Pas nadat er commotie over de cijfers onstond, liet de ILT weten dat het gewraakte cijfer van 30% tot 50% fraudegevallen een inschatting is die zij al in 2012 heeft gemaakt. Dat is lang geleden en sindsdien hebben slimme tachograafhackers en fraudeurs zeker niet stilgezeten. Hun sjoemelmethodes worden steeds geavanceerder en verfijnder. Toch gaat de inspectie er blijkbaar nog steeds vanuit dat deze schatting een goede weergave is van de werkelijkheid. Er is inderdaad geen enkele reden om te verwachten dat de markt zijn gedrag heeft verbeterd.

TLN hekelt het beeld dat zijn achterban massaal aan het sjoemelen is met de tachografen. Begrijpelijkerwijs wil branchevereniging liever kijken naar een lager cijfer: het aantal boeterapporten. De inspectie slingert tijdens controles 5% tot 30% van alle chauffeurs op de bon vanwege al dan niet bewuste tachograaffraude. Het aandeel fraudeurs zou volgens TLN zelfs nog wat lager liggen omdat de inspectie vermoedelijke sjoemelaars er op voorhand uitpikt voor een controle.

Het ligt echter net zo goed voor de hand om aan te nemen dat veel fraudegevallen ontsnappen aan de aandacht van de ILT. De inspectie geeft zelf toe dat ze geen zicht heeft op de gehele markt, niet voldoet aan EU-afspraken over het aantal controles en zeker voor wat betreft de tachograaffraude achter de feiten aan loopt. De ILT verwacht met verregaande digitalisering en slimme inspectiemethodes op basis van data een flinke inhaalslag te kunnen maken. Maar ondanks alle goede bedoelingen van de handhavers zullen tachofraudeurs voorlopig relatief ongestoord door kunnen gaan met hun praktijken. Zo lang sjoemelaars niet of nauwelijks betrapt worden, staat de deur aan de achterkant wagenwijd open: de pakkans is eenvoudigweg te klein.

De tachograaf is het enige middel dat we hebben om toe te zien op de rij- en rusttijden. Daarmee is het apparaat onmisbaar voor de verkeersveiligheid, het welzijn van de chauffeurs en een gelijk speelveld voor ondernemers. Bestrijding van tachosjoemel zou daarom topprioriteit moeten zijn voor de handhaving en een stappenplan gebaseerd op vooral digitalisering en kennisvergaring volstaat daarvoor niet. Met fysieke controles is een groot deel van de rotte appels al op te sporen. In combinatie met meer kennis over state-of-the-art hackmethodes kunnen vervolgens ook de slimste fraudeurs langs de kant van de weg worden aangepakt. Het is hoog tijd voor een hardere aanpak.