We zien dat deze bewegingen in een stroomversnelling zijn gekomen door Covid en de oorlog in Oekraïne. Bedrijven zijn van oudsher gewend om te werken aan bedrijfsinterne processen, zoals een groeistrategie, winstoptimalisatie, fusies en acquisities en het verlagen van kosten. Tot voor kort kwamen daar ook keten- en/of sectorprocessen bij. Hierbij kan worden gedacht aan nieuwe toetreders, nieuwe technologieën, snel veranderende klanteneisen en een groeiende betekenis die aan duurzaamheid wordt gegeven. Nieuw in dit speelveld is het feit dat grote globale verstoringen, buiten de directe invloedssfeer van een onderneming gelegen, steeds vaker een ‘normaal erbij horend’ fenomeen aan het worden zijn.

Het is wachten op een volgende ‘ramp’, eentje die zich op allerlei fronten kan manifesteren: oorlogen, handelsblokkades, natuurlijke rampen, etc. Waar bedrijven hun keuzes voor een bepaalde locatie voorheen voornamelijk konden baseren op gravity–gestuurde modellen met een hoge mate van kostenoptimalisatie, wordt nu een complex speelveld bespeeld waarop bedrijven op grote schaal hun footprint aan het heroverwegen zijn.

Uit een recent onderzoek van ons onder honderden bedrijven is gebleken dat maar liefst 61% verwacht dat er een verschuiving van de footprint zal optreden c.q. dat zij hierin investeringen gaan plegen. Je ziet dit niet altijd direct, want veel investeringen kunnen plaatsvinden in gebouwen van derden (zie de trend van XXL-DC’s), via samenwerkingsverbanden of door het verleggen van stromen die leiden tot een andere havenkeuze en/of een andere inzet van modaliteiten. Het verhogen van voorraden dat hiermee gepaard gaat, vindt niet alleen plaats in de warehouses, maar ook op de terminals in Rotterdam waar de dwell time inmiddels bijna is verdubbeld.

Naast de toename van dc-ruimte vindt ook een groei plaats in multimodale vervoerstromen, en omgekeerd is sprake van een groot capaciteitstekort op de voor Nederland belangrijke overslagterminals in het achterland. Investeren in logistieke ruimte is echter niet meer vanzelfsprekend, en nieuwe knelpunten dienen zich aan. We hebben een enorme krapte op de arbeidsmarkt (we komen bijvoorbeeld tienduizenden chauffeurs en planners te kort), er is geen energie beschikbaar (meerdere provincies zetten alle investeringen op werklocaties op slot), we hebben geen ruimte (onlangs werd duidelijk dat er tientallen kilometers aan bedrijventerreinen verloren zijn gegaan de afgelopen zes jaar, veelal aan woningbouw) en ruimte voor nieuwe plannen is er ook nauwelijks. Er vindt als gevolg daarvan een grote strijd om de ruimte plaats.

‘The economy is still good, but the vibes are bad’, hoor je economen steeds vaker zeggen en ondanks mijn immer positieve inslag zie ik dit ook steeds meer opdoemen. In het verleden kon de factor arbeid in crisistijden een groot deel van de overheidsinvesteringen legitimeren, maar zelfs dat is nu anders. Immers, we hebben ook als het straks economisch minder gaat nog steeds een krapte.  Het lijkt me raadzaam dat er snel nagedacht wordt over de juiste ingrepen. Dat wil zeggen: soms wel een nieuw terrein ontwikkelen en ondertussen bestaande bedrijfsarealen als dat mogelijk is behouden, plus een versnelde investeringsaanpak van ons logistieke systeem in havens en achterlandlocaties. Niet primair om Nederland Distributieland weer nieuw leven in te blazen, maar wel om samen met het bedrijfsleven te werken aan duurzame en toekomstbestendige ketens.

De beleidsbrief ‘Het verschil maken met strategisch en groen industriebeleid’ van begin juli is wat dat betreft hoopgevend. Die benoemt ook een aantal locaties voor de circulaire economie, als slaat-ie nog onvoldoende een brug tussen de maakindustrie en de internationale ketens waarvan wij een onderdeel uitmaken. We worden wakker, maar zijn nog niet klaar.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement