Het juridisch vehikel voor de verankering van het aantal vliegbewegingen is het LuchthavenverkeersBesluit (LvB), en daar komt al meteen het eerste probleem voor de minister. De wijziging van het LvB is al sinds 2015 in voorbereiding en loopt opnieuw ernstige vertraging op. En zo lang het gewijzigde LvB uitblijft, is er geen rechtsgrond voor vermindering van het aantal Schipholvluchten. Sedert 2015 wordt daarnaast met groot succes het systeem van strikt preferentieel baangebruik gehanteerd: zo veel mogelijk starten en landen op de banen die het minste geluidsoverlast opleveren (het Nieuw Normen- en Handhaving-stelsel Schiphol, NNHS). Maar ook dit systeem moet geïncorporeerd worden in het LvB, wil het kracht van wet hebben. En géén LvB betekent géén rechtsgrond voor handhaving. Tenslotte: geen rechtsgrond voor vluchtvermindering betekent geen rechtsgrond voor reduceren van slots op Schiphol.

De minister wil daarom het LvB niet afwachten en toverde op 24 juni een ander instrument uit de hoge hoed: een geluidsgerelateerde exploitatiebeperking van Schiphol, met als doel het aantal vluchten tot 440.000 te reduceren. Inderdaad, uit de hoge Hoed: want op 21 april van dit jaar had Halbers de Kamer nog uitvoerig geïnformeerd over de voortgang van het Programma Omgeving Luchthaven Schiphol, en daarbij tal van geluidsbeperkende maatregelen opgesomd. Geen woord toen over vluchtvermindering. Maar ook deze nieuwe aanpak om de LvB te omzeilen zorgt voor problemen: EU-verordening 592/2014. Vluchtbeperking kán, maar pas nadat – onder toezicht van de Europese Commissie – een uitvoerige procedure is doorlopen waarbij getoetst wordt aan criteria van een ‘evenwichtige aanpak’ ofwel een ‘balanced approach’. Die procedure gaat minstens negen maanden duren, waarbij alle belanghebbenden moeten worden gehoord. Eerste vereiste is de subsidiariteit, waardoor vluchtvermindering pas aan de orde kan komen als alle andere maatregelen niet voldoende blijken. De vraag is verder in hoeverre vluchtbeperking tot minder geluidsklachten leidt. Bepaald geen gelopen race, dus. Een verder obstakel is dat een succesvol doorlopen procedure op zichzelf nog geen juridische grondslag oplevert voor vluchtvermindering. Die moet ook rechtsgeldig in de nationale wet worden verankerd. En daar zijn we weer terug bij het uitblijvende LvB.

De minister wil dat probleem oplossen door, met omzeiling van het LvB, via de slotwetgeving het probleem op het bordje van Schiphol te leggen. Dat moet van de minister de tweejaarlijkse capaciteitsdeclaratie zodanig aanpassen, dat er een afdoende rechtsgrond is voor de vluchtvermindering, de slotreductie en de handhaving van het NNHS. Daar is de slotwetgeving echter bepaald niet voor bedoeld. Ik voorzie een lawine van juridische procedures. De problematiek rond de vluchtvermindering vereist onmiddellijke actie, waarbij het juridisch kader en de gevolgen scherp worden omlijnd ter voorbereiding van overleg met het ministerie en Brussel. Het wordt een hete zomer.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement