De voornaamste bedoeling van de wetgever is om duidelijkheid te geven over óf en onder welke omstandigheden het elektronisch vervoerbestand kan worden gebruikt in plaats van de papieren B/L, en wat de juridische gevolgen dan zijn. Omdat dit voorstel van belang is voor alle partijen die hiermee in de praktijk te maken krijgen (denk aan de vervoerder, de afzender en de koper van goederen), krijgt iedereen nu inzage in het wetsvoorstel en is het mogelijk om hierop (al dan niet openbaar) te reageren.

De wetgever reageert met dit voorstel op de veranderende praktijk. In het verleden waren er al elektronische B/L’s, zoals de Bolero en essDOCS, die werkten via een ‘trusted third party’. In de praktijk werden deze echter niet veel gebruikt. Inmiddels is de technologie verder ontwikkeld en is het mogelijk om via blockchaintechnologie dezelfde zekerheid te bereiken. Grote rederijen als Maersk, Hapag-Lloyd en ONE werken inmiddels met TradeLens, een voorbeeld van een platform dat werkt met elektronische B/L’s op basis van blockchaintechnologie.

De huidige wetgeving gaat er echter vanuit dat een B/L een papieren document is. Dit sluit niet meer aan bij de praktijk én is niet toekomstbestendig. Momenteel is een dergelijk juridisch kader alleen te vinden in de Rotterdam Rules. Helaas treedt dit verdrag pas in werking nadat het door twintig landen is geratificeerd en momenteel hebben pas vijf landen dat gedaan. Inwerkingtreding lijkt dus ver weg.

In het huidige wetsvoorstel zijn de artikelen uit de Rotterdam Rules die betrekking hebben op het elektronisch vervoerbestand één-op-één opgenomen in een nieuwe afdeling van het Burgerlijk Wetboek. Zo wordt, binnen Nederland, werking toegekend aan een aantal essentiële punten van de Rotterdam Rules. Op hoofdlijnen komt het erop neer, dat een ‘elektronisch vervoerbestand’ kan worden afgegeven voor goederenvervoer over zee en voor vervoer dat in aanvulling op het zeevervoer plaatsvindt. Het is bedoeld om een alternatief te bieden voor zowel de ‘gewone’ B/L als de B/L voor gecombineerd (zee-)vervoer.

Op basis van instemming kunnen partijen kiezen voor een verhandelbaar of een niet-verhandelbaar elektronisch vervoerbestand. Opmerkelijk is dat een niet-verhandelbaar elektronisch vervoerbestand volgens de toelichting gelijk te stellen is aan een B/L op naam of een vrachtbrief. Ten overvloede: de wetgever zal met de term ‘vrachtbrief’ wellicht de in de praktijk ook veel gebruikte ‘seawaybill’ bedoeld hebben, al blijkt dit niet duidelijk uit het wetsvoorstel of de toelichting daarop.

In het oog springend verschil met de papieren versie is, dat bij een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand niet langer sprake zal zijn van een ‘waardepapier’. De wetgever stelt in de toelichting dat dit om praktische redenen niet tot een verschil in rechtsgevolg hoeft te leiden met betrekking tot bijvoorbeeld het houderschap of de vertrouwensbescherming. Voor partijen die hiermee te maken hebben, kan het in ieder geval goed zijn om kritisch naar dit wetsvoorstel te kijken en zo mogelijk een reactie erop in te zenden!

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement