Zo zal het Europees Parlement in juni meer dan 2000 aanpassingsvoorstellen behandelen en wordt in veel lidstaten gedemonstreerd tegen de overeenkomst.

Twee zaken vallen daarbij op. Ten eerste staat de Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) als akkoord tussen de EU en andere landen of economische blokken niet op zichzelf. Op de pagina’s 10 en 11 van deze uitgave tonen we een selectie van de verschillende handelsakkoorden die de EU al afsloot en die deels al inwerking zijn. Met twee hele grote handelspartners is echter (nog) geen finale overeenkomst: China (met wie een voor de Europese Unie ongunstige handelsbalans bestaat) en de Verenigde Staten.

Ten tweede zijn de VS met afstand de belangrijkste handelspartner van Europa. De EU exporteert jaarlijks voor 288,3 miljard euro naar de Nieuwe Wereld en importeert voor 196,1 miljard euro. Bij beide goederenstromen is de positie van Nederland, als natie die zich specialiseert in logistiek en transport, sterk. Een oordeel over TTIP verdient daarom zeker vanuit het perspectief van de logistieke branche enige nuance.

De trans-Atlantische vrijhandelszone zou op dit moment op economisch niveau de belangrijkste zone ter wereld zijn. Invoering van TTIP zou de economie van de EU jaarlijks met 0,9 procentpunten ofwel 119 miljard euro laten stijgen. Het grootste voordeel zou de afbouw van tegenstrijdige voorschriften en het wederzijds erkennen van elkaars productstandaarden opleveren.

Hebben de tegenstanders geen punt als ze protesteren, bijvoorbeeld tegen de rol van arbitragecommissies die boven nationale wetgeving kunnen staan? Natuurlijk wel. Zeker als de vraag zo op zichzelf staand wordt geformuleerd. Feit is echter, dat met tal van landen al dergelijke afspraken bestaan, maar dat die lang niet voor iedereen transparant zijn (zoals ons niet eens volledige overzicht op pagina 10 toont dat er al tal van vergaande handelsverdragen bestaan).

TTIP kan er ook toe leiden dat er eenheid komt in juist dit soort afspraken, en dat het niet langer individuele naties zijn die trans-Atlantische afspraken maken, maar er vanuit een groter (Europees) belang gedacht wordt. Bovendien is het uitgangspunt van Brussel dat de eigen standaarden niet verlaagd mogen worden door het verdrag.

Nederland kan, als open economie, als geen ander Europees land profiteren van handelsverdragen, zeker als het gaat om een overeenkomst met de belangrijkste partner van dit continent.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement