Ik maak me echter zorgen over iets anders. Want nemen we door deze snelle opleving wel voldoende tijd om te reflecteren en actie te ondernemen op de kwetsbaarheden die de pandemie zo duidelijk aan het licht hebben gebracht? De coronacrisis heeft ons geconfronteerd met te lange en vaak onnodig complexe logistieke toeleverketens. Er zijn te veel mondiale afhankelijkheden van producten die enkel vanuit kostenoverwegingen in verre oorden en in sommige gevallen op slechts één locatie worden geproduceerd. We vertonen onuitputtelijk online-koopgedrag zonder ons te realiseren wat de werkelijke maatschappelijke kosten zijn. De pandemie leek een prima moment om ons gedrag te relativeren en aan te passen aan een nieuw normaal. Maar pakken we die gelegenheid nog of wachten we tot de wal het schip gaat keren?

De gestegen containerprijzen zijn een direct gevolg van de pandemie. Immers, toen de wereldhandel na de zomer van 2020 herstelde van een hevige maar ook korte terugval, stegen de prijzen vanwege de beperkte beschikbaarheid van containers. De aanhoudende groei van de wereldhandel, gedreven door de mondiale groei van e-commerce van 27% in 2020 en een verwachte groei van 14% dit jaar, heeft een structureel capaciteitstekort aan schepen en containers aan het licht gebracht. Ik weet dat met de vinger gewezen wordt naar de rederijen, die middels drie grote allianties een oligopolie lijken te hebben gecreëerd en grote winsten rapporteren. Maar het blijft een feit dat de vraag, waarvan wij zelf de veroorzaker zijn, sneller is gestegen dan de transportsector aan kan. Ook als consument gaan wij dat merken. De gestegen transportkosten moeten door iemand worden betaald, zoals Action onlangs al meldde. En dan moeten grote online-events als Black Friday en Cybermonday nog komen, met nog meer druk op de logistieke ketens. Keert hier de wal het schip vanzelf door de hoge consumentenprijzen, of duiken we weer massaal op wat ons als ‘koopjes’ wordt gepresenteerd?

De economische groeistuip is ook pijnlijk voelbaar op andere fronten. Tekorten aan chips, hout en kunststoffen gaan hand in hand met sterk stijgende prijzen. Autofabrieken leggen wederom productiefaciliteiten stil. Was het vorig jaar vanwege de pandemie, nu zijn de verstoring van toeleveringsketens en een onvoldoende beschikbaarheid van onderdelen de redenen. Intussen manifesteert zich ook een plotselinge krapte op de arbeidsmarkt. Digitalisering is de oplossing, maar gaat ons op korte termijn niet helpen. Het piept en kraakt aan alle kanten.

Heeft de pandemie ons dan niets geleerd, vraag ik mij dan ook af. Zeker wel. We hebben nu met eigen ogen de nadelen gezien van lange logistieke ketens en van de afhankelijkheid van productielocaties op één continent of land. Zoals van Taiwan, waar 65% van de chipindustrie huist. Ook is bewezen dat het rondpompen van grondstoffen en halffabricaten via de mondiale luchtvaart en de wereldzeeën ons klimaat negatief beïnvloedt. Winkelketens als Intratuin, Zeeman en Accel halen productie terug uit Azië, maar dat kost tijd.  De overeengekomen Green Deals moeten ruimte bieden aan technologische innovatie voor duurzamere transportoplossingen, maar met de economische explosie van dit moment is het twijfelachtig of we werkelijk bereid zijn om duurzame keuzes te maken die serieus verder gaan dan louter bouwen aan capaciteit om de economische honger te stillen. Met het recente rapport van klimaatpanel IPCC ging het alarm voor de zoveelste keer af, maar we willen het amper horen. Wellicht dat een samenleving meer gebaat is bij een stabiele en misschien iets lagere groei dan bij een pad van diepe dalen en hoge pieken. We lopen steeds tegen grenzen aan en moeten vooral brandjes blussen in plaats van tijd voor reflectie te kunnen nemen. Eens zal de wal het schip wel keren, maar de vraag is wanneer en met welke uitkomst.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding