Het Duitse bedrijf, dat ook een kantoor in Zwijndrecht heeft, vervoert jaarlijks zo’n 2 miljoen containers vanuit West-Europese zeehavens naar Duitsland en andere bestemmingen verder landinwaarts. Het bedrijf vormt daarmee ook een link tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en het Europese achterland.

Contargo meldt dat het een deel van de containers nu via het spoor wil vervoeren, maar de capaciteit is hier lang niet groot genoeg om alles te vervoeren. Klanten die de kosten voor de vertraging op het bedrijf willen verhalen, krijgen alvast nul op het rekest. Contargo zegt bij waterstanden onder een bepaalde grens niet aansprakelijk te zijn voor vertragingen.

Door de lage waterstanden is het goederenvervoer via de binnenvaart al langer lastig. Schepen kunnen minder vervoeren om niet te diep te liggen. De druk op de Nederlandse binnenvaart was al groot door de grote vraag naar kolen, het vertrek van grote schepen naar Oost-Europa om Oekraïens graan te vervoeren en verstoringen door de coronapandemie. Dat is een groot verschil met 2018, toen door droogte ook al minder water in de rivieren stond.

Maira van Helvoirt van branchevereniging Koninklijke Binnenvaart Nederland legt uit dat het ook bij een waterpeil onder de 40 centimeter, wat overigens niet de daadwerkelijke diepte aanduidt, in principe nog mogelijk is om verder te varen. Ook ligt het voor de Duitse industrie belangrijke Roergebied nog voor Kaub. Maar voor grotere schepen betekent het wel dat ze, afhankelijk van hun grootte, slechts een derde tot een zesde van hun maximale laadruimte kunnen vullen voorbij Kaub.

“Even los van wat het betekent voor de binnenvaart, we moeten ook kijken naar het grotere belang van de sector. Het is een efficiënte manier om te vervoeren. Je moet er niet aan denken dat al die goederen over de weg vervoerd worden. Maar bij te weinig laadruimte zal een deel van die lading mogelijk toch over de weg vervoerd moeten worden.”

Van Helvoirt vreest ook dat door de problemen productieprocessen bij afnemers in het geding komen. In Duitsland is dat in sommige gevallen al zo. Energieconcern Uniper kan bijvoorbeeld zijn elektriciteitscentrales niet van genoeg kolen voorzien om deze op volle kracht te laten draaien.