Ook voor luchthavens is vracht belangrijk. Weliswaar in compleet andere tonnages, maar de inkomsten uit vracht (ook in het laadruim van passagierstoestellen) is een belangrijke inkomstenbron voor veel airlines. De aanwezigheid van voldoende luchtvracht en logistieke spelers is tevens relevant voor de netwerkkwaliteit van een luchthaven. Met een beetje regie ontstaat zo een aantrekkelijke marktplaats voor verladers en expediteurs.

Schiphol is sinds jaren één van de belangrijke Europese vrachthubs. Met als stevige concurrenten de luchthavens van Frankfurt, Brussel, Londen en Parijs. De Nederlandse luchthaven bevindt zich als het om luchtvracht gaat al jaren in zwaar weer. Voor de coronacrisis zagen we de vrachtcijfers schrikbarend snel afnemen. Een neerwaartse spiraal door een tekort aan slots voor vrachtvliegtuigen was daarvan de reden. Nog steeds ligt dat gevaar op de loer. Onder anderen in een onderzoek naar de economische betekenis van luchtvracht op Schiphol, door het onderzoeksbureau Decisio, wordt dit duidelijk benoemd.

Een gezonde combinatie van vrachtvluchten en bellycapaciteit is noodzakelijk om een aantrekkelijke luchthaven voor luchtvracht te blijven, want als grote internationale spelers van Schiphol vertrekken dan kan onze nationale luchthaven van vrachthub veranderen in een vrachtstation. Er vindt dan nog wel vrachtverkeer plaats, maar offline, waarmee hoogwaardige logistieke dienstverlening verdwijnt naar omliggende vliegvelden.

Bij de presentatie van de Luchtvrachtmonitor 2018 waarschuwde Air Cargo Netherlands hier al nadrukkelijk voor. In de recent met de sector gedeelde Schiphol Cargo Strategy benoemt Schiphol het belang van ‘top connectivity’, maar ik vraag me af of de ‘sense of urgency’ voldoende wordt gevoeld bij de luchthavendirectie. Want als ik naar de concurrentie kijk dan zie ik dat Frankfurt Airport luchtvracht onomwonden heeft verheven tot ‘Chefsache’. Op Schiphol is dat niet het geval en is luchtvracht ondergebracht bij de afdeling Aviation Business Development. Dat is geen goed signaal naar buiten toe. Hoe de luchthaven het ook naar de buitenwacht probeert uit te leggen.

Op Brussel Airport zien we een symbiose tussen de vrachtafdeling BruCargo, Air Cargo Belgium en de luchtvrachtgemeenschap. Men kent elkaar, spreekt elkaar en BruCargo is een actieve en zichtbare speler. Met een fors en herkenbaar vrachtteam en met BruCargo als echte merknaam zien ze de vrachtvolumes snel stijgen. Luchthaven Schiphol lijkt sinds operatie ‘Reset’ vooral met zichzelf bezig. De luiken van de organisatie lijken dicht. De buitenwereld ervaart het contact als minimaal.

London Heathrow doet op dit moment z’n uiterste best meer full freighters aan te trekken daar waar vroeger vol werd ingezet op passagiersvliegtuigen en bellyvracht. Schiphol heeft haar vrachtstrategie aan geduldig papier toevertrouwd: de Local Rule II moet worden geoptimaliseerd voor vrachtvluchten en er moet met de sector worden gesproken over een slotpool voor vracht. Resultaat is er nog niet.

In een luchtvrachtwereld waar de kaarten in de post-corona periode opnieuw geschud gaan worden, zie ik in Nederland vooral een enorme gezapigheid. Zowel bij de overheid als bij de luchthaven. Terwijl er juist nu snel geschakeld moet worden. Wat ontbreekt is de scherpte om op een slimme manier het spel te gaan spelen. Om samen de luchtvrachtmarkt te veroveren en de Nederlandse economie zo optimaal mogelijk te positioneren richting de toekomst.

Ivo Aris, voorzitter ACN

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding