Bijvoorbeeld als de ontevreden klant van de logistieke dienstverlener weigert de factuur te betalen omdat er schade is ontstaan. Die wil hij dan verrekenen met die, of een eerdere, factuur. Kán niet, zegt de dienstverlener dan, want mijn vordering is opeisbaar. Mijn factuur is conform offerte. Jouw vordering is betwist. Ik ben niet aansprakelijk voor jouw schade. Bovendien is de hoogte van jouw schade erg opgeklopt, of staat de schadehoogte niet vast.

Dat kan allemaal kloppen. Totdat de klant zich beroept op opschorting. En daar wil ik het in deze column over hebben. Want opschorting is een vlijmscherp wapen. Het is een wettelijk recht van een contractpartij om bij zo’n wederkerige overeenkomst de nakoming van zijn prestatie op te schorten totdat de wederpartij zijn deel van de overeenkomst is nagekomen. In dit geval schort de klant zijn verplichting tot betaling van de factuur op totdat de dienstverlener de schade heeft betaald. Het centrale punt: tijdens de opschorting heeft de dienstverlener geen recht op betaling. Hij kan geen nakoming vorderen, kan de overeenkomst niet ontbinden en heeft geen aanspraak op schadevergoeding. In wezen staat de dienstverlener juridisch schaakmat.

Meestal zit er maar één ding op, en dat is een gang naar de rechter om vast te laten stellen of hier sprake is van een onbevoegde opschorting door de klant. De rechter zal in zo’n geval eerst voorlopig beoordelen of de opschorting terecht was. Alle omstandigheden van het geval en de beginselen van redelijkheid en billijkheid spelen daarbij een rol, zoals ook het feit dat partijen regelmatig zaken met elkaar doen. Dit kan van belang zijn als de klant de betaling van eerdere facturen opschort.

Het argument dat de hoogte van de schadevordering niet vaststaat, zal niet helpen. Voldoende is dat de schadehoogte in een later stadium wordt vastgesteld. Bijvoorbeeld na bewijslevering, dan wel in een afzonderlijke procedure, zoals voor de buitenlandse rechter of bij arbitrage. Ga er maar aanstaan.

Opschorting ter (latere) verrekening is een vorm van zekerheid geworden en een puur pressiemiddel. Als logistiek dienstverlener moet je daar niet in terecht willen komen. Het goede nieuws is, dat dit ook niet nodig is. Want in je B2B-contract mag je de wettelijke opschortingsregeling uitsluiten. En het advies aan dienstverleners is dan ook om dit steevast te doen.

Dat kan op twee manieren. Ofwel uitdrukkelijk, door een expliciete bepaling in de offerte die vervolgens door de klant wordt aanvaard. Ofwel door in de offerte expliciet te bepalen dat de overeenkomst wordt beheerst door algemene voorwaarden waarin de opschortingsbevoegdheid van de klant is uitgesloten. Bijvoorbeeld de Fenex-condities. Of de physical distribution-voorwaarden 2000 van TLN. Of de voorwaarden voor Logistieke Services van Fenex en TLN. Maar dan weer niet de PD-voorwaarden 2019 van de Stichting Vervoeradres.

De toepasselijkheid van die voorwaarden moet beslist vóór of bij totstandkoming van de overeenkomst bepaald worden. En de tekst van die voorwaarden moet erbij worden gevoegd. In ‘hard copy’ of pdf. Vooraf. Bij de offerte, en niet pas na totstandkoming van de overeenkomst bij bijvoorbeeld de opdrachtbevestiging. Anders kun je als logistiek dienstverlener alsnog de sjaak zijn.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement