Het Suezkanaal werd geopend in 1869 en verkortte de reistijd tussen het Midden-Oosten en Europa met bijna twee weken, waardoor het niet lang duurde voordat aardolie een van de belangrijkste handelsgoederen werd voor het kanaal. En nog steeds speelt het kanaal een belangrijke rol in die wereldwijde oliehandel, zo laten de vervoersstatistieken zien. Ongeveer 5% van alle ruwe olie ter wereld, 10% van alle olieproducten en 8% van alle lng-zeestromen maken gebruik van deze vaarweg. De stremming door het containerschip heeft uiteindelijk zeven dagen geduurd, maar blijkt op de oliemarkten nauwelijks impact te hebben gehad. De prijs kwam nauwelijks van zijn plaats. Hoe is dat te verklaren?

Daar zijn drie redenen voor te geven. In de eerste plaats hadden de handelaren en speculanten, gedwongen door de historisch lage prijzen, de afgelopen jaren grote voorraden ruwe aardolie aangelegd. Deze voorraden worden weliswaar langzaam afgebouwd, maar zij liggen wereldwijd nog steeds op een hoog niveau. Daar komt bij dat sommige van de nieuwste tankers hoe dan ook te groot zijn om het Suez-kanaal te kunnen gebruiken. Het kanaal is geschikt voor Suezmax-tankers die tot 200.000 ton ruwe olie kunnen vervoeren. De very large crude carriers (VLCC’s) kunnen alleen door het kanaal wanneer zij minder dan hun maximale capaciteit van 250.000 ton vervoeren, wat financieel niet aantrekkelijk is. Bovendien dient zich de laatste jaren een groeiende vloot aan van ultra large crude carriers (ULCC) met een capaciteit van tussen de 300.000 en 500.000 ton. Deze tankers kunnen de Straat van Malakka, het Panamakanaal en het Suezkanaal vanwege hun omvang überhaupt niet passeren.

Tot slot heeft zich de afgelopen tien jaar een fundamentele verandering voorgedaan in de mondiale oliehandel. De algemene perceptie is dat de ruwe olie die het Suezkanaal passeert afkomstig is uit het Midden-Oosten, met als bestemming Europa of Noord-Amerika, maar de omvang, richting en inhoud van de onderlinge oliestromen hebben de afgelopen tien jaar dramatische veranderingen ondergaan. In werkelijkheid gaat het grootste deel van de olie die door het Suezkanaal wordt getransporteerd nu de andere kant op, om de economieën van Azië te voeden. Het olieaanbod uit de Verenigde Staten, Canada en Brazilië nam snel toe terwijl zich in Azië een snelle economische groei voltrok. Sinds 2016 is de Aziatische vraag naar ruwe olie zelfs groter dan totale productie van het Midden-Oosten. De toegenomen vraag is sindsdien dan ook opgevuld met vaten uit het Atlantische bekken; onder meer uit Europa en Noord-Amerika.

De Amerikaanse en Europese invoer van ruwe olie uit het Midden-Oosten is gedaald tot nog ‘maar’ zo’n 1,2 miljoen vaten per dag. Tegelijkertijd is de export uit Europa (Noordzee) en de VS naar het oosten van het Suezkanaal gestegen tot twee miljoen vaten per dag. Deze trend komt ook duidelijk naar voren in de doorvoercijfers van het Suezkanaal, waar de oostwaartse stromen van ruwe aardolie met ongeveer 1,1 miljoen vaten per dag veel groter zijn dan de westwaartse stromen van slechts 0,4 miljoen vaten. Dat er toch nog sprake is van tweerichtingsverkeer, komt uitsluitend door de uiteenlopende kwaliteit van de ruwe olie.

Het grootste deel van de enorme stroom aan ruwe olie van het Atlantisch bekken naar het oosten kiest al geruime tijd de zuidelijke route naar Azië via de Kaap. Het Suezkanaal is daarvoor nog maar van beperkte betekenis.