‘Europees vergroeningsfonds broodnodig voor binnenvaart’

Onderzoek Clinsh

Er moet een Europees vergroeningsfonds komen om eigenaren van binnenvaartschepen te helpen met investeren in Stage V-motoren, nabehandelingstechnieken en schone brandstof, zo concludeert het Europese promotieconsortium Clinsh (Clean Inland Shipping) na eigen onderzoek.

Clinsh ging bij zijn onderzoek niet over een nacht ijs. Het Europees consortium, dat schoon binnenvaartvervoer promoot van Nederlandse, Belgische, Duitse en Engelse publieke en private organisaties, besteedde er zeven jaar aan en presenteerde de resultaten met een ‘final conference’ in het Delta Hotel in Vlaardingen. Het was mogelijk om de onthulling live bij te wonen via een digitale verbinding.

VVD-Europarlementariër Caroline Nagtegaal riep afgelopen september de Europese Commissie al op om een Europees binnenvaartfonds te realiseren en de sector financieel te ondersteunen bij het verduurzamen. Tijdens het congres in Vlaardingen zei Nagtegaal dat zo’n fonds financiële steun moet bieden aan ondernemers om te vergroenen. Er zijn nog wel een paar vragen die beantwoord moeten worden alvorens het fonds wordt opgezet, zo zei ze. ‘Wie mag er aanspraak maken op het fonds: alleen de schippers die vracht vervoeren of ook de schippers van passagiersschepen? En mogen alleen scheepseigenaren gebruikmaken van het fonds of moet dit breder getrokken worden?’

Stage V-motor

In de onderzoeksbevindingen staat dat vanuit maatschappelijk oogpunt de komende tien tot vijftien jaar in veel gevallen vervanging van de motoren door een moderne Stage V-motor voordelig is. In andere gevallen is de toepassing van nabehandelingstechniek, zoals SCR-katalysatoren en roetfilters of het gebruik van de brandstof gtl (‘gas to liquids), een effectieve maatregel.

Daarnaast komen uit het onderzoek nog een aantal aanbevelingen naar voren gericht op overheidsbeleid. Zo wordt een lans gebroken voor een belasting op niet-duurzame brandstoffen, zoals diesel, zodat scheepseigenaren sterker gestimuleerd worden om voor groenere oplossingen te kiezen. Daarbij zouden de inkomsten uit de belasting het budget van het vergroeningsfonds kunnen verhogen. Maar ook de invoering van lage-emissiezones in havens door lokale overheden wordt genoemd. Dat is een vergelijkbare opzet als de milieuzones die zijn ingevoerd voor het wegvervoer. Clinsh adviseert om de haalbaarheid en impact van een dergelijke zonering verder te onderzoeken.

Ook adviseert het consortium om te investeren in walstroom op plekken waar aangemeerde schepen nu met hun dieselgenerator voor een verslechterde luchtkwaliteit en geluidsoverlast zorgen. De afschaffing van energiebelasting op walstroom moet een gelijk speelveld creëren met stroomopwekking aan boord met onbelaste diesel, aldus de onderzoekers.

Volksgezondheid

Volgens het onderzoek levert het investeren in een schonere binnenvaart de komende jaren grote maatschappelijke baten op. ‘Hierbij valt te denken aan voordelen voor de volksgezondheid en behoud van biodiversiteit door een verbetering van de luchtkwaliteit door minder milieuvervuilende uitstoot van met name stikstof en fijnstof.’

In het rapport valt te lezen dat voor de toekomst emissievrije technologieën in de binnenvaart zijn voorzien, zoals elektrisch varen op batterijen en waterstof. Toch pleit het Clinsh ervoor om de komende periode ook te investeren in direct beschikbare maatregelen voor de bestaande binnenvaartvloot. ‘Met deze investeringen kan de luchtkwaliteit al op korte termijn worden verbeterd. Zo blijkt onder andere dat de komende jaren de maatschappelijke baten van emissiereductie, van met name stikstof en fijnstof, 4,9 miljard euro bedragen. Deze baten liggen aanzienlijk hoger dan de investeringskosten van 1,3 miljard euro en de extra totale kosten voor de scheepseigenaren, 760 miljoen euro, in deze periode.’

Batterij-elektrisch duur

De kosten zijn een onmisbaar onderdeel van het onderzoek, zegt Remco Hoogma, die het onderzoeksrapport heeft geschreven. In het onderzoek wordt de balans onderzocht tussen de kosten die een scheepseigenaar moet maken om te verduurzamen en de voordelen die het de samenleving oplevert. Er moet opgemerkt worden dat de kosten betrekking hebben op de motor (investeringen, onderhoud en bediening) en niet op het volledige schip.

‘Alle technologieën om te verduurzamen die we onderzocht hebben, laten een positief resultaat zien. Zo is de Stage V-motor relatief betaalbaar en relatief voordelig voor de samenleving. De motor bereikt de beste reductie van de NOx- en pm-emissies en heeft de laagste totale maatschappelijke kosten. Batterij-elektrisch varen heeft het beste milieu-effect, maar is ook nog behoorlijk duur.’

De opties die volgens Hoogma leiden tot de hoogste emissiereductie zijn Stage V, lng en scr. Scr is een nabehandelingsproces dat tot 90% stikstofoxide omvormt naar diatomische stikstof en water, via een katalysator. Fuel water emulsion (fwe) en gtl verminderen de CO2-uitstoot minder, maar zijn relatief goedkoper voor scheepseigenaren om mee te varen. Fwe is de technologie waarbij brandstof wordt geëmulgeerd met water in dieselmotoren.

Meetapparatuur

Met 8,5 miljoen euro steun uit het Europese Life-fonds hield Clinsh ook een praktijkproef op 43 schepen. Op de schepen, die door heel West-Europa varen, werd meetapparatuur geplaatst, waarna twee jaar lang de uitstoot aan boord gemeten werd. De schepen die deelnamen aan het Clinsh-project maken gebruik van verschillende motoren, brandstoffen en van duurzame technieken zoals katalysatoren en roetfilters.

In het onderzoeksrapport staat geschreven dat de gecontroleerde vloot bestond uit verschillende soorten vaartuigen: passagiersschepen, duwboten, verschillende soorten vrachtschepen, gekoppelde konvooien, veerboten en sleepboten/werkboten. Volgens Hoogma zijn data van vóór de implementatie van groene technologie vergeleken met de data van het varen mét die duurzame technologie.

De deelnemende schippers konden een vergoeding krijgen van maximaal de helft van de kosten van aanpassingen aan hun schip. De verzamelde data over de mate van brandstofverbruik en de emissies zijn gebruikt om duidelijk te krijgen wat de milieuwinst is van de diverse technieken, met het uiteindelijke doel om emissies van broeikasgassen terug te dringen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

‘Europees vergroeningsfonds broodnodig voor binnenvaart’ | NT

‘Europees vergroeningsfonds broodnodig voor binnenvaart’

Onderzoek Clinsh

Er moet een Europees vergroeningsfonds komen om eigenaren van binnenvaartschepen te helpen met investeren in Stage V-motoren, nabehandelingstechnieken en schone brandstof, zo concludeert het Europese promotieconsortium Clinsh (Clean Inland Shipping) na eigen onderzoek.

Clinsh ging bij zijn onderzoek niet over een nacht ijs. Het Europees consortium, dat schoon binnenvaartvervoer promoot van Nederlandse, Belgische, Duitse en Engelse publieke en private organisaties, besteedde er zeven jaar aan en presenteerde de resultaten met een ‘final conference’ in het Delta Hotel in Vlaardingen. Het was mogelijk om de onthulling live bij te wonen via een digitale verbinding.

VVD-Europarlementariër Caroline Nagtegaal riep afgelopen september de Europese Commissie al op om een Europees binnenvaartfonds te realiseren en de sector financieel te ondersteunen bij het verduurzamen. Tijdens het congres in Vlaardingen zei Nagtegaal dat zo’n fonds financiële steun moet bieden aan ondernemers om te vergroenen. Er zijn nog wel een paar vragen die beantwoord moeten worden alvorens het fonds wordt opgezet, zo zei ze. ‘Wie mag er aanspraak maken op het fonds: alleen de schippers die vracht vervoeren of ook de schippers van passagiersschepen? En mogen alleen scheepseigenaren gebruikmaken van het fonds of moet dit breder getrokken worden?’

Stage V-motor

In de onderzoeksbevindingen staat dat vanuit maatschappelijk oogpunt de komende tien tot vijftien jaar in veel gevallen vervanging van de motoren door een moderne Stage V-motor voordelig is. In andere gevallen is de toepassing van nabehandelingstechniek, zoals SCR-katalysatoren en roetfilters of het gebruik van de brandstof gtl (‘gas to liquids), een effectieve maatregel.

