Verlader staakt verzet

Commentaar

Verladersorganisatie EVO heeft zich bij het onvermijdelijke neergelegd.

Regeringspartijen VVD en PvdA zijn het met elkaar eens geworden over invoering van ketenaansprakelijkheid die opdrachtgevers, onder meer in het transport, medeverantwoordelijk maakt bij misstanden elders in de transportketen. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld de inzet van goedkope Oost-Europeanen via postorderbedrijven en andere schijnconstructies, of om andere vormen van cao-ontduiking.

Nu hierover een zeer brede kamermeerderheid mag worden verwacht, verzet de EVO zich er niet meer tegen dat ook haar leden, twintigduizend verladende bedrijven, voortaan een actieve rol moeten spelen. Ze zullen zich terdege moeten afvragen of de vervoerder of expediteur waarmee zij in zee willen gaan, de sociale wetgeving en de bepalingen van de cao wel correct toepast. Anders gezegd: de opdrachtgever moet voortaan bij de knoeiers uit de buurt blijven en actief bijdragen aan de bestrijding van wat ‘sociale dumping’ is gaan heten.

Toen minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken aankondigde aan een wet ketenaansprakelijkheid te werken, meldde de EVO per omgaande hier niets van te willen weten. Verladers doen al genoeg om fraude op te sporen en te bestraffen bij bedrijven die in onderaanneming worden ingeschakeld, stelde ze. Bovendien, merkte EVO-directeur Machiel van der Kuijl op, ‘wordt nu al in contracten vastgelegd dat partijen zich aan de geldende wet- en regelgeving moeten houden’. Een wonderlijke contractsbepaling trouwens, want iedereen behoort zich aan de ‘geldende wet- en regelgeving’ te houden. Dat hoef je niet nog eens in contractuele voorwaarden vast te leggen.

Duidelijk is dat heel wat opdrachtgevers in de transportsector hun ogen stijf dicht houden voor wat er elders in de keten allemaal gebeurt. Ze kijken maar wat graag weg bij de vele misstanden die door de media en de vakbonden steeds vaker aan het licht worden gebracht. Hebben verladers daarmee niets te maken? Toch wel enigszins. Soms kan de uitbestedende partij op grond van de laagte van de overeengekomen vrachtprijs al wel vermoeden dat de dienstverleners de klus niet geheel op reguliere wijze zullen klaren.

Een ondernemer die zonder meer weigerde onder de normale kostprijs te duiken en zijn toevlucht te nemen tot minder sociale zo niet asociale praktijken, is Albert Keijzer. De transportondernemer vertelde onlangs zijn verhaal in het kader van een groter onderzoek naar misstanden. Jarenlang had het bedrijf tot ieders tevredenheid gevaarlijke stoffen vervoerd voor een groot chemieconcern en telkenmale moest hij weer meedoen aan tenderprocedures die er steevast in uitmondden dat hij met zijn prijs moest zakken. Ten slotte was Keijzer dit zat. Als ik het hiervoor moet doen, moet ik gaan rommelen. En dat doe ik niet, had hij tegen de opdrachtgever gezegd.

Transport en Logistiek Nederland heeft lang geworsteld met zijn houding tegenover knoeiende leden. Het was de vorige voorzitter, Alexander Sakkers, die de knoop doorhakte. Wie zich niet aan wetten en cao’s hield – cao’s nota bene waaraan hij zelf meewerkt – moest maar een andere vereniging zoeken. Werkgevers en bonden in het wegvervoer zijn het nu volledig eens over de noodzaak om sjoemelarij aan te pakken.

Nu lijkt ook de EVO ‘om’. De organisatie legt zich bij de ketenwet neer, maar vraagt wel om ‘heldere spelregels’ waarmee wordt bepaald hoe de plichten over opdrachtgever en vervoerder worden verdeeld. Daar kun je het volledig mee eens zijn.

Verlader staakt verzet | NT

Verlader staakt verzet

Commentaar

Verladersorganisatie EVO heeft zich bij het onvermijdelijke neergelegd.

Regeringspartijen VVD en PvdA zijn het met elkaar eens geworden over invoering van ketenaansprakelijkheid die opdrachtgevers, onder meer in het transport, medeverantwoordelijk maakt bij misstanden elders in de transportketen. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld de inzet van goedkope Oost-Europeanen via postorderbedrijven en andere schijnconstructies, of om andere vormen van cao-ontduiking.

Nu hierover een zeer brede kamermeerderheid mag worden verwacht, verzet de EVO zich er niet meer tegen dat ook haar leden, twintigduizend verladende bedrijven, voortaan een actieve rol moeten spelen. Ze zullen zich terdege moeten afvragen of de vervoerder of expediteur waarmee zij in zee willen gaan, de sociale wetgeving en de bepalingen van de cao wel correct toepast. Anders gezegd: de opdrachtgever moet voortaan bij de knoeiers uit de buurt blijven en actief bijdragen aan de bestrijding van wat ‘sociale dumping’ is gaan heten.

Toen minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken aankondigde aan een wet ketenaansprakelijkheid te werken, meldde de EVO per omgaande hier niets van te willen weten. Verladers doen al genoeg om fraude op te sporen en te bestraffen bij bedrijven die in onderaanneming worden ingeschakeld, stelde ze. Bovendien, merkte EVO-directeur Machiel van der Kuijl op, ‘wordt nu al in contracten vastgelegd dat partijen zich aan de geldende wet- en regelgeving moeten houden’. Een wonderlijke contractsbepaling trouwens, want iedereen behoort zich aan de ‘geldende wet- en regelgeving’ te houden. Dat hoef je niet nog eens in contractuele voorwaarden vast te leggen.

Duidelijk is dat heel wat opdrachtgevers in de transportsector hun ogen stijf dicht houden voor wat er elders in de keten allemaal gebeurt. Ze kijken maar wat graag weg bij de vele misstanden die door de media en de vakbonden steeds vaker aan het licht worden gebracht. Hebben verladers daarmee niets te maken? Toch wel enigszins. Soms kan de uitbestedende partij op grond van de laagte van de overeengekomen vrachtprijs al wel vermoeden dat de dienstverleners de klus niet geheel op reguliere wijze zullen klaren.

Een ondernemer die zonder meer weigerde onder de normale kostprijs te duiken en zijn toevlucht te nemen tot minder sociale zo niet asociale praktijken, is Albert Keijzer. De transportondernemer vertelde onlangs zijn verhaal in het kader van een groter onderzoek naar misstanden. Jarenlang had het bedrijf tot ieders tevredenheid gevaarlijke stoffen vervoerd voor een groot chemieconcern en telkenmale moest hij weer meedoen aan tenderprocedures die er steevast in uitmondden dat hij met zijn prijs moest zakken. Ten slotte was Keijzer dit zat. Als ik het hiervoor moet doen, moet ik gaan rommelen. En dat doe ik niet, had hij tegen de opdrachtgever gezegd.

Transport en Logistiek Nederland heeft lang geworsteld met zijn houding tegenover knoeiende leden. Het was de vorige voorzitter, Alexander Sakkers, die de knoop doorhakte. Wie zich niet aan wetten en cao’s hield – cao’s nota bene waaraan hij zelf meewerkt – moest maar een andere vereniging zoeken. Werkgevers en bonden in het wegvervoer zijn het nu volledig eens over de noodzaak om sjoemelarij aan te pakken.

Nu lijkt ook de EVO ‘om’. De organisatie legt zich bij de ketenwet neer, maar vraagt wel om ‘heldere spelregels’ waarmee wordt bepaald hoe de plichten over opdrachtgever en vervoerder worden verdeeld. Daar kun je het volledig mee eens zijn.