Aan de lange lijst van de HSL, de Betuwelijn en de Amsterdamse metrolijn Noord-Zuid kan ook de zeesluis voor de Amsterdamse haven worden toegevoegd. Naar nu blijkt zal de toekomstige grootste zeesluis van de wereld pas begin 2022 gereed zijn, een vertraging van 2,3 jaar vergeleken bij de laatste toegezegde opleveringsdatum van eind 2019.

Daarnaast is er nu sprake van een kostenoverschrijding van 200 miljoen euro. Gelukkig hoeft voor dat laatste niet de Nederlandse belastingbetaler op te draaien, maar de aandeelhouders van de bouwbedrijven BAM en VolkerWessels. Door slim onderhandelen tijdens het tenderproces heeft Rijkswaterstaat de financiële risico’s grotendeels weten af te wentelen op de aannemers.

Deze gewiekstheid blijkt achteraf wel zijn prijs te hebben. Zo hebben BAM en VolkerWessels in hun honger om het prestigieuze Amsterdamse bouwproject binnen te halen bijzonder scherp gebudgetteerd. Dat werd gedaan op basis van een innovatieve bouwconstructie voor de zogeheten deurkassen van de sluis die achteraf niet bleken te werken en nu te boek staan als ontwerpfouten.

Reputatieschade

Dat het ontwerp nu ingrijpend moet worden aangepast is zeker zuur voor de bouwers, maar ook voor de goede reputatie van Nederland op het gebied van waterbouwkundige projecten in de wereld. Wat uiteindelijk de schade zal zijn voor de gebruikers van de nieuwe zeesluis, Havenbedrijf Amsterdam voorop, is nog niet duidelijk.

In een eerste reactie laat de havenbeheerder weten in ieder geval blij te zijn met de verzekering van minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) dat de havens aan het Noordzeekanaal ook de komende jaren goed bereikbaar blijven via de 90-jarige zeesluis.

Veel buitenstaanders hadden een stevigere reactie verwacht van het havenbedrijf, dat de laatste tijd al door de eigen gemeente onder schot wordt genomen met ambitieuze woningbouwplannen in de haven, de aanleg van een IJ-brug en het welles-nietesspel rond de verplaatsing van de cruiseterminal.

Compensatie

Als financier van de Amsterdamse bijdrage (46 miljoen euro) aan de bouw van de zeesluis kan het havenbedrijf binnenkort als pleister op de wonde een compensatie van ‘enkele miljoenen’ tegemoet zien voor de vertraagde oplevering van de sluis. Dat is natuurlijk klein bier vergeleken met de forse kansen van de Amsterdamse haven om met de grotere sluis de markt op te gaan.

Het zou Den Haag dan ook sieren om bij de ontwikkeling van de Averijhaven, die voor de zeesluis van IJmuiden ligt en eigendom is van de Rijksoverheid, Havenbedrijf Amsterdam en partners een handje te helpen bij de ontwikkeling van dit terrein, die niet afhankelijk is van een grotere zeesluis.

Dat kan door de oorspronkelijke financiering voor de ontwikkeling van dit terrein (enkele miljoenen) vrij te geven. Dat zou voor het havenbedrijf meer zijn dan een pleister op de wonde.

Lees ook: Amsterdam moet ruim twee jaar langer wachten op nieuwe zeesluis