöperatie NPRC, het nieuwbouwschip ‘Antonie’ met brandstofcellen uitrusten. Directeur Antoon Van Coillie van Blue Line Logistics: ‘Maar onze Zulu wordt sowieso het eerste schip op waterstof in Frankrijk.’

Marktkansen

Compagnie Fluviale de Transport (CFT) is grootaandeelhouder van BLL en koos voor een Zulu-vrachtschip op waterstofaandrijving. ‘Het was in eerste instantie de bedoeling dat voor CFT een duwboot werd ontworpen die op waterstof ging varen op de Rhône bij Lyon. Maar nu is om meerdere redenen voor een Zulu gekozen’, aldus Ferenc Szilagyi, gedelegeerd bestuurder namens CFT.

‘De Zulu is speciaal bedoeld voor stadsdistributie. De inwoners van Parijs en ook het stadsbestuur zien graag minder vrachtwagens in de binnenstad. De binnenvaart kan daarbij een grote rol spelen.’ En de Seine stroomt mooi dwars door Parijs. ‘Zo kun je veel plekken rechtstreeks bereiken. Met stadsdistributie over water biedt je echt meerwaarde voor de stad, je onderneemt op een maatschappelijk verantwoorde wijze.’ De Olympische Zomerspelen van Parijs in 2024 spelen een rol in de plannen. ‘Schoon vervoer moet echt een soort visitekaartje worden.’

Tekst gaat verder onder de foto.

Kopie van Zulu 03, waterstofschip, binnenvaart

Oorspronkelijk was het plan om de ‘Zulu 06’, evenals haar zusterschip ‘Zulu 05’, een dieselelektrische aandrijving te geven en dan later eventueel over te stappen op brandstofcellen. Maar die tussenstap wordt nu overgeslagen. ‘Juist omdat het schip zo licht is en ook lichte spullen zal gaan vervoeren, is het mogelijk dat de Zulu volledig elektrisch op brandstofcellen gaat varen.’

Brandstofcel

Het schip gaat varen op gecomprimeerde groene waterstof die uit hernieuwbare bronnen komt, zoals zonne-energie en windenergie. Het aandrijfsysteem wordt geleverd door ABB Marine & Ports, met brandstofcellen van Ballard. LMG Marin is verantwoordelijk voor de detailontwerptekeningen. De waterstof wordt geleverd door leveranciers in de regio Parijs.

Het casco wordt gebouwd in Roemenië en is gebaseerd op het ontwerp van de Maxi-Zulu. Het wordt 55 meter lang en acht meter breed. Dat is breder dan de andere Zulu-schepen. De ‘Zulu 06’ kan 500 ton lading meenemen, 475 pallets of 16 containers. Het krijgt een plat dek met een stuurhut op het voorschip. Een eigen laad- en loskraan maakt dat het schip zelfstandig lading kan overslaan. Het casco moet in september worden opgeleverd, de afbouw in december klaar zijn.

Het op waterstof varende schip wordt eigendom van CFT, een dochteronderneming van de ­Sogestran-groep. De ‘Zulu 06’ gaat hoofdzakelijk winkelvoorraden aanvoeren. Het transport zal echter niet alleen business-to-business zijn, maar ook business-to-consumer. ‘Mensen bestellen veel online, dus dat wordt dan ook de stad in vervoerd’, aldus Szilagyi. Vanuit de stad worden afvalstromen mee naar buiten genomen.

Hoge kosten

‘De vraag naar duurzaam vervoer over de binnenwateren neemt toe. We zijn blij dat wij het voortouw kunnen nemen bij de terugdringing van schadelijke emissies en de superieure eigenschappen van waterstofbrandstofcellen kunnen demonstreren’, zegt Matthieu Blanc, directeur van CFT. Ook Van Coillie ziet toekomst in waterstof en stelt dat dit soort proefprojecten nodig is om de vraag naar waterstof op gang te brengen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Kopie van Zulu 03, waterstofschip, binnenvaart

De Europese Commissie denkt daar klaarblijkelijk net zo over. In het kader van het innovatieprogramma Horizon 2020 stak Europa vijf miljoen euro subsidie in het Flag­ship-project. Dat geld wordt gebruikt voor de bouw van twee waterstofschepen. Een wordt de ‘Zulu 06’ in Frankrijk, het andere wordt ontwikkeld in Noorwegen. De betrokken ondernemers investeren gezamenlijk circa twee miljoen euro extra.

Volgens CFT is subsidie essentieel omdat de investering anders te risicovol zou zijn. ‘De capaciteit, infrastructuur en techniek staan nog in de kinderschoenen’, zegt Szilagyi. ‘De kosten zijn in het begin hoog. Ook voor klanten die gebruik willen maken van dit concept. Dat is omdat wij voorlopers zijn. Maar de techniek zal langzamerhand verbeteren en dan gaan de kosten omlaag.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding