Heineken produceert en verscheept 18 miljoen hectoliter bier per jaar. ‘In flesjes is dat negen keer de wereld rond’, lachte Smits. ‘En omdat wij heel de wereld overgaan, is het belangrijk dat wij ons product op een verantwoorde en duurzame manier produceren en verschepen.’

De rekening van een klimaatneutrale productieketen moet niet volledig bij de verlader komen te liggen, maar zeker ook niet helemaal bij de binnenvaartschipper, zei Smits. Heineken heeft zich volgens hem daarom gecommitteerd aan emissieloos binnenvaartvervoer op batterijen. ‘Wij willen als Heineken in 2030 klimaatneutraal produceren en in 2040 de hele keten groen hebben, van leverancier tot transport. Sterker nog: in 2027 moeten de Nederlandse brouwerijen in elk geval al klimaatneutraal zijn. Daar investeren we flink in.’

Batterijcontainer

De brouwerij vult jaarlijks zeventigduizend containers met bier. Deze containers worden vanuit Den Bosch, Wijlre en Zoeterwoude, waar de brouwerijen staan, verscheept naar de zeehavens in het ARA-gebied (Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen). ‘In 2018 werd onderzoek gedaan naar hoe we dat proces konden verduurzamen. Daaruit kwam dat batterijen sneller inzetbaar, goedkoper en veiliger waren. Daaruit werd de ZESpack batterijcontainer geboren.’ ZES (Zero Emission Services) is een door het bedrijfsleven en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ondersteund project. ZES-schepen varen op de route Alphen aan den Rijn-Moerdijk een lijndienst.

Per container betaalt Heineken aan het Alpherium in Alphen aan den Rijn een vergoeding die gelijkstaat aan de dieselprijs. Het concern ging een langetermijncommitment aan met een contract van acht jaar met ZES. Toch gaf Smits toe dat Heineken als verlader niet per se meer betaalt voor groene schepen, maar wel reiszekerheid biedt. ‘Wij als verlader zouden niet als enige moeten investeren in groene infrastructuur en innovatie. Dat zou de overheid moeten doen met subsidies.’

Tekkelenburg sloot zich bij die zienswijze aan. ‘Verduurzaming is niet alleen een thema voor de binnenvaart, maar voor de hele maatschappij.’

Wel denkt de accountmanager dat de gemiddelde binnenvaartondernemer te weinig druk voelt om te verduurzamen. ‘Vergroening is onvermijdelijk, linksom of rechtsom. Als je het sentiment houdt dat je daarin niet wilt investeren, dan neem je het risico dat je achterblijft. Zorg dus dat je vandaag al weet waar je naartoe wilt.’

Tekkelenburg stelde vast dat er niet méér betaald wordt voor groen transport, maar dat vuilere schepen gewoon geen reizen meer krijgen aangeboden.

Smits beaamde dat. ‘Heineken investeert tientallen miljoenen in brouwerijen, dus wij verwachten dat het transport dit ook doet.’ Vervuilende partijen kunnen in de toekomst niet meer vervoeren voor Heineken, waarschuwde hij. ‘Als we die vergroeningsstap niet nemen, verliezen we over tien jaar marktaandeel.’

Financieren

Tekkelenburg vervolgde: ‘Bij de Rabobank is het belangrijk dat wij een vloot financieren die steeds groener wordt. Wij kijken bij elke aanvraag: wat is er mogelijk? En nee, wij wijzen geen aanvragen af als een oudere motor is ingebouwd. Wij willen gewoon weten of er een business case is om toch nog te vergroenen.’

Eerder voorspelde sectormanager Marco van Beek van de Rabobank dat kleine schepen het loodje zouden leggen bij de energietransitie. Tekkelenburg gaat hier niet helemaal in mee. ‘Ieder goed onderbouwd plan krijgt financiering vanuit de bank. Of dat nou gaat om een klein of een groot schip. Al is de beoordeling wel anders dan voorheen. In het verleden keek je alleen naar de motor, nu naar de hele aandrijflijn. En voor een kleiner schip zijn de investeringen lastiger terug te verdienen.’ Al ziet de accountmanager dat er klanten zijn die het toch voor elkaar krijgen.

En: ‘De schipper kan het niet alleen. Vooral als de markt zou afnemen, heeft de vloot hulp nodig bij vergroening. Als een verlader keuze heeft uit tien schepen, kiest hij de vijf groenste voor de reis.’

Daarom moet de keten betere afspraken maken om de rekening niet bij een enkele partij te leggen, stellen Smits en Tekkelenburg. En daar zijn katalysatoren voor nodig, om de keten een duw in de goede richting te geven. ‘Een goede stimulans is de hoge brandstofprijs. Of autoriteiten die strafmaatregelen invoeren. Dan komt vergroening in een stroomversnelling.’

Dit artikel verscheen eerder in Schuttevaer.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement