De vrees is dat dit bedrag nog lager uitvalt. Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) maakte deze week bekend dat een bedrag van 119 miljoen euro uit het infrafonds wordt gehaald, omdat hij als enige aandeelhouder van de NS een dividend van 119 miljoen euro is misgelopen door het Fyra-debacle. Andere tegenvallers van het kabinet kunnen zo ook heel makkelijk op het infrafonds worden verhaald. Dat is al een paar keer gebeurd.

De vraag rijst hoe lang dat kan doorgaan. Niet voor niets wees D66 er deze week op dat het Infrafonds geen grabbelton is waar telkens weer iets kan worden uitgehaald. Langzaamaan lijken alleen insiders nog zicht te hebben op wat er nu wel en niet in het fonds zit, en waarvoor.

Het maakt het werk van de Tweede Kamer – het controleren van de begroting – er niet makkelijker op. Misschien dat dat een reden is dat het politieke debat deze week vooral om beeldvorming heeft gedraaid. Waarbij de traditionele asfaltpartij VVD het moet ontgelden van de oppositie. Weggezet als ‘hoogverraders van de automobilist’ (PVV) en de partij die Nederland ‘op slot zet’ (CDA) worden de liberalen in de verdediging gedrukt.

Het hoort bij het politieke theater. Ondanks dat het ministerie van I&M een deel van de miljardenbezuinigingen voor zijn rekening heeft moeten nemen, gaat er nog steeds veel geld naar de aanleg van wegen. De belangrijkste investeringen – in de Blankenburgtunnel, in de A15, in de A27 bij Utrecht, maar ook in het spoor – zijn juist door dit kabinet veilig gesteld. Ook daardoor is de financiële ruimte voor overige en eventueel nieuwe infrastructurele plannen nu even krap.

Waar de grens ligt en wanneer de bereikbaarheid van Nederland écht onder druk komt te staan, is moeilijk aan te geven. Minister Melanie Schultz van Haegen heeft wat dat betreft het tij mee: het geluk van krimpende files bij het ongeluk van een economische crisis. Wanneer Nederland uit de crisis groeit, groeien ook de files weer aan.

Frank de Kruif