Onterecht ontslag bij P&O Ferrymasters (column)

RAAD & recht

De rechtbank Noord-Holland (Zaanstad) oordeelde onlangs dat het ontslag op staande voet van een planner van logistiek dienstverlener P&O Ferrymasters onterecht is geweest. De werknemer was eind februari 2020 ontslagen na een dienstverband van zo’n vijftien jaar. In de ontslagbrief stond te lezen dat er informatie was ontvangen dat de werknemer betrokken was geweest bij onregelmatigheden omtrent de toewijzing van ladingen aan vervoerders. Hij had, aldus de informatie, transport toegewezen aan een vervoerder in ruil voor persoonlijke voordelen in geld en in natura.

De werknemer verzocht de rechter het ontslag op staande voet te vernietigen en P&O Ferrymasters te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst van rond 12.000 euro bruto, de transitievergoeding van circa 19.000 euro bruto en een billijke vergoeding van 70.000 euro bruto. Totaal dus bijna een ton.

De rechter heeft P&O Ferrymasters de gelegenheid gegeven om de door haar gestelde redenen voor ontslag te bewijzen. De aangeleverde stukken van het bedrijf overtuigden de kantonrechter niet. Zo berustte het ontslag in belangrijke mate op een schriftelijke verklaring van de eigenaar van de Spaanse onderaannemer, een niet met naam genoemde transportonderneming. In deze verklaring wordt onder meer gesteld dat de werknemer jarenlang betalingen vroeg en (in gesloten enveloppen) verkreeg in ruil voor het toewijzen van vervoersopdrachten aan het Spaanse bedrijf.

De rechter oordeelt dat in de overgelegde stukken geen steun is te vinden voor deze stelling. Bovendien werd duidelijk dat de Spaanse transportondernemer en de werknemer al langer in een ernstige ruzie en vete zijn verwikkeld, zowel zakelijk als persoonlijk. De kantonrechter vindt daarom het waarheidsgehalte van de verklaring zeer beperkt en kan op basis van deze ene verklaring niet als vaststaand aannemen dat de werknemer jarenlang geldbedragen in enveloppen heeft gehad in ruil voor het toewijzen van vervoersopdrachten. Ander bewijs kon P&O Ferrymasters niet aanleveren.

Het ontslag op staande voet was dan ook niet rechtsgeldig en P&O Ferrymasters werd veroordeeld tot betaling van de verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. De werknemer had in beginsel ook recht op toekenning van een billijke vergoeding, omdat het geven van een ongeldig ontslag op staande voet als ernstig verwijtbaar gedrag van P&O Ferrymasters moet worden aangemerkt, maar in deze zaak ziet de kantonrechter aanleiding om geen billijke vergoeding toe te kennen.

Hoewel niet kan worden vastgesteld dat de werknemer betalingen of goederen heeft gekregen in ruil voor het toewijzen van vervoersopdrachten, staat wel vast dat de werknemer onder andere jarenlang betalingen heeft ontvangen van de Spaanse ondernemer zonder daarvan melding te doen aan P&O Ferrymasters. Dat is door de werknemer ook erkend. Ook als ervan wordt uitgegaan dat dit terugbetalingen waren van voorgeschoten bedragen voor diensten of goederen, zoals werknemer stelt, had hij dit moeten melden aan zijn werkgever.

Het gaat hier immers om een situatie waarin belangenverstrengeling kan spelen en waarin de werknemer de verdenking over zich af kan roepen dat hij frauduleus en niet integer heeft gehandeld. De werknemer wordt naar het oordeel van de kantonrechter met toekenning van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding al in voldoende mate gecompenseerd voor het onrechte ontslag op staande voet.

Onterecht ontslag bij P&O Ferrymasters (column) | NT

Onterecht ontslag bij P&O Ferrymasters (column)

RAAD & recht

De rechtbank Noord-Holland (Zaanstad) oordeelde onlangs dat het ontslag op staande voet van een planner van logistiek dienstverlener P&O Ferrymasters onterecht is geweest. De werknemer was eind februari 2020 ontslagen na een dienstverband van zo’n vijftien jaar. In de ontslagbrief stond te lezen dat er informatie was ontvangen dat de werknemer betrokken was geweest bij onregelmatigheden omtrent de toewijzing van ladingen aan vervoerders. Hij had, aldus de informatie, transport toegewezen aan een vervoerder in ruil voor persoonlijke voordelen in geld en in natura.

De werknemer verzocht de rechter het ontslag op staande voet te vernietigen en P&O Ferrymasters te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst van rond 12.000 euro bruto, de transitievergoeding van circa 19.000 euro bruto en een billijke vergoeding van 70.000 euro bruto. Totaal dus bijna een ton.

De rechter heeft P&O Ferrymasters de gelegenheid gegeven om de door haar gestelde redenen voor ontslag te bewijzen. De aangeleverde stukken van het bedrijf overtuigden de kantonrechter niet. Zo berustte het ontslag in belangrijke mate op een schriftelijke verklaring van de eigenaar van de Spaanse onderaannemer, een niet met naam genoemde transportonderneming. In deze verklaring wordt onder meer gesteld dat de werknemer jarenlang betalingen vroeg en (in gesloten enveloppen) verkreeg in ruil voor het toewijzen van vervoersopdrachten aan het Spaanse bedrijf.

De rechter oordeelt dat in de overgelegde stukken geen steun is te vinden voor deze stelling. Bovendien werd duidelijk dat de Spaanse transportondernemer en de werknemer al langer in een ernstige ruzie en vete zijn verwikkeld, zowel zakelijk als persoonlijk. De kantonrechter vindt daarom het waarheidsgehalte van de verklaring zeer beperkt en kan op basis van deze ene verklaring niet als vaststaand aannemen dat de werknemer jarenlang geldbedragen in enveloppen heeft gehad in ruil voor het toewijzen van vervoersopdrachten. Ander bewijs kon P&O Ferrymasters niet aanleveren.

Het ontslag op staande voet was dan ook niet rechtsgeldig en P&O Ferrymasters werd veroordeeld tot betaling van de verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. De werknemer had in beginsel ook recht op toekenning van een billijke vergoeding, omdat het geven van een ongeldig ontslag op staande voet als ernstig verwijtbaar gedrag van P&O Ferrymasters moet worden aangemerkt, maar in deze zaak ziet de kantonrechter aanleiding om geen billijke vergoeding toe te kennen.

Hoewel niet kan worden vastgesteld dat de werknemer betalingen of goederen heeft gekregen in ruil voor het toewijzen van vervoersopdrachten, staat wel vast dat de werknemer onder andere jarenlang betalingen heeft ontvangen van de Spaanse ondernemer zonder daarvan melding te doen aan P&O Ferrymasters. Dat is door de werknemer ook erkend. Ook als ervan wordt uitgegaan dat dit terugbetalingen waren van voorgeschoten bedragen voor diensten of goederen, zoals werknemer stelt, had hij dit moeten melden aan zijn werkgever.

Het gaat hier immers om een situatie waarin belangenverstrengeling kan spelen en waarin de werknemer de verdenking over zich af kan roepen dat hij frauduleus en niet integer heeft gehandeld. De werknemer wordt naar het oordeel van de kantonrechter met toekenning van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding al in voldoende mate gecompenseerd voor het onrechte ontslag op staande voet.