Daarnaast komen uit het onderzoek nog een aantal aanbevelingen naar voren gericht op overheidsbeleid. Zo wordt een lans gebroken voor een belasting op niet-duurzame brandstoffen, zoals diesel, zodat scheepseigenaren sterker gestimuleerd worden om voor groenere oplossingen te kiezen. Daarbij zouden de inkomsten uit de belasting het budget van het vergroeningsfonds kunnen verhogen. Maar ook de invoering van lage-emissiezones in havens door lokale overheden wordt genoemd. Dat is een vergelijkbare opzet als de milieuzones die zijn ingevoerd voor het wegvervoer. Clinsh adviseert om de haalbaarheid en impact van een dergelijke zonering verder te onderzoeken.

Ook adviseert het consortium om te investeren in walstroom op plekken waar aangemeerde schepen nu met hun dieselgenerator voor een verslechterde luchtkwaliteit en geluidsoverlast zorgen. De afschaffing van energiebelasting op walstroom moet een gelijk speelveld creëren met stroomopwekking aan boord met onbelaste diesel, aldus de onderzoekers.

Volksgezondheid

Volgens het onderzoek levert het investeren in een schonere binnenvaart de komende jaren grote maatschappelijke baten op. ‘Hierbij valt te denken aan voordelen voor de volksgezondheid en behoud van biodiversiteit door een verbetering van de luchtkwaliteit door minder milieuvervuilende uitstoot van met name stikstof en fijnstof.’

In het rapport valt te lezen dat voor de toekomst emissievrije technologieën in de binnenvaart zijn voorzien, zoals elektrisch varen op batterijen en waterstof. Toch pleit het Clinsh ervoor om de komende periode ook te investeren in direct beschikbare maatregelen voor de bestaande binnenvaartvloot. ‘Met deze investeringen kan de luchtkwaliteit al op korte termijn worden verbeterd. Zo blijkt onder andere dat de komende jaren de maatschappelijke baten van emissiereductie, van met name stikstof en fijnstof, 4,9 miljard euro bedragen. Deze baten liggen aanzienlijk hoger dan de investeringskosten van 1,3 miljard euro en de extra totale kosten voor de scheepseigenaren, 760 miljoen euro, in deze periode.’

Batterij-elektrisch duur

De kosten zijn een onmisbaar onderdeel van het onderzoek, zegt Remco Hoogma, die het onderzoeksrapport heeft geschreven. In het onderzoek wordt de balans onderzocht tussen de kosten die een scheepseigenaar moet maken om te verduurzamen en de voordelen die het de samenleving oplevert. Er moet opgemerkt worden dat de kosten betrekking hebben op de motor (investeringen, onderhoud en bediening) en niet op het volledige schip.

‘Alle technologieën om te verduurzamen die we onderzocht hebben, laten een positief resultaat zien. Zo is de Stage V-motor relatief betaalbaar en relatief voordelig voor de samenleving. De motor bereikt de beste reductie van de NOx- en pm-emissies en heeft de laagste totale maatschappelijke kosten. Batterij-elektrisch varen heeft het beste milieu-effect, maar is ook nog behoorlijk duur.’

De opties die volgens Hoogma leiden tot de hoogste emissiereductie zijn Stage V, lng en scr. Scr is een nabehandelingsproces dat tot 90% stikstofoxide omvormt naar diatomische stikstof en water, via een katalysator. Fuel water emulsion (fwe) en gtl verminderen de CO2-uitstoot minder, maar zijn relatief goedkoper voor scheepseigenaren om mee te varen. Fwe is de technologie waarbij brandstof wordt geëmulgeerd met water in dieselmotoren.

Meetapparatuur

Met 8,5 miljoen euro steun uit het Europese Life-fonds hield Clinsh ook een praktijkproef op 43 schepen. Op de schepen, die door heel West-Europa varen, werd meetapparatuur geplaatst, waarna twee jaar lang de uitstoot aan boord gemeten werd. De schepen die deelnamen aan het Clinsh-project maken gebruik van verschillende motoren, brandstoffen en van duurzame technieken zoals katalysatoren en roetfilters.

In het onderzoeksrapport staat geschreven dat de gecontroleerde vloot bestond uit verschillende soorten vaartuigen: passagiersschepen, duwboten, verschillende soorten vrachtschepen, gekoppelde konvooien, veerboten en sleepboten/werkboten. Volgens Hoogma zijn data van vóór de implementatie van groene technologie vergeleken met de data van het varen mét die duurzame technologie.

De deelnemende schippers konden een vergoeding krijgen van maximaal de helft van de kosten van aanpassingen aan hun schip. De verzamelde data over de mate van brandstofverbruik en de emissies zijn gebruikt om duidelijk te krijgen wat de milieuwinst is van de diverse technieken, met het uiteindelijke doel om emissies van broeikasgassen terug te dringen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding