Door de hogere kosten voor levensonderhoud bezuinigen consumenten op andere zaken. Steeds meer fabrieken schroeven daardoor de productie terug, ook omdat magazijnen vol liggen met onverkochte voorraden. In mei en juni nam de productiegroei in het eurogebied juist nog toe als gevolg van achterstallige orders.

De productie nam in juli op maandbasis met 2,3 procent af. Ten opzichte van dezelfde maand een jaar geleden daalde de productie met 2,4 procent. De daling werd vooral veroorzaakt door een sterke afname, ruim 4 procent, van de productie van kapitaalgoederen zoals vrachtauto’s en bedrijfsmachines.

Ook in de sector duurzame consumentengoederen, zoals personenauto’s, meubels en witgoed, werd minder geproduceerd. Bij de categorie tussenproducten, die nog verder moeten worden verwerkt tot eindproducten, daalde de productie eveneens. De productie van niet-duurzame consumptiegoederen, zoals etenswaren en andere verbruiksgoederen, nam daarentegen toe en ook in de energiesector werd meer geproduceerd.

De Ierse industrie kende de grootste productievermindering op maandbasis, gevolgd door Estland en Oostenrijk. De grootste toename werd gemeten in Litouwen, Zweden en Malta. In Duitsland, de grootste economie van het eurogebied en een belangrijke handelspartner van Nederland, daalde de productie met 0,7 procent. Ook in andere grote economieën als Frankrijk en Spanje nam de productie af. In Nederland was daarentegen sprake van een lichte stijging.