Het Hof van Justitie oordeelde dat het profileren in de zin van tariefpost 4409 zo moet worden uitgelegd, dat als je een plank over de hele lengte bewerkt zodat twee planken makkelijker kunnen worden samengevoegd, dat dán sprake is van profileren. En dat was jammer voor de importeur in deze zaak, want die had de ingevoerde planken wel bewerkt, maar niet zodanig dat de ene plank in de andere kon vallen. De enige bewerkingen die deze importeur had toegepast, waren het schaven van de planken en het vervolgens afronden van de zijkanten, zodat de planken mooi tegen elkaar aan lagen maar helaas niet in elkaar vielen. En alleen afronden, dat is evident onvoldoende. ‘Case closed’ dus.

Of wacht . . . In de toelichting op tariefpost 4409 staat wel nog iets anders vermeld. Daar staat namelijk dat onder 4409 eveneens worden ingedeeld: ‘geschaafde planken met afgeronde zijkanten of uiteinden’. Ook staat er een definitie van profileren: ‘hout met een dwarsdoorsnede die over de gehele lengte of breedte gelijk is en hout met een zich herhalend reliëfmotief’. Maar dat was toch precies de omschrijving van de ingevoerde planken? Het profileren van planken hoeft dus helemaal niet tot doel te hebben om het samenvoegen van planken te vergemakkelijken. Dat mag wel, maar het aanbrengen van een ander profiel zou ook voldoende moeten zijn. Immers, planken met afgeronde zijkanten vallen ook onder deze tariefpost.

Dat zag het HvJ toch anders. Want planken met slechts licht afgeronde zijkanten mogen ook in tariefpost 4407 worden ingedeeld. Alleen als er dan sprake was van voldoende afronding, kon sprake zijn van indeling in tariefpost 4409. De planken in deze zaak waren volgens het HvJ te licht afgerond om te kunnen worden ingedeeld in 4409 en bleven dus steken in 4407. ‘Okay, maar wanneer is dan sprake van voldoende afronding van planken zodat indeling in tariefpost 4409 wel mogelijk is?’, vroeg de verwijzende rechter zich af. Als we dat namelijk weten, is ook duidelijk waar de scheidslijn tussen 4407 en 4409 ligt en ontstaat duidelijkheid op dit punt van het EU-recht.

Het antwoord van het HvJ op die vraag was vrij kort: ‘Nergens uit het dossier blijkt dat het voor de beslechting van het hoofdgeding noodzakelijk is om de verwijzende rechter nadere toelichting te verschaffen over het geval waarin bepaalde houten planken die onder een GN-tariefpost moeten worden ingedeeld, sterker zouden zijn afgerond. Bijgevolg is de tweede vraag hypothetisch van aard en dus niet-ontvankelijk.’

Ik vat het even samen in mijn eigen woorden: ‘Sorry, jouw planken zijn onvoldoende afgerond aan de zijkant, dus geen profiel. Wanneer wel sprake is van voldoende afronding kan ik je niet vertellen, dat is een hypothetische vraag. Succes daarmee.’ Nu ben ik niet snel teleurgesteld bij het lezen van een uitspraak, maar deze valt wat mij betreft in de categorie ‘van dik hout . . .’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding