Klimaatgetreuzel Shell én toezichthouders afgestraft

TON & teu

Onlangs stond Shell midden in de schijnwerpers vanwege tekortschietende ambities van haar klimaatbeleid. De rechter kwam er zelfs aan te pas om Shell te corrigeren. Maar ook de toezichthouders hebben gefaald.

Adviezen over het tegengaan van klimaatverandering stapelen zich op: de DNB maakte duidelijk aan het kabinet dat het klimaatbeleid ambitieuzer moet en kan. Nederland loopt namelijk achter en hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt.

Het CBS waarschuwde eerder al daarvoor dat de belofte voor een betere natuurbescherming faalt en dat de negatieve trend door de klimaatverandering versneld doorzet. Wereldbank en het IMF gaven gelijkluidende alarmsignalen af. Zelfs het Internationaal Energieagentschap (IAE), toch de spreekbuis van de energiesector, kwam met de ongekende uitspraak dat het zoeken en exploreren van olie en gas direct moet  stoppen.

Bedrijven als Shell hebben het daardoor momenteel zwaar. De aandelenkoersen zijn al geruime tijd aan het dalen. Zelfs hedgefondsen komen in verzet tegen de slechte vooruitzichten van de olie- en gassector als zij het roer niet radicaal omgooien. ExxonMobil onderging een ultieme vernedering toen ze door de aandeelhouders werd gedwongen drie externe leden tot haar Raad van Bestuur toe te laten, omdat de zittende bestuurders niet in staat worden geacht zich te ontdoen van oude denkpatronen.

Voor Shell was het een bittere pil dat zelfs de rechter eraan te pas kwam om het bedrijf erop te wijzen dat zij meer verantwoordelijkheid moet tonen om de CO2-uitstoot te verminderen. Dat dit een hard gelag is voor Shell begrijp ik best, want met z’n allen (ja, ook u lezer!) blijven we als consument gewoon tanken aan de pomp en vliegen we straks weer vrolijk de wereld rond.

Hoe kan het nu toch dat Shell, ExxonMobil en al die andere machtige bedrijven in korte tijd zo in het  defensief zijn gedrongen? Natuurlijk helpt het niet als Shell-CEO Van Beurden in 2016 zegt: ‘Ik pomp alles op, wat ik op kan pompen’ . En de wijze waarop het Rotterdamse bedrijfsleven het Rotterdam Climate Initiative  (RCI) ten gronde heeft gericht, is ook niet bepaald iets om trots op te zijn. Zeker niet omdat Jeroen van de Veer, ex-topman van Shell, in die periode voorzitter was van het RCI.

Toch zou ik nog wat dieper willen kijken naar wat er is gebeurd. Want wat te zeggen van al die commissarissen, toezichthouders, milieuagentschappen, faciliterende overheden, politici, lobbyisten en belangenbehartigers, die er alleen maar op uit waren om de status quo in stand de houden. Zij gedroegen zich als de hofhouding van de ‘Koninklijke’. Al die adviseurs en inspecteurs hebben nooit de moed gehad om te zeggen dat de bakens verzet moesten worden. Als Shell wel indringender was aangesproken, was het bedrijf gaan innoveren, hadden ze het productieproces fundamenteel aangepast en was de ‘oliekoker’ nu marktleider geweest in elektrificatie en groen waterstof. De uitspraak van de rechter is daarmee niet alleen een blamage voor Shell, maar ook een aanklacht tegen al die adviseurs die Shell hier niet voor hebben behoed.

In 2019 is ook de overheid al gecorrigeerd door de rechter, toen in de Urgenda-zaak. Recent onderzoek toont aan dat dit niet veel in het beleid heeft veranderd. Ook mijn vakgebied, de Bestuurskunde, moet hier dus lessen uit trekken. Ik pleit daarom voor een nieuw sturingsparadigma: we moeten vanaf nu concrete en afrekenbare doelen formuleren voor de korte termijn. En het afrekenen op die doelen geldt niet alleen voor  bedrijven maar ook voor toezichthoudende overheden. Vervolgens moeten we dwingende hulpstructuren ontwikkelen. Want als we één ding hebben geleerd, is het wel dat visieloze en slappe toezichthouders de veroorzakers zijn van visieloze en slappe oplossingen.

Het zou mooi zijn als mijn kleinzoon Joep, geboren daags voor de rechterlijke uitspraak over Shell, straks niet beter zou weten dan dat de huidige generatie (u en ik) en Shell zich gezamenlijk met man en macht  hebben ingespannen om  een betere wereld achter te laten. Ten slotte heb ik daarom een waarschuwing aan al die sectoren die nog steeds denken onder de radar te  kunnen blijven: iedereen (!) dient een ‘fair share’ bij te dragen aan wat we in Parijs hebben afgesproken. Ook de multinationals! Anders word je door de rechter gecorrigeerd.

Klimaatgetreuzel Shell én toezichthouders afgestraft | NT

Klimaatgetreuzel Shell én toezichthouders afgestraft

TON & teu

Onlangs stond Shell midden in de schijnwerpers vanwege tekortschietende ambities van haar klimaatbeleid. De rechter kwam er zelfs aan te pas om Shell te corrigeren. Maar ook de toezichthouders hebben gefaald.

Adviezen over het tegengaan van klimaatverandering stapelen zich op: de DNB maakte duidelijk aan het kabinet dat het klimaatbeleid ambitieuzer moet en kan. Nederland loopt namelijk achter en hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt.

Het CBS waarschuwde eerder al daarvoor dat de belofte voor een betere natuurbescherming faalt en dat de negatieve trend door de klimaatverandering versneld doorzet. Wereldbank en het IMF gaven gelijkluidende alarmsignalen af. Zelfs het Internationaal Energieagentschap (IAE), toch de spreekbuis van de energiesector, kwam met de ongekende uitspraak dat het zoeken en exploreren van olie en gas direct moet  stoppen.

Bedrijven als Shell hebben het daardoor momenteel zwaar. De aandelenkoersen zijn al geruime tijd aan het dalen. Zelfs hedgefondsen komen in verzet tegen de slechte vooruitzichten van de olie- en gassector als zij het roer niet radicaal omgooien. ExxonMobil onderging een ultieme vernedering toen ze door de aandeelhouders werd gedwongen drie externe leden tot haar Raad van Bestuur toe te laten, omdat de zittende bestuurders niet in staat worden geacht zich te ontdoen van oude denkpatronen.

Voor Shell was het een bittere pil dat zelfs de rechter eraan te pas kwam om het bedrijf erop te wijzen dat zij meer verantwoordelijkheid moet tonen om de CO2-uitstoot te verminderen. Dat dit een hard gelag is voor Shell begrijp ik best, want met z’n allen (ja, ook u lezer!) blijven we als consument gewoon tanken aan de pomp en vliegen we straks weer vrolijk de wereld rond.

Hoe kan het nu toch dat Shell, ExxonMobil en al die andere machtige bedrijven in korte tijd zo in het  defensief zijn gedrongen? Natuurlijk helpt het niet als Shell-CEO Van Beurden in 2016 zegt: ‘Ik pomp alles op, wat ik op kan pompen’ . En de wijze waarop het Rotterdamse bedrijfsleven het Rotterdam Climate Initiative  (RCI) ten gronde heeft gericht, is ook niet bepaald iets om trots op te zijn. Zeker niet omdat Jeroen van de Veer, ex-topman van Shell, in die periode voorzitter was van het RCI.

Toch zou ik nog wat dieper willen kijken naar wat er is gebeurd. Want wat te zeggen van al die commissarissen, toezichthouders, milieuagentschappen, faciliterende overheden, politici, lobbyisten en belangenbehartigers, die er alleen maar op uit waren om de status quo in stand de houden. Zij gedroegen zich als de hofhouding van de ‘Koninklijke’. Al die adviseurs en inspecteurs hebben nooit de moed gehad om te zeggen dat de bakens verzet moesten worden. Als Shell wel indringender was aangesproken, was het bedrijf gaan innoveren, hadden ze het productieproces fundamenteel aangepast en was de ‘oliekoker’ nu marktleider geweest in elektrificatie en groen waterstof. De uitspraak van de rechter is daarmee niet alleen een blamage voor Shell, maar ook een aanklacht tegen al die adviseurs die Shell hier niet voor hebben behoed.

In 2019 is ook de overheid al gecorrigeerd door de rechter, toen in de Urgenda-zaak. Recent onderzoek toont aan dat dit niet veel in het beleid heeft veranderd. Ook mijn vakgebied, de Bestuurskunde, moet hier dus lessen uit trekken. Ik pleit daarom voor een nieuw sturingsparadigma: we moeten vanaf nu concrete en afrekenbare doelen formuleren voor de korte termijn. En het afrekenen op die doelen geldt niet alleen voor  bedrijven maar ook voor toezichthoudende overheden. Vervolgens moeten we dwingende hulpstructuren ontwikkelen. Want als we één ding hebben geleerd, is het wel dat visieloze en slappe toezichthouders de veroorzakers zijn van visieloze en slappe oplossingen.

Het zou mooi zijn als mijn kleinzoon Joep, geboren daags voor de rechterlijke uitspraak over Shell, straks niet beter zou weten dan dat de huidige generatie (u en ik) en Shell zich gezamenlijk met man en macht  hebben ingespannen om  een betere wereld achter te laten. Ten slotte heb ik daarom een waarschuwing aan al die sectoren die nog steeds denken onder de radar te  kunnen blijven: iedereen (!) dient een ‘fair share’ bij te dragen aan wat we in Parijs hebben afgesproken. Ook de multinationals! Anders word je door de rechter gecorrigeerd.