De wedstrijdleiding speelt een belangrijke factor in elk spel. Dat geldt ook vaak voor het schouwspel dat zich afspeelt in de rechtszaal. In deze column wil ik het hebben over een parallel tussen de wedstrijdleiding tijdens de F1-race en de wedstrijdleiding bij de Hoge Raad. Om te voorkomen dat het circuit verandert in een kartbaan zijn er spelregels. De toepassing van die regels vraagt vaak een soort ‘management judgement’. De geest van een race vraagt nu eenmaal om een wedstrijd, en regels leggen die juist aan banden. In dat spanningsveld zal de wedstrijdleiding vaak beslissingen moeten nemen waar altijd iets op valt af te dingen.

In Abu Dhabi lag Lewis Hamilton 57 van de 58 ronden eenzaam aan kop. Totdat de fout geparkeerde Latifi een safety car op de baan bracht en Verstappen pal achter Hamilton kwam te zitten met nieuwere banden. Als de regels strikt opgevolgd zouden zijn, hadden eerst alle achterblijvers er tussenuit gehaald moeten worden en had pas in de daarop volgende ronde gestart moeten worden met racen. Maar met slechts een ronde te gaan, zou de titelstrijd dan zijn beslecht met een saaie safety car finish. Niet echt waar het racehart sneller van gaat kloppen. Dat vond ook de wedstrijdleiding, die alleen de achterblijvers tussen Max en Hamilton er tussenuit haalde, zodat de twee rivalen het in die laatste ronde onderling konden uitvechten. Het resultaat liet zich raden. Een boos Mercedes-team dat alles uit de kast haalde om de uitkomst aan te vechten. Het antwoord van de wedstrijdleiding was kort maar krachtig: ‘It’s called a motorrace.’ Beroep van tafel geveegd.

Dan de parallel. Als een importeur of de douane geen gelijk krijgt in een rechtszaak, dan heeft de rechter daar (meestal) goed over nagedacht. Dat de uitkomst één van de twee partijen zal teleurstellen is vaak ook geen verrassing. Maar teleurgesteld zijn in de uitkomst betekent niet dat de inhoudelijke beslissing onjuist is. Die frustratie over de uitkomst is vaak een reden om weer in beroep te gaan. Voor die situaties heeft de Hoge Raad een instrument, het gevreesde artikel 81 RO. Als de Hoge Raad van mening is dat er inhoudelijk geen argument wordt ingebracht dat de juiste toepassing van het recht ter discussie stelt, komt de Hoge Raad samengevat met de volgende formulering: de Hoge Raad heeft ernaar gekeken, ziet geen reden voor ingrijpen en hoeft niet te formuleren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Beroep van tafel geveegd. Op zich misschien flauw, maar wel de enige mogelijkheid om de enorme toestroom van teleurgestelde partijen enigszins af te remmen in ‘kansloze’ gevallen.

Als je je nu afvraagt, wat de boodschap is van mijn column: die luidt, dat het goed is om bij een meningsverschil met de ­Douane je echt af te vragen of je het niet eens bent met de inhoud van een beslissing, of alleen niet met de uitkomst. Die overweging kan je een hoop geld, energie en een mogelijke oorwassing door 81 RO besparen. Dat gold wat mij betreft ook voor Mercedes. De lezer vraagt zich nu vast af, wat mijn boodschap te maken heeft met de titel van deze column? Nou eigenlijk helemaal niks. Maar hij heeft ‘em mooi wel!

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding