Voor het zover is, is het wél zaak dat het goederenvervoer voldoende ruimte krijgt op de alternatieve routes door Brabant en Oost-Nederland.

Het is aan staatssecretaris Wilma Mansveld om daarin heldere keuzes te maken en haar eerdere, nogal algemeen geformuleerde uitgangspunt waar te maken om het spoor ‘aantrekkelijker te maken voor verladers’.

Of een prijsverhoging van 5% in 2014 en 20% in 2015 in dat streven past, is zeer de vraag. Het principe dat gebruikers van het spoor meebetalen aan het beheer en het onderhoud, is redelijk. De notie dat het spoor met het wegvervoer en de binnenvaart moet kunnen concurreren is dat ook. Als Mansveld de door ProRail voorgestelde verhoging van de gebruiksvergoeding steunt, is het te hopen dat de vraag niet al te zeer instort. Anders, zo mopperen de vervoerders, zijn die investeringen in uitbreiding van de spoorcapaciteit niet eens meer nodig.

Een ander varkentje dat Mansveld nog moet wassen, heet Keyrail. De huidige beheerder van de Betuweroute is genomineerd voor een rol in het goederenvervoer over het gehele railnetwerk, maar wat die rol precies is en welke gevolgen dat heeft voor de vervoerders, daarover is een babylonische spraakverwarring ontstaan. Beheerder? Regisseur? Loket? Makelaar? Het lijken allemaal functies die net zo goed door ProRail kunnen worden waargenomen, dat toch al meerderheidsaandeelhouder is in Keyrail. De betrokkenheid van de havenbedrijven van Rotterdam en Amsterdam (beide óók overheids-NV’s) moet toch op een andere manier te organiseren zijn.

Aan Mansveld de taak om aan de woordspelletjes een einde te maken, waarbij ze ook nog eens oog moet hebben voor Europese ontwikkelingen. Vorige week zette Nederland zijn handtekening onder een akkoord om de treinpaden op de spoorcorridor Rotterdam-Genua (waar de Betuweroute onderdeel van is) Europees toe te wijzen. Dat betekent nog een laag waarmee het beheer moet worden afgestemd.

Voor de ontwikkeling van het spoorvervoer is die Europese dimensie een goede zaak. Maar laten we het in Nederland dan niet al te ingewikkeld maken.

Frank de Kruif