Het binnenvaartschip de ‘Alphenaar’ is volgens ZES het eerste Nederlandse binnenvaartschip dat voor de aandrijving gebruik maakt van verwisselbare energiecontainers. Het schip vaart tussen Alphen aan den Rijn en Moerdijk voor bierbrouwer Heineken, de eerste klant van ZES. De bierbrouwer is hiervoor een tienjarig contract aangegaan.

De verwisselbare energiecontainers, ook wel ZESpacks, zijn standaard 20-voets containers gevuld met batterijen die worden geladen met stroom. De eerste twee ZESpacks worden geladen en gewisseld bij het eerste laadstation op de terminal van CCT in Alphen aan den Rijn.

Volgens Willem Dedden, ceo van ZES, werken de ZESpacks die nu in gebruik zijn met lithium-ion batterijen, ‘maar in de toekomst kan dat ook waterstof, ammoniak of iets anders zijn.’ De energiecontainers bestaan uit 45 batterijmodules van totaal 2MWh; vergelijkbaar met de capaciteit van zo’n 36 elektrische auto’s.

CO2-uitstoot

Volgens ZES speelt de binnenvaart een belangrijke rol in het reduceren van milieuemissies. ‘Binnen transport is de binnenvaart verantwoordelijk voor 5% van de CO2 uitstoot in Nederland. Daarbij wordt 11% van de totale Nederlandse NOx emissies veroorzaakt door de binnenvaart.’

Om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen heeft de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens de ambitie om in 2030 de emissies in de binnenvaart met 50% te reduceren. Voor het realiseren van dit doel is een transitie naar volledig elektrisch aangedreven vervoer over water nodig, aldus ZES.

2030

Dedden: ‘Het energieconcept dat ZES in de markt zet, draagt met de besparing van zo’n 1.000 ton CO2 en 7 ton NOx per schip per jaar direct bij aan reductie van emissies. Daarbij produceren schepen die varen met ZES geen fijnstof en geluid.’

ZES heeft de ambitie om op korte termijn op te schalen naar acht schepen, acht laadstations en veertien ZESpacks. Het bedrijf wil in 2030 30 zero emissie vaarroutes realiseren, waarmee tot 360.000 ton CO2 en 2.800 ton NOx kan worden bespaard. Het bedrijf zegt dat de concurrentie met fossiel varen alleen aangegaan kan worden met hulp van overheid, havens, terminals en het bedrijfsleven.

ING, energieleverancier Engie, maritiem technologiebedrijf Wärtsilä en Havenbedrijf Rotterdam hebben vorig jaar het bedrijf ZES opgericht. Daarin wordt met steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat twintig miljoen euro geïnvesteerd voor de ontwikkeling van de apparatuur en de aanleg van laadstations.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding