Belangrijke rol voor de waterstofhavens

Commentaar

Havens zijn flinke stappen aan het zetten om de toekomstige waterstof-economie te faciliteren. Zo heeft het Havenbedrijf Rotterdam de ambities fors opgeschroefd en berekend dat met de huidige concrete projecten in 2030 al maar liefst 4,6 miljoen ton waterstof door het havengebied kan stromen. Havens lijken belangrijke energie-knooppunten te worden, zowel voor de productie via elektrolyse uit offshore windenergie als voor de import via waterstoftankers. Vanaf daar kan de energie doorgevoerd worden via pijpleidingen naar de nabijgelegen (chemische) industrie en het achterland. Net zoals nu ook met olie en gas gebeurt.

De hele waterstofindustrie kwam deze week bijeen in Rotterdam om te bespreken wat nodig is voor een verdere versnelling. Daarbij werd vooral gewezen naar energie-onafhankelijkheid als reden om zo snel mogelijk op te schalen. Die schaalgrootte is volgens de industrie het vliegwiel om de waterstofeconomie te kickstarten. De vraag hoe realistisch een waterstofeconomie is, lijkt in het huidige geopolitieke klimaat niet meer relevant. Europa moet zo snel mogelijk energie-onafhankelijk worden en dat is op dit moment alleen mogelijk met een combinatie van waterstof-import vanuit tientallen landen met veel zon (zoals woestijnlanden in Afrika) en van eigen opwekking via offshore windmolenparken.

Hoewel de eerste schoppen nog in de grond gestoken moeten worden, kan het de komende jaren wel eens snel gaan. De industrie kijkt nog wel heel nadrukkelijk naar de overheden om de portemonnee te trekken. Maar goed, energie-onafhankelijkheid mag wat kosten. Niemand in de EU wordt gelukkig van de huidige immense geldstromen naar Rusland. En waterstof kan tevens gebruikt worden als strategische energie-opslag als de ene leverancier ingewisseld moet worden voor de andere. En kan ook diensten bewijzen bij supply chain-problemen.

Opvallend is dat ook de grote oliemaatschappijen zich nadrukkelijk met deze nieuwe waterstofmarkt bemoeien. Zij beseffen dat de energiebehoefte in Europa zo hoog is, dat het nog tientallen jaren duurt voordat er wereldwijd voldoende groene stroom beschikbaar is en de bijbehorende elektrolysers operationeel zijn. In die tijd kunnen zij mooi hun gasvoorraden gebruiken voor de ‘blauwe waterstof’ als transitiebrandstof. Hoewel je op het eerste gezicht kunt twijfelen aan de groene intenties van de oliemajors, kan hun beschikbare kapitaal en kennis van energiemarkten ook een grote positieve invloed hebben op de ontwikkeling van de waterstofeconomie. Zo krijgt de Shell Holland Hydrogen 1-elektrolyser op de Maasvlakte een capaciteit van 200 MW en wordt deze daarmee de grootste van Europa.

Het is aan de Europese en landelijke overheden om hierbij de vinger aan de pols te houden. Oliebedrijven kunnen hun plaats verdienen aan de nieuwe waterstof-tafel door als aanjager te fungeren. Toch hebben zij ook een belang om Europa nog zo lang mogelijk afhankelijk te houden van olie en gas: ze zullen mega-afschrijvingen op hun voorraadvelden olie en gas willen voorkomen. Energiebeleid is te belangrijk gebleken om uit handen te geven. Havenbedrijven moeten daarom als semi-overheidsorganisaties niet alleen de infrastructuur faciliteren, maar ook waarborgen dat gemaakte beloftes door de markt worden nagekomen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement

Belangrijke rol voor de waterstofhavens | NT

Belangrijke rol voor de waterstofhavens

Commentaar

Havens zijn flinke stappen aan het zetten om de toekomstige waterstof-economie te faciliteren. Zo heeft het Havenbedrijf Rotterdam de ambities fors opgeschroefd en berekend dat met de huidige concrete projecten in 2030 al maar liefst 4,6 miljoen ton waterstof door het havengebied kan stromen. Havens lijken belangrijke energie-knooppunten te worden, zowel voor de productie via elektrolyse uit offshore windenergie als voor de import via waterstoftankers. Vanaf daar kan de energie doorgevoerd worden via pijpleidingen naar de nabijgelegen (chemische) industrie en het achterland. Net zoals nu ook met olie en gas gebeurt.

De hele waterstofindustrie kwam deze week bijeen in Rotterdam om te bespreken wat nodig is voor een verdere versnelling. Daarbij werd vooral gewezen naar energie-onafhankelijkheid als reden om zo snel mogelijk op te schalen. Die schaalgrootte is volgens de industrie het vliegwiel om de waterstofeconomie te kickstarten. De vraag hoe realistisch een waterstofeconomie is, lijkt in het huidige geopolitieke klimaat niet meer relevant. Europa moet zo snel mogelijk energie-onafhankelijk worden en dat is op dit moment alleen mogelijk met een combinatie van waterstof-import vanuit tientallen landen met veel zon (zoals woestijnlanden in Afrika) en van eigen opwekking via offshore windmolenparken.

Hoewel de eerste schoppen nog in de grond gestoken moeten worden, kan het de komende jaren wel eens snel gaan. De industrie kijkt nog wel heel nadrukkelijk naar de overheden om de portemonnee te trekken. Maar goed, energie-onafhankelijkheid mag wat kosten. Niemand in de EU wordt gelukkig van de huidige immense geldstromen naar Rusland. En waterstof kan tevens gebruikt worden als strategische energie-opslag als de ene leverancier ingewisseld moet worden voor de andere. En kan ook diensten bewijzen bij supply chain-problemen.

Opvallend is dat ook de grote oliemaatschappijen zich nadrukkelijk met deze nieuwe waterstofmarkt bemoeien. Zij beseffen dat de energiebehoefte in Europa zo hoog is, dat het nog tientallen jaren duurt voordat er wereldwijd voldoende groene stroom beschikbaar is en de bijbehorende elektrolysers operationeel zijn. In die tijd kunnen zij mooi hun gasvoorraden gebruiken voor de ‘blauwe waterstof’ als transitiebrandstof. Hoewel je op het eerste gezicht kunt twijfelen aan de groene intenties van de oliemajors, kan hun beschikbare kapitaal en kennis van energiemarkten ook een grote positieve invloed hebben op de ontwikkeling van de waterstofeconomie. Zo krijgt de Shell Holland Hydrogen 1-elektrolyser op de Maasvlakte een capaciteit van 200 MW en wordt deze daarmee de grootste van Europa.

Het is aan de Europese en landelijke overheden om hierbij de vinger aan de pols te houden. Oliebedrijven kunnen hun plaats verdienen aan de nieuwe waterstof-tafel door als aanjager te fungeren. Toch hebben zij ook een belang om Europa nog zo lang mogelijk afhankelijk te houden van olie en gas: ze zullen mega-afschrijvingen op hun voorraadvelden olie en gas willen voorkomen. Energiebeleid is te belangrijk gebleken om uit handen te geven. Havenbedrijven moeten daarom als semi-overheidsorganisaties niet alleen de infrastructuur faciliteren, maar ook waarborgen dat gemaakte beloftes door de markt worden nagekomen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement