Vergeten groep bedrijven

Het onderwijs in Nederland holt achteruit als we de nieuwste cijfers van de Organisatie voor Economische en Sociale Ontwikkeling (OESO) mogen geloven.

We staan niet meer in de top-10 en zijn voorbijgestreefd door China, Japan maar ook Canada. De reden om dit aan te halen, is de constatering dat we dit weer kunnen verbeteren als we investeren in de gehele groep en niet alleen in uitzonderlijke gevallen, hoe belangrijk ook.

De parallel met de huidige positie van bedrijven die actief zijn in stedelijke distributie, lijkt te trekken. We spenderen veel subsidies, media-aandacht en attentiewaarde aan op zich innovatieve initiatieven en technieken als de vrachttram, binnenstadservice, de stadsbox, et cetera. De ‘gewone’ bedrijven, die zich in het verleden hebben bekwaamd op het gebied van stedelijke distributie, moeten het zelf oplossen zonder hulp zonder subsidies en met een zelfstandig in het verleden opgebouwde businesscase.

Ik was laatst aan het dineren met een aantal van deze stedelijke distributeurs van het eerste uur: TransMission, Klarenbeek, Van Opzeeland, Centraal Boekhuis, Wesseling Transport, et cetera. Bedrijven voor wie het bundelen van lading een vanzelfsprekendheid is (leegrijden kost geld) en die vaak met grote volumes naar een stad rijden. Bedrijven die zendingen bundelen op drop niveau (1 levering aan een winkel, maar wel vanuit meerdere leveranciers).

Zij zijn ook aan het experimenteren geslagen met elektrisch rijden en/of het rijden op groen gas, maar ondervinden ook de nadelige kanten van deze innovaties: de wagens zijn nochtans duur in aanschaf, hoog in onderhoudskosten en de alternatieve brandstof is nog geen ‘ubiqiteit’, vrij en overal beschikbaar. Ze maken zich zorgen over de snelheid waarmee goed bedoelde experimenten worden omgezet in ‘proven concepts’, vaak zonder (maatschappelijke) business case.

Een goed experiment opzetten is wat anders dan een goedlopend bedrijf bouwen en in tact houden. We zouden de leerprojecten moeten loskoppelen van het ondernemerschap, een ‘falend’ bedrijf (te kleinschalig, te veel de tijd vooruit) is nog geen mislukt experiment of pilot. 2011 is het jaar van de waarheid horen we experts roepen: de ambassadeur werkt samen met Connekt, TLN en EVO aan het opstellen van faire door de markt gedragen regels. Het lijkt raadzaam om analoog aan het advies van de OESO de voor stedelijke distributie gespecialiseerde transportbedrijven hierin een stem te geven en het hogere alom gewaardeerde doel (te weten een betere luchtkwaliteit) centraal te stellen en niet zonder meer de toegepaste techniek. Meer bundeling kan ook resultaten opleveren, evenals dagranddistributie.

Het is goed dat meerdere partijen nu samenwerken om dit doel te bereiken, dan komen we qua transport (net als hopelijk in het onderwijs) weer terug in de pool position waar we gezien onze reputatie horen te staan.

Marcel Michon, adviseur bij Buck Consultants International

Vergeten groep bedrijven | NT

Vergeten groep bedrijven

Het onderwijs in Nederland holt achteruit als we de nieuwste cijfers van de Organisatie voor Economische en Sociale Ontwikkeling (OESO) mogen geloven.

We staan niet meer in de top-10 en zijn voorbijgestreefd door China, Japan maar ook Canada. De reden om dit aan te halen, is de constatering dat we dit weer kunnen verbeteren als we investeren in de gehele groep en niet alleen in uitzonderlijke gevallen, hoe belangrijk ook.

De parallel met de huidige positie van bedrijven die actief zijn in stedelijke distributie, lijkt te trekken. We spenderen veel subsidies, media-aandacht en attentiewaarde aan op zich innovatieve initiatieven en technieken als de vrachttram, binnenstadservice, de stadsbox, et cetera. De ‘gewone’ bedrijven, die zich in het verleden hebben bekwaamd op het gebied van stedelijke distributie, moeten het zelf oplossen zonder hulp zonder subsidies en met een zelfstandig in het verleden opgebouwde businesscase.

Ik was laatst aan het dineren met een aantal van deze stedelijke distributeurs van het eerste uur: TransMission, Klarenbeek, Van Opzeeland, Centraal Boekhuis, Wesseling Transport, et cetera. Bedrijven voor wie het bundelen van lading een vanzelfsprekendheid is (leegrijden kost geld) en die vaak met grote volumes naar een stad rijden. Bedrijven die zendingen bundelen op drop niveau (1 levering aan een winkel, maar wel vanuit meerdere leveranciers).

Zij zijn ook aan het experimenteren geslagen met elektrisch rijden en/of het rijden op groen gas, maar ondervinden ook de nadelige kanten van deze innovaties: de wagens zijn nochtans duur in aanschaf, hoog in onderhoudskosten en de alternatieve brandstof is nog geen ‘ubiqiteit’, vrij en overal beschikbaar. Ze maken zich zorgen over de snelheid waarmee goed bedoelde experimenten worden omgezet in ‘proven concepts’, vaak zonder (maatschappelijke) business case.

Een goed experiment opzetten is wat anders dan een goedlopend bedrijf bouwen en in tact houden. We zouden de leerprojecten moeten loskoppelen van het ondernemerschap, een ‘falend’ bedrijf (te kleinschalig, te veel de tijd vooruit) is nog geen mislukt experiment of pilot. 2011 is het jaar van de waarheid horen we experts roepen: de ambassadeur werkt samen met Connekt, TLN en EVO aan het opstellen van faire door de markt gedragen regels. Het lijkt raadzaam om analoog aan het advies van de OESO de voor stedelijke distributie gespecialiseerde transportbedrijven hierin een stem te geven en het hogere alom gewaardeerde doel (te weten een betere luchtkwaliteit) centraal te stellen en niet zonder meer de toegepaste techniek. Meer bundeling kan ook resultaten opleveren, evenals dagranddistributie.

Het is goed dat meerdere partijen nu samenwerken om dit doel te bereiken, dan komen we qua transport (net als hopelijk in het onderwijs) weer terug in de pool position waar we gezien onze reputatie horen te staan.

Marcel Michon, adviseur bij Buck Consultants International