Nu recent al voor de passagiersafhandeling een bedrijfstak-cao is afgesloten, is volgens de vakbond de tijd rijp om ook voor de sterk gefragmenteerde vrachtafhandeling op Schiphol (vijf spelers) te komen tot een breed pakket aan arbeidsvoorwaarden waaraan alle bedrijven zich moeten houden. Dat initiatief is toe te juichen, want al jaren zijn door de moordende prijsconcurrentie niet alleen de afhandelingstarieven (de laagste van Europa) maar ook de arbeidsvoorwaarden sterk uitgehold. Daar hebben vreemd genoeg de recordwinsten van de afgelopen twee jaar in de luchtvrachtsector geen verandering in gebracht. Die zijn aan de vrachtafhandeling grotendeels voorbij gegaan.

Volgens de FNV hebben de circa vijfduizend werknemers in de afhandeling grotendeels de rekening betaald van de ongebreidelde concurrentieslag in de sector. Dat leverde het minimum uurloon van 10,31 euro op. Daarnaast zijn door kostenbesparingen volgens de bond de kwaliteit en veiligheid van de dienstverlening op Schiphol in het geding gekomen. Het lage uurtarief is ook niet langer te verkopen in een arbeidsmarkt waarin de afhandelaars op Schiphol worden geconfronteerd met een nijpend personeelstekort en ze moeten concurreren met partijen als Amazon, die wél de beurs trekken. Er dreigt dan ook een leegloop bij de afhandelaars, want het werk is zwaar en onregelmatig. De afhandelaars realiseren zich dat, want sommige spelers spreken zich al voorzichtig uit voor een sector-cao. Zo’n bodem zorgt er onder meer voor, dat de concurrentie niet langer op alleen prijs klantjes kan wegkapen.

De FNV wil tegelijk met een sector-cao ook dat huisbaas Schiphol Group de kwaliteit en veiligheid binnen de afhandeling beter gaat waarborgen en zich via stringente regels direct gaat bemoeien met de bedrijfsvoering van de afhandelaars. De vakbond ziet zo’n set aan verplichte ‘operation standards’ samen met de sector-cao als het fundament om de sector weer gezond te krijgen. Ook voor die aanpak is veel te zeggen, want de coronacrisis heeft laten zien dat de luchtvrachtsector op Schiphol zijn mannetje staat en goed is voor zo’n kwart van de toegevoegde waarde van de mainport. Dat kan in potentie aanzienlijk meer worden als de Schiphol Group met de stakeholders werkt aan een beter toelatingsbeleid voor vrachtvluchten via een vrachtpool en de vrachtafhandeling kwalitatief versterkt, want het verschil in de sector wordt niet gemaakt in de lucht, maar op de grond.

Het zou dan ook goed zijn als Schiphol de oproep van de vakbond volgt, inclusief de suggestie van een materiaalpool voor alle afhandelaars. Daardoor kan er gewerkt worden met het modernste materiaal tegen lagere kosten. Dat betekent wel dat Schiphol zijn ‘laissez faire’-houding ten opzichte van de afhandelingsmarkt snel over boord moet zetten. Dat is nu nog min of meer een vrijwillige keuze, maar dat kan snel veranderen. Niet voor niets liet minister Mark Harbers (Infrastructuur) zich in het laatste luchtvaartoverleg positief uit over een sector-cao en ‘operation standards’. Als stok achter de deur wil hij een beperking van het aantal afhandelaars via regelgeving niet uitsluiten.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement