Volgens de Nevi daalde de omvang van de productie van de Nederlandse industrie voor de vierde maand op rij. Daarbij was er sprake van de grootste daling sinds mei 2020 toen de coronapandemie de economie midscheeps raakte. Ook bij de nieuwe orders was sprake van het minste cijfer sinds het voorjaar van 2020. De inkoop van materialen nam verder af. Datzelfde gold ook voor de voorraad ingekochte materialen.

Verder meldt de Nevi dat de verkoopprijzen iets omlaag gingen, maar nog altijd op “historisch hoog niveau” staan. De verwachtingen voor de toekomst bleven somber, al was ook hier sprake van een licht verbeterd gemoed.

De algehele graadmeter voor de bedrijfsomstandigheden van Nevi daalde naar 46 van 47,9 in oktober. Dat betekent een duidelijke verslechtering. Vooral de energie-intensieve industrie die zich richt op de productie van basismetalen, chemie, papier en karton kampt met hoge energieprijzen die moeilijk kunnen worden doorberekend aan afnemers, verduidelijkt David Kemps, sectorbanker Industrie bij ABN AMRO.

De Nederlandse producenten breidden hun personeelsbestanden in november wel verder uit. De personeelswerving verschilde wel per branche. Er was sprake van een sterke groei in de sector investeringsgoederen waartoe onder andere machines en computers behoren. Bij de consumptiegoederen was de toename beperkt. In de chipsector was geen verandering te zien.

De index voor de industrie in de gehele eurozone liet voor november een definitieve stand zien van 47,1. Dat duidt nog steeds op krimp van de bedrijvigheid. Een niveau van 50 of meer wijst namelijk op groei. Het cijfer van marktonderzoeker S&P Global is wel beter dan in oktober toen het ging om 46,4. Volgens S&P Global was de daling van de nieuwe orders minder sterk en namen de problemen in toeleveringsketens af, waardoor ook de prijsdruk afzwakte. Het bureau stelt dat de economische neergang in het eurogebied mogelijk wat minder sterk zal uitvallen dan eerder gevreesd.