Dat zegt de Centrale Raad van Beroep in Utrecht in een uitspraak in een zaak tussen een binnenvaartmatroos en de Sociale Verzekeringsbank. De matroos woonde in Nederland en werkte op een Nederlands schip voor een Nederlandse eigenaar. Maar hij stond op de loonlijst van een bedrijf in Liechtenstein en had zich daar aangemeld voor de sociale verzekeringswetgeving. Het schip voer in Nederland, Duitsland en België.

Voorschot

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) was het niet eens met de overstap naar het Zwitserse bergstaatje. De SVB vond dat de matroos weliswaar een contract in Liechtenstein had, maar in feite voor een belangrijk deel in Nederland werkte en dus hier premies moest betalen. Bij het Liechtensteinse orgaan dat over de premieheffing gaat, vroeg de SVB de premies die de man daar had afgedragen terug. Dit als voorschot op de sociale premies die hij in Nederland zou moeten betalen.

De matroos ging daartegen in beroep. Met een Excelbestand probeerde hij aan te tonen dat hij op het schip voor minder dan 25% van de tijd in Nederland had gewerkt. Het 25%-criterium staat inartikel 14 van de Europese Toepassingsverordening: ‘In het kader van een algemene beoordeling geldt een aandeel van minder dan 25% als indicatie dat een substantieel gedeelte van de werkzaamheden niet in de betrokken lidstaat wordt verricht.’

Het bemanningslid zag zijn gelijk waarschijnlijk al aan de horizon:met zijn in Excel bijgehouden administratie was hij uitgekomen op 18,5%. Zijn werkgever kwam op basis van het vaartijdenboek uit op 22,89%. De Sociale Verzekeringsbank telde het vaartijdenboek nog eens na en kwam uit op 22%. Onder de 25% dus. Maar toch te veel. Want de Centrale Raad van Beroep bepaalde eerder dat de Sociale Verzekeringsbank mag uitgaan van een bandbreedte van 5 procentpunten. Boven de ongeveer 20% is zodoende al sprake van ‘een substantieel gedeelte van de werkzaamheden’ die in Nederland worden verricht.

Controle

Alleen de berekening van de matroos zelf viel nog binnen de gestelde norm. Maar de Raad vond de bewijskracht van zijn Excel-sheet te mager: ‘Zoals appellant ter zitting heeft toegelicht heeft hij zelf dagelijks de gegevens ingevuld in het bestand en bestond hier geen enkele controle op.’ Met andere woorden: wie zegt dat opgave van de matroos overeenkomt met de werkelijkheid? Dus nam de Raad zijn opgave niet mee in de beoordeling. Op basis van het vaartijdenboek oordeelde de Raad dat de matroos teveel uren in Nederland had gewerkt. Hij valt daarom onder het Nederlandse verzekeringsstelsel en zal in Nederland sociale premies moeten afdragen.

Dit artikel verscheen eerder in Schuttevaer.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement