In de documentaire komt naar voren dat veel aanvaringen terug te voeren zijn op miscommunicatie of een taalbarrière. Gemiddeld een keer per week vindt er een aanvaring plaats tussen twee binnenvaartschepen. Bijna de helft van die aanvaringen komt door communicatieproblemen omdat schippers niet dezelfde taal spreken, zo blijkt uit een rapport van consultancybureau Intergo. Als Engels als officiële voertaal wordt ingevoerd, zou dat de veiligheid ten goede komen, is de opvatting van veel betrokkenen.

Gemengde bemanningen

In de tot nu toe geldende praktijk luidt de afspraak, dat schepen onderling en met havens en sluizen communiceren in de taal van het land waar men vaart óf in het Duits. Dat is historisch zo gegroeid omdat de meeste schepen varen op het traject Nederland-Duitsland-Zwitserland. In de binnenvaart is geen uniforme voertaal. Op zee is die er wel: Engels.

Koninklijke BLN Schuttevaer vindt dat er iets moet veranderen om het groeiend aantal aanvaringen tegen te gaan. Beleidsadviseur Bas Struyk: ‘Er zijn steeds meer gemengde bemanningen. Engels als officiële voertaal zal een bijdrage leveren aan de veiligheid. Het sluit beter aan op de praktijk.’

Ook de Nationale Nautische Verkeersleiders Opleiding vindt dat er voortaan één taal moet worden gesproken. Andreas Keller, hoofd opleidingen: ‘Een feit is dat bemanningen steeds minder Duits georiënteerd zijn. We worden ingehaald door de realiteit. En dat is communicatie in het Engels.’

Verzekeraar EOC verwacht ook dat eenduidige uniforme communicatie zorgt voor minder ongevallen in de binnenvaart. Marnix de Bakker: ‘Gezien de toename van het aantal buitenlandse werknemers en de verjonging van de kapiteins en stuurmannen, is Engels het meest voor de hand liggend als toelaatbare voertaal, en niet Duits.’

Door personeelsgebrek neemt het aantal buitenlandse bemanningen in de binnenvaart toe. Veel werknemers komen uit Midden- en Oost-Europa. Dat bleek uit het thematische rapport van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) over ‘de arbeidsmarkt in de Europese binnenvaart’ uit februari van dit jaar. Dat gegeven maakt de communicatie aan boord en met de wal er niet gemakkelijker op.

Potatopeel-syndroom

Rijkswaterstaat handhaaft op Nederlandse vaarwegen de afgesproken voertaal; Nederlands of Duits. In de buurt van zeehavens wordt Engels geaccepteerd. In 2018 en 2019 werden twaalf processen-verbaal uitgeschreven voor schippers die geen van de voorgeschreven voertalen spraken. Dit jaar zijn er tot nu toe zes processenverbaal uitgeschreven.

In de binnenvaart geldt het potatopeel-syndroom (aardappelschil- syndroom), zegt Arjen Mintjes, directeur van de Maritieme Academie Harlingen. ‘Dat staat voor het feit dat het tot op heden mogelijk is om met vaartijd je papieren te halen. Zonder dat je een opleiding van binnen hebt gezien.’

In 2017 werd een Europese richtlijn opgesteld waarin de eisen voor binnenvaartbemanningen gelijkgetrokken werden. In januari 2022 gaat die richtlijn in. Een belangrijke eis voor toekomstige binnenvaartschippers en -kapiteins is het afleggen van een praktijkexamen waarin communicatie nadrukkelijk aan bod komt. Het was de bedoeling dat daarbij ook een uniforme voertaal zou worden afgesproken, maar dat is nog niet gelukt.

OVV: Ook bij aanvaring op Westerschelde speelde taal een rol

In april 2019 vond op de Westerschelde een aanvaring plaats tussen het Zwitserse riviercruiseschip ‘Viking Idun’ en de Maltese chemicaliëntanker ‘Chemical Marketer’. Het ongeluk gebeurde na middernacht. Aan boord van het cruiseschip waren 43 bemanningsleden en 137 veelal oudere passagiers, van wie de meesten in de afgesloten hutten lagen te slapen. Enkelen van hen raakten door de klap lichtgewond.

De schade aan de schepen was aanzienlijk. De klap veroorzaakte een groot gat in de scheepswand van de chemicaliëntanker, die was beladen met onder meer benzeen, heptaan en methanol. Doordat de chemicaliën in dubbelwandige tanks zaten, is een lekkage van zeer giftige stoffen voorkomen, zo stelde de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) vast.

De OVV concludeerde dat de bemanningsleden van de ‘Viking Idun’ weliswaar bevoegd waren, maar onvoldoende bekwaam. ‘De bemanning van de ‘Viking Idun’ had onvoldoende kennis over het complexe Westerschelde-vaargebied. Ook beheersten zij onvoldoende de Engelse taal, waardoor de communicatie via de marifoon niet goed werd verstaan of begrepen.’

De OVV heeft aanbevelingen gedaan voor een effectievere handhaving van de voertaaleis aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De reactie op die aanbevelingen wordt begin juni verwacht.