De VT Group is actief in de maritieme logistieke dienstverlening en gespecialiseerd in de binnentankvaart. Zo vervoert VT voor diverse opdrachtgevers minerale oliën, chemische producten, biobrandstoffen en smeerolie. Sinds 2009 heeft de groep de activiteiten in de zeevaart uitgebreid, waardoor ze nu ook actief is in Panama, Antiqua, Australië en Zweden.

Lng

‘We hebben een aantal verschillende varianten van alternatieve aandrijving onderzocht, zoals lng en waterstof’, aldus Groenewold. ‘Samen met onze Zweedse joint venture, de rederij Erik Thun, onderzoeken we de mogelijkheden om dieselelektrisch en eventueel gecombineerd met batterijen te varen.’ Groenewold vraagt zich bij elke alternatieve brandstof af of die haalbaar en betaalbaar is en of die op de lange termijn gebruikt kan blijven worden. ‘De ene dag lijkt bijvoorbeeld lng zich snel te ontwikkelen en de andere dag waterstof. Deze schommelingen zijn het gevolg van nieuwe wetgeving van brandstoffen en van technologische voortgang. Het is nu nog lastig voor ons om onze definitieve keuze te maken.’

Maar lng is momenteel wel de meest interessante optie voor Groenewold. ‘De infrastructuur voor lng is geregeld en de ontwikkelingen verlopen relatief voorspoedig. In Nederland en België kan momenteel op acht plekken lng worden gebunkerd: Groningen, Harlingen, Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen, Zeebrugge en Antwerpen. Lng is een alternatief dat redelijk panklaar op de plank ligt. De beschikbaarheid ervan geeft wellicht nog wel wat problemen. We zijn nu in onderhandeling om in ieder geval een schip te bouwen dat op lng kan varen. Het is nog wel de vraag wanneer dat schip klaar is. Daar kan ik nog niet op vooruitlopen.’

Groenewold verwacht van de politiek een standpunt over de toekomst van alternatieve brandstoffen. ‘En daarmee bedoel ik een duidelijk stappenplan: in 2025 doen we A en in 2030 doen we B. Er moet een doel worden gesteld. Concrete plannen waar we in de praktijk mee aan de slag kunnen, zijn nodig, want er is nog veel onduidelijk wat betreft de toekomst van alternatieve brandstoffen. Wat we wel zeker weten, is dat alternatieve brandstoffen zeker niet goedkoper zijn. De vraag is dan ook: hoe gaan we het verdienmodel zo maken dat de prijs acceptabel is voor de klant én het een redelijke investering is voor de transporteurs? Wanneer zij het op middel- tot lange termijn kunnen terugverdienen, is het goed.’

Vacamonte op zee
‘Vacamonte’ op zee

Duveltje uit een doosje

De ontwikkeling van de markt van alternatieve brandstoffen is afhankelijk van de wensen van het bedrijf dat wil verduurzamen en van de politiek, aldus Groenewold. ‘Het is maar net op welke brandstof een ondernemer zijn zinnen heeft gezet, gedreven door economische afwegingen. En wat die rol van de politiek betreft: we zijn in 2016 al bezig geweest met het opzetten van een lng-project. Toen we uiteindelijk de knoop hadden doorgehakt en het project rond was, kwam de Europese Unie als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Er kwam nieuwe wetgeving over de uitstoot van niet-wegmotoren: de uitstoot van deze motoren met betrekking tot methaanslip mocht niet hoger zijn dan twee of drie gram. Voor de binnenvaart zijn er geen motoren beschikbaar die onder die grens zitten. En voor lng kan er ook geen katalysator geplaatst worden. Zomaar uit het niets was het project daarmee de nek om gedraaid.’

Mass flow meter

In 2008 heeft VT Group de mass flow meter ontwikkeld. Daarmee kunnen afgeleverde hoeveelheden zeer nauwkeurig worden vastgesteld. Een verbetering ten opzichte van de nog steeds veel gebruikte berekeningsmethode die min of meer op een schatting neerkomt. De meter kan al gauw in de duizenden euro’s verschil maken. In diverse havens wereldwijd wordt dit middel gezien als een soort kwaliteitsgarantie naar de klanten toe die hun haven aandoen. Groenewold: ‘Veel scheepseigenaren die Rotterdam aandoen en gebunkerd willen worden, hebben een goed gevoel bij de meter. Je hebt je eigen bunkers die je kunt controleren, de bars kunnen gecontroleerd worden en als laatste check is er dan ook nog de meter. Dat is voldoende controle.’

‘Je zou de mass flow meter kunnen verplichten, als een extra check voor controle. Als Rotterdam een betrouwbare haven wil worden, een plek waar we met zijn allen een boterham kunnen verdienen, moet je de klant die de haven aandoet de hoogste mate van betrouwbaarheid kunnen garanderen. Een van die garanties is een mass flow meter, dus daar rolt eigenlijk al een verplichting uit voort. En als het geen verplichting wordt en de klant mag zelf kiezen voor welke mate van betrouwbaarheid hij gaat, denk ik dat hij kiest voor de hoogste mate en dus voor een bedrijf dat gebruikmaakt van een mass flow meter. Ook denk ik dat uiteindelijk de bedrijven die nog niet met de meter werken, hem eveneens gaan gebruiken om de concurrentiestrijd aan te gaan.’
De invoering van de bunkervergunning lijkt Groenewold ook zeker een gezonde zaak. ‘De bunkerbarges die in de Rotterdamse haven aankomen, moeten in mijn ogen een vergunning hebben om te kunnen bunkeren.’

Samenwerken

Groenewold ziet samenwerking als dé verplichting die geldt om een goed einde te brengen aan het verhaal van de alternatieve brandstoffen. ‘We moeten de markt iets minder vrij laten en wat meer gecontroleerd met elkaar samenwerken, om zo een platform te creëren waarop ieder bedrijf zijn eigen brandstofkeuze kan maken. Ik vind het de uitvoerende taak van de haven van Rotterdam alsmede een beleidstaak vanuit de politiek om zo’n platform op te zetten. Als we goed samenwerken, heeft Nederland echt geen verkeerde uitgangspositie.’