Volgens de bonden kan van sjorders niet verwacht worden dat ze na hun 65ste blijven werken omdat het om zwaar werk gaat. Daar valt weinig tegenin te brengen. Ze verrichten hun arbeid in weer en wind, bij nacht en ontij en in wisselende ploegendiensten. Overigens is het werk volgens de betrokken bedrijven, ILS en Matrans, de afgelopen jaren dankzij de introductie van nieuwe sjorsystemen fysiek wel minder zwaar geworden.

De vraag is nu, of er niet te vroeg gejuicht wordt. In weerwil van zijn oorspronkelijke belofte, heeft het kabinet immers besloten geen uitzonderingen toe te staan voor zware beroepen. Dit nadat partijen er niet in geslaagd waren om sluitende afspraken te maken over de vraag wat wel en wat geen zware beroepen zijn. Als doekje voor het bloeden kwam het kabinet terug van het voornemen om de AOW-leeftijd vanaf 2025 verder op te trekken. Vooralsnog blijft die 67 jaar.

Als tegemoetkoming kwam er daarnaast de Regeling Vervroegd Uittreden, die werkgevers toestaat om werknemers drie jaar lang voor hun pensioendatum ongeveer 22.000 euro per jaar uit te keren. Dat zou neerkomen op een zware inkomensachteruitgang voor de sjorders, die inclusief ploegentoeslag en met regelmatig overwerk richting twee keer modaal verdienen. In het nu bereikte akkoord wordt het uit te keren bedrag daarom opgetrokken tot 37.000 euro per jaar.

Volgens de huidige regelgeving moet over die extra 15.000 euro echter 52% belasting worden betaald, en daarmee zou de basis onder de regeling grotendeels worden weggeslagen. De bonden hebben aangekondigd gezamenlijk met de betreffende bedrijven richting Den Haag op te zullen trekken ‘om de fiscale regels aan te passen’. Dat is echter een stuk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Gezien de mogelijke precedentwerking op andere sectoren zal het kabinet bijzonder huiverig zijn om uitzonderingen toe te staan.

Een eerste reactie op een aanvraag van de sjorbedrijven bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijst ook in die richting. Daarin houdt de dienstdoende topambtenaar zich nadrukkelijk op de vlakte. De immer strijdlustige FNV-bestuurder Niek Stam heeft al aangekondigd het stakingswapen niet te zullen schuwen als het kabinet niet op andere gedachten te brengen is. Dat is overigens niet voor vandaag of morgen. De eerste groep sjorders die van de regeling gebruik kan maken, zou vanaf 2025 achter de geraniums kunnen gaan zitten. Voordat er echt wat te juichen valt, zijn we waarschijnlijk dus wel een paar jaar verder.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding