Kees Turnhout, plaatsvervangend directeur van Port of Den Helder:

We voorzien bij Port of Den Helder voor de korte termijn, 2020-2023, de realisatie van een waterstoftankstation op Kooyhaven ten behoeve van scheepvaart en wegtransport. Hiertoe is een consortium samengesteld met Engie, Total/Pitpoint en Damen Shipyards. De opzet van deze samenwerking behelst de realisatie van een volledige waterstofketen, inclusief de opwekking van groene elektriciteit uit zonne-energie, de productie van waterstof uit elektrolyse, een opslag- en tankfaciliteit en een demonstratievaartuig dat met behulp van waterstof-fuelcells wordt voortgestuwd. Ook de netbeheerder Liander is onderdeel van de keten geworden. Het elektriciteitsnet in de Kop van Noord-Holland heeft onvoldoende capaciteit om de grote hoeveelheid duurzame energie die in de regio wordt opgewekt te absorberen. Liander ziet de productie van waterstof als de oplossing voor deze congestieproblematiek. Aan het project zijn twee subsidies toegekend. Een DKTI subsidie als bijdrage aan het tankstation en het demonstratievaartuig, en een subsidiebijdrage uit het Waddenfonds voor de elektrolyser.

Naast de realisatie van een tankstation richten we ons bij Port of Den Helder ook op de ontwikkeling van een waterstof walstroomaggregaat. Voor deze ontwikkeling maken we samen met Groningen Seaports en Port of Harlingen deel uit van een consortium dat bestaat uit Eekels, Bredenoord, Nedstack en Recoy. Deze technische bedrijven ontwikkelen het aggregaat dat vervolgens voor een testfase zal worden ingezet in de drie havens. Het aggregaat kan off grid worden ingezet. Dit stelt ons in staat om riviercruiseschepen en offshore schepen geluidsarm en emissievrij te voorzien van walstroom op plaatsen waar geen netwerkaansluiting voor handen is. De afname van de waterstof is als potentiële vraag gekoppeld aan de businesscase van het tankstation. Ook voor dit walstroomproject is een subsidie verstrekt vanuit het Waddenfonds. En voor dit project gelden naast technische uitdagingen nog marktonzekerheden die een rol spelen bij het uiteindelijke investeringsbesluit van de consortiumpartijen.

Daan Schalck, ceo van North Sea Port:

Op het vlak van waterstof kennen we bij North Sea Port een aantal samenwerkingsplatformen en initiatieven.
Tal van bedrijven en overheden steunen de ambities van North Sea Port en zetten in op energietransitie, waaronder waterstof. Ze willen dat de Delta regio uiterlijk in 2030 een 1 GW groene waterstoffabriek krijgt. Dit Hydrogen Delta project heeft zijn plaats in de schoot van Smart Delta Resources. Dit statement wordt gesteund door North Sea Port, ArcelorMittal, Dow Benelux B.V., ENGIE, Fluxys, Gasunie, ICL-IP, Impuls Zeeland, het Nederlands ministerie van Economische Zaken & Klimaat, Ørsted, provincie Oost-Vlaanderen, provincie Zeeland, Smart Delta Resources, Yara Sluiskil en Zeeland Refinery. In het statement staat onder meer dat het de gezamenlijke ambitie van de bedrijven en overheden is om het grootste waterstofcluster van Nederland en Vlaanderen te zijn én koploper hierin te blijven.

VoltH2 bereidt de bouw van een groenewaterstoffabriek in North Sea Port voor. Het heeft een samenwerkingsovereenkomst getekend ter voorbereiding van een lange termijn-concessiecontract met North Sea Port voor een industrieel perceel van 27.950 m2 in Vlissingen. Het bedrijf is gestart met de planning en ontwikkeling van de bouw van een groenewaterstoffabriek met opslag-, tank- en distributiemogelijkheden. De overeenkomst voorziet ook in de mogelijke realisatie van een pijpleiding naar een tankerafnamepunt. VoltH2 heeft reeds gesprekken met partijen over de levering van groene stroom naar de site.

ArcelorMittal en Dow Benelux startten in maart 2019 proeven met een nieuwe installatie die koolstofdioxide (CO2) en koolstofmonoxide (CO) afscheidt uit de gassen die ontstaan tijdens de productie van staal: het Carbon2value project. De installatie staat op de bedrijfsterreinen van het Gentse ArcelorMittal in North Sea Port. De CO kan door Dow worden gebruikt om koolwaterstoffen te maken. Dit is bedoeld om de nieuwe technologie, die reeds in het laboratorium is bewezen, te testen in een industriële omgeving. De resultaten worden eind dit jaar verwacht.
Ook is er al een waterstofkoppeling tussen Dow in Terneuzen en Yara in Sluiskil gerealiseerd. Door de waterstofleiding in Zeeland, een oude buis van Gasunie, stroomt waterstofgas die vrijkomt uit de kraakinstallaties van Dow en die wordt ingezet als grondstof voor hoogwaardige producten van het kunstmestbedrijf Yara.

Floris van Foreest, adviseur Strategie en Innovatie bij Port of Amsterdam:

Wij zien als Port of Amsterdam groene waterstof als belangrijke bouwsteen voor de energietransitie en als toekomstig product voor de haven. We maken ons dan ook sterk voor het opschalen van de duurzame productie van dergelijke waterstof. Bij het gebruik van waterstof als energiebron komt er geen emissie vrij. Het is daarmee CO2-neutraal.
Waterstof is een energiedrager met veel toepassingsmogelijkheden. Zo kan groene waterstof worden ingezet als transportbrandstof, voor huishoudens, voor de industrie, als duurzame industriële grondstof en voor energieopslag ter vervanging van accu’s. In de haven kan straks groene waterstof worden geproduceerd, geïmporteerd, opgeslagen en doorgevoerd. Ook wordt het als grondstof verwerkt tot andere producten. Bijvoorbeeld synthetische brandstoffen, kunststoffen en meststoffen.

Samen met onze partners Tata Steel en Nouryon onderzoeken wij de haalbaarheid van het plan om een 100 MW waterstoffabriek te vestigen op het terrein van Tata Steel in IJmuiden. Met deze fabriek kan met duurzame elektriciteit tot 15.000 ton groene waterstof per jaar worden gemaakt. Een ander initiatief is dat het havenbedrijf samen met Gasunie de haalbaarheid van een regionale waterstofleiding tussen IJmuiden en Amsterdam onderzoekt. Deze kan bij ruimtelijke, economische en technische haalbaarheid in vijf jaar tijd worden aangelegd en wordt daarmee onderdeel van de landelijke waterstof-hoofdinfrastructuur. In de Amsterdamse haven wordt een waterstoftankstation aangelegd. Dit tankstation voor vrachtwagens en personenauto’s moet medio 2021 gereed zijn. Ook ontwikkelen wij ons nieuwe directievaartuig op waterstof. Wij zijn partner van het Europese programma van H2Ships. Dit representatieschip moet in 2021 varen. Tevens hebben wij ons verbonden aan Missie H2. Dit is een samenwerkingsverband tussen Gasunie, Shell Nederland, Remeha, Stedin Groep en Groningen Seaports om waterstof als nieuwe, duurzame energiedrager te promoten in aanloop, tijdens en na de Olympische Spelen van Tokio.

Sjaak Poppe, woordvoerder van Port of Rotterdam:

De belangrijkste waterstofprojecten in de haven van Rotterdam zijn de zogeheten backbone, het conversiepark, de opschaling van electrolysers, trucks op waterstof en de importterminal. Het zijn stuk voor stuk projecten die zich richten op productie en gebruik van blauwe en/of groene waterstof, en zijn hier en daar nog wel in afwachting van een investeringsbeslissing.
De hoofdtransportleiding door de haven, oftewel de backbone, krijgt een open toegang voor aanbieders en afnemers van waterstof. De backbone vervoert zowel groene als blauwe waterstof en de planning is dat die in 2023 in bedrijf komt. Het eerste conversiepark voor waterstofproductie moet in datzelfde jaar worden geopend op de Maasvlakte. Waterstof zal hier centraal geproduceerd worden en via de backbone richting de bedrijven worden getransporteerd. Op het conversiepark wordt met electrolysers waterstof gemaakt. Shell is van plan om daar een 150–250 MW electrolyser in bedrijf te nemen.

Planning is dat Shell in het eerste halfjaar van 2021 besluit de electrolyser te bouwen. Wij en Gasunie nemen dan tevens de definitieve beslissing om de waterstof-backbone door het havengebied aan te leggen, zodat beide op tijd gereed kunnen zijn. Verder werken Nouryon, BP en Havenbedrijf Rotterdam in het project H2-Fifty gezamenlijk aan de ontwikkeling van een 250 MW electrolyser voor 2025. En het consortium H-vision ontwikkelt installaties voor de grootschalige productie van blauwe waterstof in de elektriciteitssector. Die gaat ook dienen als vervanger van aardgas in de petrochemische industrie. De bij de productie vrijkomende CO2 wordt opgeslagen en/of in kassen gebruikt.

Voor het wegvervoer wordt een consortium gevormd dat als doel heeft in 2025 vijfhonderd trucks op waterstof te laten rijden. Onder de naam RH2INE werken zeventien partijen samen aan een klimaatneutrale transportcorridor tussen Rotterdam en Genua op basis van waterstof. Met verschillende partners is het Havenbedrijf een onderzoeksproject gestart voor de komst van een waterstofterminal in de haven. Deze zou rond 2030 operationeel moeten zijn. En niet alleen zijn er volop plannen voor blauwe en groene waterstof, bedrijven in Rotterdam zijn al de grootste producenten van grijze waterstof; met name Air Liquide en Air Products.

Cas König, ceo van Groningen Seaports:

We zijn als Groningen Seaports betrokken bij een project waarbij een mobiele brandstofcel-aggregaat op basis van waterstof ontworpen en getest gaat worden voor het leveren van walstroom in de haven van Delfzijl en de Eemshaven. Behalve wij werken ook Port of Den Helder en Port of Harlingen mee aan dit project. De technologie zal worden ontwikkeld en toegepast door Eekels Technology, Nedstack Fuel Cell Technology en Bredenoord, met ondersteuning vanuit FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. Met dit project wordt uitstoot van onder andere CO2, stikstof en geluidsoverlast voorkomen. Eén van de investeerders in het project ‘Waterstof voor walstroom’ is het Waddenfonds. Het maakt onderdeel uit van een omvangrijk investeringsprogramma in de vergroening van de scheepvaart op de Waddenzee onder de naam Green Shipping.

Sinds begin 2018 beschikt Delfzijl over een waterstoftankstation: het PitPoint tankstation naast het Chemie Park Delfzijl. Onder meer bussen van Qbuzz maken gebruik van groene waterstof. Nouryon produceert op het park onder andere chloor, waarbij waterstof een bijproduct is. Omdat de onderneming hierbij gebruikmaakt van windenergie, is het restproduct waterstof ook echt groen. Groningen Seaports heeft een innovatieve kunststof waterstofleiding aangelegd tussen de chloorfabriek van Nouryon en het waterstoftankstation van PitPoint.

De vraag naar waterstof stijgt, zowel bij de al aanwezige bedrijven als bij bedrijven die overwegen om zich op het industriegebied in Delfzijl te vestigen. De capaciteit van de bestaande H2-productie van Nouryon is niet voldoende om in deze vraag te voorzien. Samen met Gasunie ontwikkelt Nouryon daarom een 20 MW-elektrolyser (Djewels 1) om de productiecapaciteit uit te breiden. Als Groningen Seaports zijn we hier actief bij betrokken: we zijn verantwoordelijk voor het leidingsysteem dat deze H2 binnen het Chemie Park Delfzijl gaat transporteren. Groningen Seaports heeft hiervoor samen met Soluforce een kunststof waterstofleiding ontwikkeld die de kosten voor het transport van waterstof significant kan verlagen. De beoogde route van de waterstofinfrastructuur loopt in eerste instantie vanaf de nieuw te bouwen waterstoffabriek Djewels 1 op het Nouryon-terrein, parallel aan de dijk naar BioMCN. Nabij Teijin komt een voorziening voor een toekomstige aansluiting en ook het einde van de leiding wordt zodanig aangelegd dat er in de toekomst eenvoudig uitgebreid kan worden. Concrete plannen hiervoor worden al gemaakt met de bouw van een tweede elektrolyser en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Heveskes en het gebied ten zuiden van het Oosterhornkanaal. De waterstofbackbone wordt in fases uitgebreid, zodat al deze gebieden met elkaar worden verbonden en er optimaal gebruik kan worden gemaakt van het beschikbare H2 door alle spelers op het Chemie Park Delfzijl.

Waterstof (H2)

De minst milieuvriendelijke, en op dit moment populairste, variant is grijze waterstof. Deze wordt gewonnen uit een fossiele brandstof (vaak aardgas) door een chemische reactie. Het voordeel van blauwe waterstof ten opzichte van grijze waterstof is dat de vrijkomende CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, waardoor het weer CO2-neutraal is. Groene waterstof is de meest milieuvriendelijke variant. Deze waterstof wordt niet gemaakt door een chemische reactie en hitte, maar door gebruik te maken van elektrolyse. De energie die daarvoor nodig is, is afkomstig uit bijvoorbeeld zonne- of windenergie en heeft dus geen CO2-uitstoot.