Op 30 oktober 2020 hielp de chauffeur bij het sorteren van pakketten bij TU. Daarbij legde hij een pakket met een Bahco-dopsleutelset, bestemd voor een andere route, op zijn pallet.

Enkele dagen later werd hij door zijn werkgever op het matje geroepen en gevraagd of hij de dopsleutelset had meegenomen. Tweemaal ontkende hij, maar nadat de werkgever een foto liet zien waarop hij met de betreffende dopsleutels staat, gaf hij toe de set te hebben meegenomen. Nog op dezelfde dag werd hij door zijn werkgever op staande voet ontslagen.

Niet veel later liet de werknemer per brief weten dat hij niet de intentie heeft gehad om het gereedschap ‘achterover te drukken’. Hij had het slechts ‘bewaard’ en was daarna vergeten het terug te brengen. In een brief van 17 december 2020 verzocht hij de kwestie in der minne op te lossen. Toen dat niet hielp, stapte hij naar de kantonrechter om het ontslag aan te vechten. Er ontbrak volgens hem een dringende reden voor het ontslag op staande voet, en hij eiste daarom een transitievergoeding van 16.406 euro, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van 11.792 euro en een billijke vergoeding van 2.500 euro.

De werkgever voerde in zijn verweer aan, dat diefstal niet wordt getolereerd en dat deze een dringende reden voor ontslag op staande voet was. In het handboek van de vervoerder staat ook vermeld dat diefstal een reden is voor ontslag op staande voet.

De kantonrechter oordeelde in zijn vonnis dat vaststaat dat de vrachtwagenchauffeur de dopsleutelset heeft meegenomen, dit vervolgens niet heeft gemeld en ook niet van plan was om het gereedschap uit eigen beweging terug te geven. Het meenemen en niet retourneren van de dopsleutelset en daarvan geen melding maken, rechtvaardigt een ontslag op staande voet, aldus de rechter. De verklaring van recht en het verzoek om toekenning van de schadevergoedingen werden daarom afgewezen.

De kantonrechter was wel van mening dat in dit speciale geval het verlies van de gehele transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Daarbij was van belang, dat er sprake was van een lang, negentienjarig dienstverband, dat de chauffeur de leeftijd van 55 jaar had en dat hij nog geen andere baan had gevonden. Ook is gebleken dat hij niet eerder in de fout was gegaan. Onder deze omstandigheden is een gedeeltelijke transitievergoeding van 10.000 euro bruto op zijn plaats, oordeelde de kantonrechter.

In beginsel behoeft een werkgever geen transitievergoeding te verstrekken als er sprake is van ontslag door ernstig verwijtbaar gedrag van de werknemer. Soms wordt hier echter door de rechter van afgeweken als het verlies van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit wordt in ons vak het luizengaatje genoemd. De term ‘luizengaatje’ is afgeleid van het muizengaatje en staat voor een mogelijkheid die nog kleiner is dan een muizengaatje.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding